+ Meer informatie

Kerkelijk werkers in de kerk?!

12 minuten leestijd

Als we vragen naar het wezen van het kerk-zijn, dan vragen we naar het wezen van God zelf. Als we als kerk niet voortvloeien uit het wezen van God zelf, wat zegt dat dan over ons als kerk? En als we daarnaar vragen, waar komen we dan op uit?

Vanuit het Nieuwe Testament kunnen we zeggen dat we het lichaam van Christus zijn, dat we een eenheid in Christus vormen die verbonden is door liefde en door de Geest. Het wezen daarvan heeft de HERE ons al diep in het Oude Testament geopenbaard. Toen Hij zijn naam bekendmaakte aan Mozes bij de brandende braamstruik liet Hij ons zijn Wezen zien. In Exodus 2, 23 -3,14 staat drie keer dat God heeft gehoord en gezien (2,24.25; 3,7; 3,9). In de laatste twee verzen is God zelf aan het woord. Hij heeft de ellende van zijn volk gezien en hun gejammer over hun drijvers gehoord. Op grond daarvan gaat Hij over tot actie (3,10): Dus, Mozes, ik stuur jou naar farao, om mijn volk te bevrijden. Professor A. Baart heeft op grond van onderzoek naar Oude Wijken pastoraat geconcludeerd dat de belangrijkste dingen in relaties gebeuren voordat er iets wordt gezegd of iets wordt gedaan. De aanwezigheid van de ander geeft bestaansrecht: je wordt gezien, je wordt gehoord. Niet gezien en niet gehoord worden, betekent feitelijk genegeerd worden. Je bent er niet en je mag er ook niet zijn. Toen Mozes de opdracht hoorde dat hij uitvoering moest geven aan Gods actie, schrok hij daar terecht voor terug. Maar dan zegt God: Ik ben immers met je! (3,12). En daar staat in het Hebreeuws hetzelfde werkwoord dat twee verzen later gebruikt worden om Gods Naam, zijn Wezen aan te duiden: JHWH. IK BEN; IK BEN DIE IK BEN; IK BEN ERBIJ (3,14).

Als we dus vragen naar het wezen van de kerk, dan komen we hier terecht: bij de ander zijn, de ander zien, de ander horen. Aandacht voor je naaste hebben. In je eigen leven ruimte en tijd maken voor de naaste. Maar juist dit staat onder druk in deze tijd. Tijd is schaars. En we hebben allemaal zelf zoveel ruimte nodig dat er minder (weinig?) ruimte overblijft voor onze naasten. En in de kerk is het niet anders. Ook daar voelen veel mensen zich niet gezien en gehoord. Kunnen en mogen ze er niet zijn zoals ze zijn. Hun nood wordt niet gezien, hun jammerklachten worden afgedaan (gezeur; dat weten we al; we weten wie het zegt; niet klagen, maar dragen).

En dan hebben we als kerk, als gemeente (gemeenschap) grofweg drie keuzemogelijkheden.

1. We laten de boel zoals die is.

2. We gaan er meer tijd en energie in steken: iedereen de handen uit de mouwen.

3. We nemen er professionals voor in dienst.

De meest gunstige voor elke gemeente is een combinatie van 2 en 3. Veel gemeenten zijn dan ook blij dat ze een predikant hebben. Of ze zijn met meer of minder gevoel van urgentie op zoek naar een predikant.

Maar:

In een kerkblad las ik kortgeleden dat het moeilijk is om een predikant te beroepen, onder andere omdat het aantal predikanten in onze kerken terugloopt. Vorig jaar hebben alle kerkenraden het verzoek gekregen om de oorzaken van het vastlopen van het beroepingswerk te willen onderzoeken. Veel kerken slagen er niet in om alle vacatures binnen de kerkenraad vervuld te krijgen. Ze zijn op zoek naar manieren om het werk dat zo blijft liggen toch (enigszins) gedaan te krijgen, of op zijn minst voldoende in kaart te brengen wat er blijft liggen, dan wel gedaan moet worden.

