+ Meer informatie

Wat is Evangeliseren?

5 minuten leestijd

Het Griekse woord „euangelizomai”, betekent in onze taal: het brengen van een blijde boodschap, of een verblijdend bericht. In de Griekse geschiedenis bracht een „euangelos” of heilbode het heuglijke bericht, dat er b.v. een troonsbestijging had plaats gevonden, een kind geboren was of een overwinning op de vijand behaald was. Zulk een bericht, heilsboodschap, noemde de Grieken een euangelion.

In het Nieuwe Testament heeft het altijd de betekenis van wat God gedaan heeft in Christus tot verlossing van zondaren.

Het Hebreeuwse woord „bissar”, dat in het Grieks met euangelizomai vertaald is, heeft in het Oude Testament niet altijd een geestelijke strekking. In 2 Sam. 1 : 20 lezen we b.v.: „Verkondig het niet te Gath”, en in Jer. 20 : 15: „Die mijn vader geboodschapt heeft”, enz. U vindt hier dus de woorden verkondigen en boodschappen. We zeiden niet altijd, echter is dit woord in het Oude Testament vaak van geestelijke betekenis, zelfs heeft het een diep geestelijke strekking. En dan denken we o.a. aan de bekende tekst uit Jes. 52 : 7: „Hoe liefelijk zijn de voeten desgenen, die het goede boodschapt”, en Jes. 6 1 : 1 : „De Heere heeft Mij gezalfd om een blijde boodschap te brengen”.

Wanneer we deze tekst verder lezen, wordt ons duidelijk wat evangeliseren is, namelijk: „om gevangenen vrijheid uit te roepen en de gebondenen opening der gevangenis”.

Evangeliseren bedoelt te voorzien in de nood der ziel. De ziel, die voor een eeuwigheid geschapen is en waarvan het verlies zo onuitsprekelijk groot is. En daarom is evangeliseren een blijde boodschap brengen: „Neigt uw oor en komt tot Mij, hoort en uw ziel zal leven”, Jes. 55 : 3.

Want is het geen blijde boodschap voor hen, die de dodelijke kwaal van hun ziel, door ontdekking des Geestes, hebben leren inleven, te mogen horen uit Gods Woord: „Wij getuigen en verkondigen ulieden dat eeuwige leven, dat bij de Vader was en ons is geopenbaard”, 1 Joh. 1 : 2, zie ook Joh. 1 : 2. Evangeliseren is: hen die in duisternis gezeten zijn te boodschappen, te verkondigen, dat: „God een Licht is en gans geen duisternis in Hem is”. We leren ook uit 1 Joh. 1 : 1-3 dat de verkondiger, die dus evangeliseert, Herri, Die hij verkondigt, moet kennen: „Hetgeen wij aanschouwd hebben en ons is geopenbaard”, en dat hij gemeenschap heeft met Die, Die hij verkondigt.

Het evangeliseren betreft dus niet de stoffelijke belangen, hoewel er helaas velen zijn die juist daar de nadruk op leggen, namelijk op kleding, voedsel, onderdak, een menswaardig bestaan, lotsverbetering, kortom: medemenselijkheid. Het is alsof de mens geen ziel meer heeft, of een goed dóór de wereld komen (niet hoe men er uit komt) de hoofdzaak is. Ondanks een verkondigings-aktivisme weet men met het evangelie geen raad, weet men niet wat evangeliseren is zoals de Schrift het leert.

Evangeliseren is te prediken de bekering en vergeving der zonden. Luk. 4 : 47. Bekering en vergeving is de inhoud van de evangelisatie en dit moet geschieden in Zijn Naam, Hij roept tot dat werk en Hij bekwaamt ook daartoe. Evangeliseren is een naar de mens toegekeerde prediking, want hij wordt aangesproken in de ware toestand waarin hij verkeert, namelijk in zonde en ellende. En daarom is het geen evangelie náár de mens, want hij wil, zonder ontdekkend Geesteslicht, niet erkennen dat hij een verloren mens is. Daarom is evangeliseren ontdekkend prediken, doch ook te wijzen op de weg ter ontkoming in Christus Jezus, Die de inhoud van het Evangelie is.

Omdat velen de boodschap des heils niet verstaan en deze dus ook niet aan anderen kunnen brengen, wordt de medemenselijkheid – waarbij vaak de nood van de ziel verzwegen wordt – benadrukt en beoefend als evangelisatie.

Een oude methodist zei eens: als ik vroeger er op uit trok en de mensen vroeg naar hun maatschappelijk welzijn, kreeg ik meerdere malen ten antwoord: dat is eigenlijk uw taak niet, u moet evangeliseren, u moet onderwijzen in de dingen, die hel eeuwige leven aangaan, daar gaat het om. Nu is het omgekeerd, zei hij, want als ik nu over zaken van dood en leven wil spreken, antwoordt men mij: dat is niet zo belangrijk, de hoofdzaak is dat wij en onze kinderen te eten en te drinken hebben, dan zijn we dankbaar. We zouden zeggen: in deze lijn beweegt zich al meer de evangelisatie. Het stoffelijke gaat voorop, terwijl evangeliseren toch bedoelt een verlossend antwoord te geven op de vraag: hoe kom ik met God in een verzoende betrekking?

Evangeliseren betekent: de weg tot verlossing te ontsluiten uit Gods Woord, de mens te beëvangeliseren. Evangeliseren wil zeggen: Christus prediken, „en men kan Christus niet prediken”, heeft Ds. W. L. Tukker eens opgemerkt, „of men moet de bekering en de vergeving der zonden prediken”.

Die daar iets van geleerd hebben, gaan ook verkondigen uit liefde tot Hem, Die de dichter van psalm 40 profetisch aanwijst: „Ik boodschap de gerechtigheid – de door Christus aangebrachte gerechtigheid – in de grote gemeente; zie, mijn lippen bedwing ik niet; Heere, Gij weet het”.

Gods gunstgenoten zeggen wel: ik ben arm, nooddruftig en ellendig, toch kan ik niet nalaten U groot te maken, want Gij zijt mijn Hulp en Bevrijder.

Hoewel niet geroepen zijnde tot het ambt der bediening, doch ambtelijk in de genade staande, zingt de ware Sioniet: „Komt, luistert toe gij Godsgezinden, hoort, wat Hij mij deed ondervinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest”.

Ook dit evangeliseren wordt niet zo vaak meer gehoord, het fijne goud is zo verdonkerd, de dochter Sions gaat zwijgend in het zwart, omdat haar sieraad is weggenomen.

R.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.