+ Meer informatie

De internationale stoomdagen in Leek

5 minuten leestijd

Jaarlijks wordt het recreatiepark Nienoord in het GroningseLeek vier dagen ingenomen door enkele honderden enthousias modelbouwers. Grote stoomwolken en de geur van verbrande steenkool doen lang vervlogen tijden herleven, terwijl in het park de miniatuurstoomtreinen hun dienstregeling rijden en in de parkvijver de stoomboten van wal steken. De Internationale Stoomdagen van Leek zijn in de afgelopen 24 jaar een begrip geworden.

Het gezicht van het recreatiepark wordt tijdens deze stoomdagen bepaald door de meest uiteenlopende stoommachines in klassieke kleuren. de eigenaren zijn geheel in stijl gekleed. Door de vele petten, machinistenkielen en conduteursuniformen lijkt het alsof het stoomtijdperk in Leek nooit heeft opgehouden te bestaan. Een rondrit met een van de stoomtreinen is zeer in trek. Op het stationnetje van de beide miniatuurspoorlijnen van het recreatiepark rijden de treinen af en aan en wachten de bezoekers hun kans af om als passagier een plekje op de wagonnetjes te bemachtigen. Ook de animo van de deelnemende modelbouwers om met de eigen trein op de spoorlijn te mogen rijden, is groot. Daarom is er een dienstregeling ingesteld, waardoor iedere machinist gelegenheid krijgt zijn rondjes door het park te maken. Elders in het park staan kraampjes opgesteld, waar stoomliefhebbers materialen en vakliteratuur uitwisselen. Behalve het rijdende en varende stoommaterieel staan er ook veel stationaire machines opgesteld. Met grote stoomwolken en veel gesis blazen deze machines geregeld stoom af, wanneer de eigenaar te lang met het publiek blijft praten en vergeet de druk in de ketel te regelen.

Volgeboekt
De belangstelling van modelbouwers om met hun vaak zelfgebouwde stoomminiaturen deel te mogen nemen aan het stoomfestival is groot. Met het grootste gemak zou de organisatie meer dan driehonderd stoom-enthousiastelingen naar Leek kunnen halen, maar het aantal deelnemers wordt bewust beperkt gehouden tot ruim tweehonderdvijftig. „Dit jaar zijn er 260 deelnemers en daarmee zijn alle campings, hotels en pensions in de omgeving volgeboekt. De meeste deelnemers komen met de hele familie, want de stoomdagen rond Hemelvaartsdag vormen voor hen een ware happening", vertelt Wob Lamberts, hoofd van de technische dienst van recreatiepark Nienoord. Niet alleen het logies van de deelnemers vormt een bottleneck voor het populaire stoomfestival. Ook de grootte van het recreatiepark zelf kent zijn grenzen. „Met de huidige deelnemersaantallen benutten we iedere vierkante meter van het park. Nienoord is eenvoudigweg niet groter."

Vonkenregen
Met zijn mouw veegt deelnemer Henk Flint het zweet van zijn voorhoofd. Zijn gezicht zit onder het roet. De hele dag is hij al in de weer om zijn stoomtractor te vullen met water en het kolenvuur op tijd op te stoken. Naar zijn zwarte gezicht wijzend, zegt hij verontschuldigend: „Tja, de hele machine is in een schaal van één op drie nagebouwd, maar ik als machinist blijf even groot. Vroeger stak die schoorsteen twee meter boven de machinist uit en nu blaast-ie 't net in mijn gezicht." Om zijn haar te beschermen tegen de vonkenregen die van tijd tot tijd uit de schoorsteen komt, draagt Flint net als de meeste andere modelbouwers een pet. Op zijn blauwe kiel prijkt het embleem van Burrell, de fabrieksnaam van de Engelse stoomtractor die Flint zelf heeft gebouwd. Flint kwam al vier keer naar de stoomdagen in Leek als bezoeker. Dit jaar is, na het voltooien van de bouw van de Burrell, voor het eerst deelname mogelijk. „Het is een exacte kopie van een zogenaamde 'agriculture engine' uit 1908. In die tijd gebruikten ze die machines voor het zagen van hout, het dorsen of het trekken van

Zakjapanner
Flint bouwde zo'n dertig jaar geleden al kleine stationaire stoommachines. Altijd bleef de wens bestaan om een grotere machine te bouwen, zoals een stoomtractor. „Maar dat vuur ging in de loop van de tijd langzaam uit. Tot het moment dat ik op een festival in Hellevoetsluis een zelfde machine zag rijden. Dat was het bewijs dat het toch mogelijk was." Flint kocht bij Life Steam Models in Engeland de tekeningen, zoals die begin deze eeuw ook bij de productie van de 'grote' tractoren werden gebruikt. Een hindernis bleken de Engelse maten die in de tekeningen werden gebruikt. „Dat betekende twee avonden alles omrekenen met de zakjapanner. Uiteindelijk ontstonden daarbij veel afwijkingen, waardoor ik later bij het bouwen regelmatig problemen had met niet passende onderdelen." Om ruimte voor zijn hobby te creëren, bouwde Flint speciaal voor zijn stoomtractor een garagebox. Bij een handel in tweedehandsmachines kocht hij een draai- en een freesbank. „Dat zijn gereedschappen die je absoluut niet kunt missen. Nieuw zijn ze echter niet te betalen." In de afgelopen vier jaar besteedde Flint zo'n vijfduizend uren aan de bouw van zijn stoomtractor. „Ik heb bewust gekozen voor een tractor, omdat je daarmee overal kunt rijden. Je bent niet, zoals bij stoomtreinen, afhankelijk van rails en daardoor kun je thuis af en toe ook een eindje rijden." Vrijwel ieder onderdeel aan de stoomtractor heeft Flint in zijn garage zelfgebouwd. Van de stoomfluit tot de messing letters 'Henk Flint' die de zijkant van de tractor sieren. „Wat moeilijker onderdelen zijn het cilinderblok en de krukas. Het blok heb ik daarom als ruw gietstuk bij Life Steam Models gekocht en zelfverder bewerkt." Flint, lid van de Stoomwalsenclub en de Stoomclub Holland, durft voorlopig nog niet na te denken over de bouw van een volgend model. „Ik doe eerst eens even rustig aan, want ik moet thuis met mijn gezin natuurlijk ook de vrede bewaren", glimlacht hij verontschuldigend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.