Veel kerkenraden hebben de weg gevonden naar het benoemen van iemand die het werk moet doen dat is blijven liggen.

Herkent u deze situatie?

Een gemeente van rond de 500 leden heeft een predikant en een kerkenraad. Maar het vervullen van de ambten lukt niet meer zoals dat eerder wel ging. Er blijven vacatures en de ambtsdragers die er wel zijn hebben minder tijd dan vroeger voor hun ambtswerk. Ze zijn druk met hun eigen werk, hun gezin, met mantelzorg en/of met nog andere zaken. Het is niet (meer) mogelijk om de aandacht te geven die nodig, dan wel gewenst is.

Er zijn een aantal scenario’s mogelijk en wellicht herkent u deze. De ambtsdragers doen wat er gedaan moet worden ten koste van hun andere taken. Tenslotte moet elk adres in hun wijk minimaal 1 keer per jaar huisbezoek ontvangen: maar de kwaliteit van de bezoeken gaat wel achteruit en gemeenteleden voelen zich niet echt gekend. De predikant wordt er op afgestuurd, maar ook hij heeft zijn grenzen bereikt. Niet alle predikanten kunnen hun grenzen goed aangeven en zo raakt de predikant al snel overbelast. Risico: uitvallen van de predikant voor langere tijd.

Een andere mogelijkheid is om naast de ambtsdragers andere gemeenteleden aan te stellen die het ambtswerk ondersteunen. Maar heel vaak is dat vissen in dezelfde vijver en lukt het al na een aantal jaren niet meer om ook die functies vervuld te krijgen.

Er vallen gaten, gemeenteleden schuiven het af op de kerkenraad om vacatures vervuld te krijgen en daarmee wordt de taak van de zittende leden nog zwaarder. Wie kan en wil dit nog?

En dan twee ervaringen:

De predikant zegt iemand te kennen die een opleiding in de theologie heeft en met wie hij wel wil samenwerken. Hij heeft ondersteuning nodig. Er wordt contact gelegd en het resultaat is een pastoraal werker die de 70-plussers in de gemeente zo’n 4 keer per jaar een bezoek brengt. De pastoraal werker gaat aan de slag en legt 4 tot 6 bezoeken per dag af. De kerkenraadsleden zijn verbaasd hoeveel bezoeken er worden afgelegd. Maandelijks rapporteert de pastoraal werker aan de kerkenraad bij wie er bezoeken zijn gebracht en hoeveel tijd er in totaal mee is gemoeid. Inhoudelijk verslag wordt alleen in een eveneens maandelijks werkoverleg met de predikant gedaan. De pastoraal werker wordt van tijd tot tijd ook gevraagd om begrafenissen te leiden. Dit alles tot opluchting van de predikant, die een grote last van zich voelt afvallen. Nu kan hijzelf ook meer bezoeken bij anderen gaan afleggen. Een tijdlang worden zijn bezoekafspraken zelfs door de pastoraal werker gemaakt. Tot grote tevredenheid van de kerkenraad en de gemeente.

In een vergelijkbare situatie komt er een open sollicitatie binnen van iemand die ervaring heeft in het pastoraat. Het komt als een gebedsverhoring en het contact is snel gelegd. Ook hier gaat het om verlichting van de taak van de predikant. Afgesproken wordt dat de pastoraal werker 1 dag in de week bezoeken komt afleggen. Zij wordt geen lid van de gemeente. Dat heeft enkele nadelen, maar vooral ook voordelen: de kerkelijk werker is immers geen onderdeel van de onrust die binnen de gemeente is ontstaan. Zij kan de verhalen van de ouderen aanhoren en naar hun pijn en moeite luisteren zonder de last van het moeten uitzetten van beleid. En zonder deel uit te maken van de problemen. Mensen vertellen hun moeiten en voelen zich gehoord. Ze krijgen weer regelmatig bezoek. Dat was al een tijd niet meer mogelijk vanwege de lasten die er op de schouders van de predikant terecht waren gekomen.

