+ Meer informatie

Naar de CATECHISATIE

5 minuten leestijd

26

Gods namen

Zoals we in onze vorige les hebben opgemerkt, is nooit volledig uit te drukken in menselijke bewoordingen wie en wat God is in Zijn Wezen en eigenschappen. Daarom heeft het God behaagd Zich te openbaren en te doen kennen onder zoveel verscheidene namen en eigenschappen in menselijke taal. En dan gaat de grootheid en hoogheid en heerlijkheid van Gods Wezen nog ver boven al deze benamingen uit. „Bij wie dan zult gij God vergelijken, of wat gelijkenis zult gij op Hem toepassen?” Jes. 40 : 18. Dit getuigenis mogen wij ook wel op het zoëven genoemde toepassen.

Nog een opmerking. Wanneer we spreken van de grote verscheidenheid in de namen en eigenschappen Gods, moeten we weer goed bedenken en verstaan, dat deze ge en delingen zijn van het Wezen Gods, aangezien God is een éénvoudig Wezen. We hopen hierop nader terug te komen bij de bespreking over de eigenschappen Gods, o.m. de eenvoudigheid Gods. Al deze onderscheidingen drukken uit de oneindige grootheid Gods. Gods gehele Wezen is tegelijk liefde, gerechtigheid, heiligheid enz.

Zo heeft God Zichzelf namen gegeven. Hij heeft Zichzelf dus„genoemd”.

De veelheid van namen, in de Schrift genoemd, is dus nodig voor ons om de grootheid en rijkdom van Gods Wezen te kennen. En daartegenover komt dan wel scherp de nietigheid uit van het schepsel God heeft Zichzelf namen gegeven, opdat wij Hem zouden kennen. Maar niet minder om Hem te noemen. Bijzonder vertroostend is dit voor Gods kinderen. Wanneer die God met Zijn eeuwige liefde eens afdaalt in het hart, o, hoe zinkt dit volk dan in stille aanbidding neer! Hoe betuigt het dan met diepe eerbied en verwondering: O, Heere wat zijt Gij groot en goed, dierbaar en beminnelijk! Dan mag het wel eens met de dichter van Ps. 33 zo hartelijk instemmen:


Laat ons alom Zijn lof ontvouwen;
In Hem verblijdt zich ons gemoed,
Omdat wij op Zijn Naam vertrouwen.
Die Naam, zo heilig, groot en goed.


Ja, nog rijker! Want Gods namen zijn Gods zelf-openbaring. Zoals God Zich noemt, zo is Hij.

Onze namen zijn slechts uiterlijke onderscheidingen van elkander. Onze namen zeggen niet wie zij zijn. We kunnen de schoonste namen dragen (denk aan de Bijbelse naam Johannes b.v.), terwijl we het tegenovergestelde openbaren. Maar God is zoals Hij Zich noemt. We kunnen Gods namen onderscheiden in:

a. eigennamen

b. wezensnamen (Gods eigenschappen)

c. persoonsnamen (Gods Drieëenheid)

Gods eigennamen zijn de benoemingsnamen, waarmede God wordt aangesproken en waarmede over Hem wordt gesproken, zoals we zoeven bespraken.

In het Oude Testament openbaarde God Zich o.m. met de namen:

1. Elohim (de meervoudsvorm van El) in onze taal weergegeven door„God”. Zij wijst op Gods hoogheid als Schepper van hemel en aarde en op de eerbied, die Hem toekomt;

2. Adonai, welke naam aangeeft dat God is de Heere, Heer en Meester van alle dingen. Wij spreken niet van Heer, maar zeggen „Heere” uit eerbied en diepe hoogachting jegens God. In onze Statenvertaling staat deze naam van God, Heere, met kleine letters, terwijl de naam Jehovah, die ook Heere betekent, daarin staat aangegeven met hoofdletters: HEERE.

3. Eljoon, d.i. Allerhoogste. Gen. 14 : 19; Jes. 14 : 14; Ps. 91 : 1.

4. El-Shaddai, d.i. de Almachtige, met welke naam God Zich aan Abraham openbaarde en hem de belofte gaf aangaande de geboorte van Izák.

5. Jahwe, welke naam uitdrukt, dat God is de Zijnde, de Levende, de Onveranderlijke, de Getrouwe. Met deze naam was God de vaderen vóór Mozes nog niet op bijzondere wijze bekend geweest in haar heilvolle betekenis. Want zij wijst naar Gods genadeverbond, dat van geen wankelen weet. Hoe menigmaal is deze verbondsnaam van God tot troost en sterkte geweest voor Zijn volk.

6. Jahwe Zebaoth is Heere des heirscharen. Die alle machten in de hemel en op de aarde beheerst en regeert.

7. de naam Vader, welke we ook aantreffen in Jes. 63 : 16. Maar het allerrijkst heeft Christus deze naam geopenbaard. Joh. 17 : 6.

Dezelfde namen vinden we ook in het Nieuwe Testament, maar dan in het Grieks genoemd, de taal, waarin het Nieuwe Testament geschreven is.

Namen als:„de Alpha en de Omega”, Die is en Die was en Die komt” (Openb.) wijzen terug naar de naam Jahwe.

De naam Kurios is de vertaling van de naam „Adonai”, Heere, God als de Eigenaar, de Bezitter van alle dingen. In het bijzonder wordt deze naam ook aan Christus toegekend, want Hem is gegeven alle macht, alle bevoegdheid, in hemel en op aarde, Matth. 28 : 18. Toen de apostelen met de prediking van die Naam de wereld in gingen, kwam tegen die prediking allerwege haat en verzet. Want die naam „Kurios” kwam alleen toe aan de keizers, die als godenzonen vereerd werden. En nu werd gepredikt, dat de eenvoudige profeet van Nazareth, de Heere is. Daarom is het niet te verwonderen, dat aan de belijdenis van die Naam vervolging en smaad verbonden is. Zo krijgt de tekst van 1 Kor. 12 : 3: „En niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn, dan door de Hellige Geest”, duidelijk betekenis.

De naam„Vader” wijst op de allerteerste liefde-verhouding tussen God en Zijn volk. In Christus is die Naam op het allerrijkst aan ’t licht getreden, vanwege Zijn volbracht Middelaarswerk. De Geest der aanneming tot kinderen brengt Gods kind tot het intieme belijden: „Abba, Vader”.

R’dam-W.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.