+ Meer informatie

Als het niet lekker loopt hoe begeleid je een gezin?

9 minuten leestijd

Ouderlingen hebben een belangrijke taak betreffffende de geloofsbegeleiding in de gezinnen. Het belangrijkste instrument dat zij hiervoor gebruiken is het huisbezoek. De kerkorde (art. 23) bepaalt dat de ouderlingen jaarlijks de leden van de gemeente zullen bezoeken. Hetzelfde kerkordeartikel spreekt er over dat “ze de leden van de gemeente vertroosten, vermanen en onderwijzen onder andere met het oog op de avondmaalsviering”.

De Bijbelse achtergrond van deze bepaling vind je onder meer in de aanwijzingen die de apostel Paulus geeft in de brief aan de gemeente van Efeze in hoofdstuk 4. Helder is wat hij schrijft in vers 12 en 13: “om de heiligen toe te rusten tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus.”

Aan de gemeente zijn herders en leraars (ouderlingen) gegeven om deze taak uit te voeren (vers 11). Via het huisbezoek vraagt de ouderling naar de ‘maat’ van het geloof. Blijkens de brief aan Efeze gaat het daarbij om de eenheid, kennis en volwassenheid van het geloof. Dankbaarheid is er bij de ouderlingen als zij merken dat dit geloof leeft, wat blijkt uit de persoonlijke relatie met God en het zichtbaar worden in het dagelijks functioneren in gezin en werk. Hartelijk worden deze belijdende leden uitgenodigd het sacrament van het avondmaal in de gemeente mee te vieren. Maar als het niet lekker loopt? Wat dan?

Luisteren

De kerkorde helpt ons door de drie werkwoorden vertroosten, vermanen en onderwijzen te noemen. Deze drie bedoelen de inhoud van het huisbezoek aan te duiden.

Belangrijk is altijd dat we eerst goed luisteren naar hoe het is gesteld met het gezin. Willen we troost, vermaning of onderwijs geven dan zullen we eerst moeten weten in welke situaties we moeten troosten, vermanen of onderwijzen. Alle pastoraat, en juist ook in situaties waar het niet lekker loopt, begint met luisteren en waarnemen.
Luisteren wil niet zeggen dat je niet spreekt. Om goed te luisteren zijn luistervaardigheden nodig die juist vorm krijgen in het stellen van goede vragen. Dit zijn vooral open vragen waarbij mensen de gelegenheid krijgen zich uit te spreken. Belangrijk is ook het doorvragen naar de breedte en diepte van de moeite. Het is een heel goede luistertechniek om regelmatig samen te vatten. Hiermee laat je niet alleen zien dat je goed geluisterd hebt en vraag je of je het goed begrepen hebt, maar ook help je hiermee het gemeentelid om zijn verhaal te structureren en verder door te vertellen.

Het helpt dan om vervolgens voorzichtig conclusies te trekken en na te gaan of dit door de pastorant wordt herkend en ook erkend.

Pas daarna kan bepaald worden wat er aan troost, vermaning of onderwijs geboden kan worden. Hierbij is het de vraag of het lid daar open voor staat. Zeker in situaties waar sprake is van het leven in zonden kan het zo zijn dat iemand niet open staat voor begeleiding. Er zal dan eerst nog een traject van motivatie gelopen moeten worden, om de begeleiding te willen ontvangen. Vermaning kan daar noodzakelijk bij zijn, soms ook het toepassen van tuchtmaatregelen. Maar voor alles in de gezindheid van Christus, dat wil zeggen met liefde.

Eigenaarschap

Belangrijk is dat de pastorant (m/v) ook ‘eigenaar’ blijft of wordt van zijn zorgen en zo mogelijk ook van de oplossingsrichting. Het is dan ook goed om regelmatig hem te vragen wat hij zelf denkt hoe het zit en hoe hij zelf denkt het aan te pakken. De eigen gekozen oplossingen zijn vaak beter dan de oplossingen die door de ouderling worden aangereikt.

