+ Meer informatie

Pastorale begeleiding van de alleenstaande vrouw

7 minuten leestijd

„De” alleenstaande vrouw?

Bij alle zielszorg dienen zij, die deze zorg uitoefenen, een scherp oog te hebben voor de gevarieerdheid, die de gemeente van Christus kenmerkt en eigen is. De zielszorg van Christus en van de apostelen en oudsten in het Nieuwe Testament laat deze noodzaak duidelijk zien. We kennen het ook vanuit de praktijk in onze gemeenten. Zielszorg strekt zich uit over kinderen tot en met bejaarden, over zieken en gezonden, over gelovigen en ongelovigen, over doop- en belijdende leden, over gehuwden en ongehuwden, enz.

Maar ook binnen deze categorieën zullen we scherp moeten onderscheiden. Net zomin als we in het algemeen kunnen spreken over „de” zieke, „de” gelovige, enz. De gevarieerdheid ook binnpn de bepaalde categorie vraagt van de zielszorger — de ouderling, de predikant of wie ook maar — de nodige attent-heid en sensitiviteit voor die ene mens van die bepaalde categorie.

Dat geldt ook voor de zielszorg aan „de” alleenstaande vrouw.

Wie is zij? Wie bedoelen wij? Wie hebben we op het oog?

Staat zij nog in de kracht van haar leven? Of is ze bejaard? Bedoelen we haar, die gehuwd is geweest? Werd het huwelijk ontbonden door de dood, of door echtschei-ding? Is zij een vrouw, die ongehuwd bleef? En hoe dan: na „een ongelukkige liefde”, of na de dood van haar verloofde, of met de hunkering naar liefde en huwelijk, welk verlangen nooit beantwoord werd? Of is de ongehuwde staat vrijwillig aanvaard?

Het zal nodig zijn om duidelijk voor jezelf als zielszorger deze variaties te onderkennen en in het pastoraat aan haar te herkennen.

Begeleiding

Ik kan onmogelijk op elk van deze variaties met het oog op het pastoraat ingaan. Het korte bestek van dit artikel laat dat niet toe. Bovendien zouden we dan gemakkelijk vervallen in een soor casuïstiek, waarbij toch elk geval en elke situatie weer anders is.

Ik wil mij voornamelijk bepalen tot de alleenstaande vrouw, die niet gehuwd is en ook geen huwelijk achter zich heeft.

Juist tegenover háár, die afstandr, die vaak — maar zeker niet in alle gevallen — de innerlijke strijd kent tussen zelfstandig-te-moeten-zijn en zich te voelen of beschouwd te worden als een onvolwaardige, is begeleiding de aangewezen wijze van pastoraat. Begeleiding om de eigen weg te vinden in het leven tot en met de Here en tot en met de omgeving van familie, gemeente, werkmilieu en collega’s, vriendenkring, zoals die ongehuwde dichteres zong:

Zingend en klagend, wetend en vragend, vind ik bij zon en door stormgedruis d’eigen weg naar het hemelse huis.

Maar vooral ook hier al.

We hebben in deze begeleiding te maken met een wel heel aparte problematiek. De samenleving, ook de christelijke, is vaak voor haar heel hard. In meer dan een opzicht:

a. de ongehuwde vrouw wordt als zodanig door velen niet gewaardeerd. Erger nog: ze ervaart vaak in nabijheid van anderen een overdreven sympathie en opvang, terwijl ze scherp waarneemt, dat naar mate de ॳtand toeneemt, de sympathie verschuift naar meewarig medelijden. Soms merkt zij het heel sterk: een medemens is geneigd zijn naaste, die men als in-compleet ziet, te haten, gehuld als dat wordt in medelijden.

b. de ongehuwde vrouw staat voor de bijzonder moeilijke levensopgave om haar vrouw-zijn te realiseren in een maatschappij, die ook vandaag nog een sterk mannelijk aspect heeft. De opgave is dan nl. om niet tot feminisme (gelijkheid met de man) te neigen, maar tenvoUe vrouw te zijn. Een grotere opgave dan voor gehuwde vrouwen.

c. vergeten we ook niet, dat de hardheid van de moderne maatschappij hierin zit, dat er voor de vrouw-alleen vandaag allerlei nieuwe „mogelijkheden” zich voordoen, die een christen niet wil en kan en mag accepteren, maar die door velen gretig worden aangegrepen. Ik denk aan de snelle verschuiving in de moraal (lesbische liefde, gebruik van de pil, driehoeksverhoudingen, enz.). In een maatschappij, waarin deze nieuwe moraal als normaal wordt aanvaard, wordt het voor de serieus-christelijke ongehuwde vrouw niet gemakkelijker.