Een andere situatie:

Een grotere gemeente met meer dan een predikant besluit om de taken van die predikanten te verdelen naar aandachtsgebieden en de talenten van de predikanten. Maar het is niet nodig dat alle pastoraat door een predikant wordt gedaan, terwijl er wel behoefte is aan mensen die ervoor zijn opgeleid. Besloten wordt om een sollicitatieprocedure te starten voor een of meer kerkelijk werkers die onder of naast de predikanten een groot deel van het pastoraat op zich nemen. De kerkelijk werker krijgt een eigen wijk om te bearbeiden en pastoraal te overzien. Het wordt beter gevonden dat de kerkelijk werker ook lid wordt van de gemeente en wordt ingepast in de structuur van het leiding geven aan de gemeente. Na verloop van een aantal jaren wordt de situatie voor onbepaalde tijd voortgezet.

Nog een situatie:

Er zijn veel kinderen in de gemeente, maar naarmate de leeftijd toeneemt, neemt het aantal betrokken jongeren af. Er zijn wel enkele mensen in de kerk die energie en visie hebben voor jongeren en jeugdwerk, maar dat zijn er te weinig en de last naast hun overige taken is te groot.

De predikant heeft best oog voor jongeren, maar ook hij kan niet meer werk aan dan hij al heeft. Het aantal catechisaties is te groot, of de groepen worden te groot. En vanuit de classis wordt er ook weer een beroep op hem en op zijn tijd gedaan.

Er wordt een aantal gemeenteleden gezocht om catechisatie te geven en dat doen ze met veel enthousiasme. Maar zowel kinderen als ouders geven aan dat de kinderen er weinig leren en het aantal jongeren dat komt loopt met de leeftijd terug.

Een opgeleide theoloog als catecheet kan uitkomst brengen voor de catechisaties. Maar daarnaast kan ook een praktisch opgeleide jongerenwerker worden ingezet om het jeugdwerk te coördineren, te dragen en te ontwikkelen voor langere tijd.

Weer twee ervaringen:

Een theoloog als catecheet had oog voor de vragen van de jongeren en hoefde niet zo nodig alleen maar het boekje te volgen. Verbinding tussen de vragen en de stof werden veel meer en beter gelegd en de catechisanten voelden zich gehoord en gezien.

Een aangestelde jongerenwerker bezocht alle jongeren in de leeftijd vanaf 14 jaar, en hun ouders. Aan het begin van het nieuwe seizoen was het aantal catechisanten in de oudere groepen verdubbeld en ook het jeugdwerk nam in omvang toe. De jeugdwerker begeleidde de jeugdleiders en hielp hen met de moeiten die ze tegenkwamen. Hij ontwikkelde een visie waarbij hij zowel jongeren persoonlijk benadert als ook in groepsverband brainstormsessies en activiteiten plant. Besloten werd de jeugdwerker voor onbepaalde tijd in dienst te nemen.

In een andere gemeente zijn veel mensen met problemen op het gebied van het geloof en van de geestelijke gezondheid. Een pastoraal werker met een goede theologische opleiding en ervaring met en enige kennis over psychische en psychiatrische ziektebeelden legt maandelijks begeleidingsbezoeken bij hen af. Velen van hen voelen zich voor het eerst gezien en gehoord en leven ervan op. Voor anderen is de pastoraal werker het enige contact met de kerk. Weer anderen worden begeleid van een verkeerd godsbeeld naar het leren kennen van de HERE zelf. Van afweer bij het lezen van de Bijbel zijn hun ogen gaan glimmen bij het openen van de Schriften. Voor weer anderen is de blijvende aandacht als balsem voor hun gewonde ziel. Geen ouderling of predikant kan zich zo’n tijd en ruimte voor aandacht veroorloven. De pastoraal werker kan dat met de juiste opdracht wel.