Bedenk bij dit alles, dat deze begeleiding vaak niet een zaak is van één gesprek. Het jaarlijkse huisbezoek is dan te weinig. Een vervolggesprek op kortere termijn is noodzakelijk. Het is niet verkeerd wanneer zo’n eerste (huis)bezoek afgerond wordt door te zeggen dat we het goed gehoord hebben, dat we niet gelijk antwoorden of oplossingen hebben, dat we er over willen nadenken en daar graag een volgende keer over willen doorspreken. Nadenktijd is belangrijk om niet te impulsief en intuïtief te werk te gaan. Nadenktijd geeft ook de mogelijkheid om met andere ambtsdragers te overleggen om tot een betere analyse te komen. We zijn als ambtsdragers aan elkaar gegeven om elkaar tot een hand en een voet te zijn. Een goede analyse zorgt ook voor een beter doel voor de pastorale begeleiding.

Richting bepalen

De zorgen kunnen van allerlei aard zijn. Mensen kunnen vastzitten in verdriet vanwege verlieservaringen. Mensen kunnen wanhopig zijn vanwege een ernstige ziekte die hen sloopt of vanwege verstoorde verhoudingen in de familie die zich niet lijken te helen. Onkunde kan bestaan ten aanzien van de essenties van het geloof; en zwakheid ten aanzien van de zondige verleidingen die op hen afkomen. Al deze zaken staan in het kader van ‘de maat’ van het geloof. Welke rol speelt God hierin?

Voor al deze en andere zorgen gelden verschillende werkwijzen en doelen van begeleiding. Het gaat mogelijk te ver om in dergelijke pastorale situaties een plan te schrijven, maar de systematiek van een plan zal ons helpen.

Zoals hierboven aangegeven begint dat met een goede observatie en vervolgens een overwogen analyse op grond waarvan er doelen en richtingen kunnen worden bepaald. De gekozen richting is dan vrijwel altijd onder te brengen in een van de drie categorieën: troosten, vermanen of onderwijzen. Er kunnen natuurlijk ook meerdere doelen tegelijk zijn waarheen begeleid zal worden, en er kunnen ook tussendoelen of eerste doelen en later nog andere te bepalen doelen gesteld worden.

In dit alles blijft de pastorant zoveel mogelijk ook zelf verantwoordelijk voor zijn moeite en zorg.

Vertroosten

Wanneer de fase van het komen tot een richting is doorlopen begint de volgende fase, die van de daadwerkelijke begeleiding. Uiteraard is ook de vorige fase al een vorm van begeleiding maar nu gaat het om de doelgerichte en planmatige aanpak.

Als het gaat om vertroosten dan is het belangrijk dat we beseffen dat er ruimte moet zijn om gevoelens te verwerken. Daar is tijd voor nodig en daarvoor is het meestal ook nodig dat die gevoelens geuit kunnen worden. Het is niet erg als een weduwe nu al voor de zoveelste maal vertelt hoe haar man gestorven is en hoe de begrafenis was. Het helpt haar. We zijn als ouderlingen dan vooral metgezellen die luisteren, meeleven en misschien ook wel meelijden. We zijn ook gidsen die wijzen naar Hem die het verdriet kent en bij Wie een schuilplaats is tegen angst en schaamte. Hij is ook degene die belooft alle tranen te zullen afwissen. Hoe prachtig is het om als ouderling jongeren en ouderen daarheen te mogen (bege)leiden.

Vermanen

Wanneer er sprake is van zwakheid of het hardnekkig volhouden van het leven in de zonden, dan is er de vermaning. Vermanen kan heel warm en heel betrokken zijn. Vermaning kan ook heel hard en scherp zijn, maar ook in dat geval is het een vorm van liefde. In de scherpheid wordt, als het goed is, juist zichtbaar hoe graag je de ander veranderd wil zien. Tucht is niet afstoten, maar juist trekken.