Pastorale notities

Allereerst zou ik er op willen wijzen, dat we deze categorie niet moeten vergeten. Ik ben nl. van mening, dat dat nogal eens gebeurt. Juist omdat de pastorale begeleiding van deze leden in de gemeente niet gemakkelijk is. Daarom wagen heel wat zielszorgers zich er niet aan. Ze lopen om hen heen. En dat maakt het voor hen, die juist aandacht, gemeenschap en liefde zo pijnlijk missen vaak, nog moeilijker.

In de tweede plaats vraagt dit pastoraat van de herder en de ouderling zelf veel. Sympathie is hier het woord en de daad niet. Sympathie kan spoedig omslaan in meewarigheid óf in identificatie met de ander — en dan kun je niet meer helpen. Het gaat meer om empathie — zelf als zielszorger proberen je in te leven in de levensvragen en soms -nood van de ander, waarbij je niet zodanig participeert in die vragen en nood, dat je je eigen individualiteit verliest. Anders gezegd: een reëel begrijpend gesprek, soms misschien maar een enkel woord; de ander moet zeggen: eindelijk nu eens iemand die naar mij luistert. Oplossen kunt u immers deze situatie niet. Dat brengt me tot de derde opmerking. Hier is Ook een duidelijk pastoraat nodig aan de omgeving van de ongehuwde. Wegnemen van een vals medelijden, van het onfhaar begrip, dat een ongehuwde een incompleet mens zou zijn, die zo nooit de eigenlijke bestemming van het mens-zijn zal kunnen bereiken, de aanmoediging om niet altijd de alleenstaande vrouw in eigen huis uit te nodigen, maar zelf — liefst als vrouw èn man (niet: „ik wip even bij je aan; m’n man i komt me dan straks even ophalen) — ! samen bij haar op bezoek te gaan, haar laten merken, dat we haar „thuis” waarderen ! en het besef te geven: ik ben zelf ook een „thuis” voor anderen.

Dat raakt — ten vierde — ook het pastoraat aan haar zelf. Het is van enorm belang om de ongehuwde eigen milieu te helpen waarderen, en te bouwen, bewust voor haarzelf als een eigen vreugde en een roeping tegenover anderen. Zo gemakkelijk wordt het leven van een ongehuwde een vluchten in buitenhuiselijk activisme, een ontlopen van het verwerken van eigen problematiek tot aanvaarding van zinvol leven voor de Here en voor mensen.

Ten vijfde: Prof. Wijngaarden noemt in zijn boeiende boek Hoofdproblemen der volwassenheid, dat om volwassen te worden vier dingen nodig zijn: aanvaarding van zichzelf, van de anderen (de gemeenschap), van de ander (liefde en huwelijk) en — wat hij noemt — van een zin des levens. En hij tekent bij de derde aanvaarding aan, dat, psychologisch gezien, het gehuwd of ongehuwd zijn niet van beslissende invloed is op de innerlijke volwassen-wording, maar alleen de vraag of men ernst maakt met het leven. De ongehuwde, die niet verdringt, ontvlucht of overcompenseert, heeft even-zeer de mogelijkheid om te rijpen tot heelheid als de gehuwde, zij het op een andere en zeer veel moeilijker wijze (pag. 168 en 171).

Dit waren totdusver allemaal louter pastoraal-psychologische aanwijzingen, die met nog veel meer zouden uit te breiden zijn. Maar ze kunnen niet gemist om pastoraalgeestelijk te begeleiden. Ze houden nl. nauw verband met het leren aanvaarden en verwerken van de leiding van God in het leven van de ongehuwde. Daarover tenslotte twee dingen.

Het valt mij telkens weer op, hoe uniek ieder mens apart wel is en hoe de Here ons wil laten zien, wat een geschenk, mogelijkheden en verantwoordelijkheid er zit in die uniciteit van ons eigen mens-zijn, ook in dat van de ongehuwde. Dat te laten zien, is onze pastorale roeping: „De eigen weg”. Wat heeft Christus zelf — met name het Johannes-evangelie is hier vol van — de ene mens in zijn nood, schuld, vragen, apartheid, eigenheid, eenzaamheid, en deelmoeten-zijn-van-het-geheel opgezocht, uitzicht gegeven, getroost. Hij ging nooit redeneren („maar u hebt toch nog zoveel”), maar Zijn volmaakt pastoraat bestond en bestaat heel vaak eenvoudig hierin, dat Hij „bij hen is”.

En het laatste wat ik wil zeggen is dit: het is verrijkend voor ons pastoraat — met name onder ongehuwde leden van onze gemeente — na te gaan hoe vaak het Nieuwe Testament het woordje „elkaar” gebruikt. Iemand heeft eens terecht gezegd: dat op dat ene kleine woordje het hele gemeente-zijn terug te brengen is. Dat te laten merken, reëel en voluit, tegenover onze „alleenstaande” zusters is onze roeping en neemt dit moeilijk te verwerken bijvoeglijke naamwoord weg: „elkaar” voegt hen er volledig bij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.