Weer een andere mogelijkheid:

Een kerk staat in een plaats of een wijk waar veel armoede en eenzaamheid is. Vanuit de gemeente wordt de behoefte gevoeld om daar iets in te doen. De diakenen weten gelukkig al heel veel wegen in de stad of het dorp en het landelijk diaconaal bureau ondersteunt hen daar heel goed in. Maar toch is er niet de ruimte voor hen om een groter project op te zetten en te coördineren, de vrijwilligers te werven en aan te sturen. Ook de benodigde kennis daarvoor is niet voldoende aanwezig en de tijd om zich te bekwamen ontbreekt. Ook de plannen blijven te vaag om ze daadwerkelijk te gaan uitvoeren.

Er blijken voldoende gekwalificeerde diaconale en/of missionaire kerkelijk werkers te zijn en het zoeken naar iemand die geschikt is kan beginnen. Ik denk dat u zelf ook nog wel situaties kunt bedenken.

Maar wat zijn dat dan voor mensen: kerkelijk werkers?

Die vraag kun je op verschillende manieren beantwoorden. Laat ik beginnen met hun motivatie. Kerkelijk werkers zijn mensen die zich geroepen weten om God te dienen door zijn kerk te dienen. Ze voelen zich geroepen om hun gaven te gebruiken in dienst van de kerk. En daarin willen ze iets laten zien van het wezen van de kerk en van het wezen van God zelf. En net als overal in de kerk: de HERE is er bij en geeft zijn zegen. Hij doet het werk, ook al zijn wij, net als Mozes, door Hem gezonden. De meeste kerkelijk werkers hebben tegenwoordig een opleiding theologie afgerond. Dat kan zowel op universitair niveau zijn als op HBO-niveau. Er zijn redelijk wat studenten van de TUA die niet geroepen worden tot het predikantschap, maar wel de kerken willen dienen. Ik weet dat de kerken hen vaak niet kennen, omdat ze nergens in het jaarboekje als CGK-studenten worden vermeld. Maar een telefoontje naar de TUA kan een eerste contact tot stand brengen. Daarnaast zijn er kerkelijk werkers die afgestudeerd zijn aan een HBO-opleiding Godsdienst Pastoraal Werk of iets dat daarmee te vergelijken is. Zij zijn meer praktisch opgeleid om zich bezig te kunnen houden met allerlei zaken in de gemeente waarvoor in de kerkenraad niet voldoende tijd of expertise is. Zo kunnen zij een goede bijdrage leveren aan het analyseren van problemen in de kerk en het helpen ontwikkelen van een visie om van daaruit verder te komen. Kortom: zij zijn mensen die niet alleen door hun roeping en gaven gemotiveerd zijn, maar ook door hun opleiding bekwaam zijn om taken in de gemeente op zich te nemen waarvoor geen mensen beschikbaar en/of geschikt zijn in de eigen gemeente.

Er zijn ook beroepsverenigingen voor kerkelijk werkers. Binnen de Protestantse Kerk is er een en er is er een voor de kerkelijk werkers in de GKv, CGK en NGK: Luceo *. Door middel van een geregelde intervisie leren ze omgaan met feedback, zichzelf onder ogen zien en verbeteren. Op studiedagen worden ze uitgedaagd om nieuwe dingen te leren en er over na te denken. Alles om op een goede manier hun plaats in te nemen in de kerk, in het Lichaam van Christus, om anderen te zien en te horen.

* Luceo heeft een ledenlijst, waarin kerkelijk werkers staan die vaak wel, maar soms ook geen werk hebben in de kerk. De vereniging is op internet te bereiken via de site: luceo-kw.nl.

Rini van der Beek (1961) woont in Apeldoorn en is momenteel kerkelijk werker in de CGK te Ermelo, te Hoogeveen en te Aalten. Hij is in verschillende gemeenten als kerkelijk werker werkzaam geweest op diverse terreinen (pastoraat, catechese, beleid, toerusting kerkenraad).

Mail: agvanderbeek@solcon.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.