Van belang daarbij is dat niet alleen aangegeven wordt wat er verkeerd is, maar ook hoe het wel moet. Biedt ook ondersteuning bij het ‘weer opstaan’. Een heel betekenisvolle begeleiding is door regelmatig op bezoek te komen en de voortgang te bespreken, eventueel te corrigeren en vooral ook te bevestigen wanneer het goed gaat, of niet fouter gaat. Te allen tijde staat dit vermaan natuurlijk in het grote perspectief van de eer van God en de bekering van de zondaar.

Onderwijzen

Ouderlingen ervaren vaak dat er bij veel leden gebrek is aan (doorleefde) kennis van het geloof. Onderwijs is daarbij op zijn plaats. Het lezen uit de Bijbel, uitleg ervan en toepassing erbij is daarop het antwoord. Van belang is natuurlijk dat de ouderling zelf over voldoende kennis bezit en die ook onderhoudt zoals de bevestigingsformulieren aangeven. De kunst is om het onderwijs op maat te geven. Bedenk hierbij dat het huisbezoek niet de enige mogelijkheid is. Afgezien van de zondagse erediensten kunnen er door of vanwege de ouderlingen allerlei verenigingen, Bijbelkringen e.d. worden opgezet, waarheen verwezen kan worden.

Afronden

Tenslotte is er ook de fase van afronding. Een zorgvuldige afronding van de troost, vermaning of onderwijs wordt vaak verwaarloosd. Het is zinvol om aan te geven dat het begeleidingstraject gestopt wordt. Kondig dat ook aan. Sta in de laatste ontmoeting nog eens even stil bij hoe het gegaan is, wat er (niet) bereikt is. Breng de dank, de lof en de zorgen in gebed bij God, zoals je dat gedurig deed. Bespreek hoe het verder zal gaan, hoe jullie samen met elkaar omgaan. In sommige gevallen moet er gewezen worden op meer hulp, misschien wel in professioneel verband. Ouderlingen behoren wat dat betreft de sociale kaart te kennen.

Wanneer er sprake is van verwijzing adviseer ik om de pastorale begeleiding niet te stoppen, maar contact te blijven houden en ondersteuning te verlenen. Afronding zal dan plaats vinden nadat de hulpverlening is afgerond en iemand weer terug is in de gebruikelijke verbanden van gezin, werk en kerk.

Uiteraard moet opgepast worden om de hulpverlening niet in de wielen te rijden. Tegelijkertijd kan de pastor juist zorg dragen voor de verbinding met God. Pastoraat is immers God ter sprake brengen bij mensen, en mensen ter sprake brengen bij God.

Geestelijk

Ik ben me ervan bewust dat ik in dit artikel behoorlijk technische termen gebruik die voor hulpverleners zeer vertrouwd zijn, maar ongebruikelijk en misschien zelfs wel weerstand oproepend bij ons ouderlingen, in het bijzonder omdat het zo weinig geestelijk klinkt. Hopelijk kunt u over deze weerstand heenstappen en zien dat deze methodische taal en aanpak een belangrijke rol speelt in de vorming van professionele pastoraal werkers zoals dat op de opleidingen plaatsvindt. Zijn ze eenmaal gevormd dan blijkt deze aanpak veel minder technisch maar geïntegreerd te zijn met een bewogen pastorale benadering die vooral gedreven wordt door de liefde van Christus. Elke deskundige zal een leerfase moeten doormaken waarin hij moet oefenen en dat voelt vaak als ‘niet echt’.

Ook in het pastorale handelen van de Heere Jezus Christus is te zien hoe Hij scherp waarneemt, concludeert en op maat brengt wat nodig is. In een blad als het onze ontkomen we er niet aan om op een wat methodische wijze de gang van zaken te beschrijven. Het doel ervan is dat we dit ons eigen maken, niet om technieken (trucjes) uit te voeren, maar om ons denken en handelen te optimaliseren ten nutte van onze medemens en tot eer van God.

Drs. Heystek is ouderling in de gemeente Veenendaal – Pniël. Hij is werkzaam als docent psychologie en pastorale vakken in het hoger theologisch beroepsonderwijs in Ede (CHE) en Apeldoorn (TUA).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.