+ Meer informatie

Suriname: niet langer behoefte aan Nederlands militair advies

Regering vindt dat missie per 1 mei kan worden teruggetrokken

5 minuten leestijd

Afgelopen week kwam uit Paramaribo het bericht dat de Surinaamse regering van mening is dat de Nederlandse militaire missie per 1 mei a.s. uit Suriname kan worden terug getrokken. Suriname kan het nu verder wel alleen, zo wordt gezegd, want het land heeft aan de hulp en de adviezen van dat groepje Nederlandse militairen geen behoefte meer. Hoewel zelfoverschatting de Surinamer niet vreemd is, zijn wij geneigd de directe aanleiding tot het doen van deze uitspraak toch elders te zoeken.

Opvallend is namelijk dat deze uitspraak afkomstig is van de „linkse" Surinaamse onderofficier Sital, die direct na zijn vrijlating uit de gevangenis aankondigde dat de Surinaamse revolutie verder een socialistische koers zou volgen. Van meer „rechts" georienteerde militaire leiders in Suriname is bekend dat zij juist de militaire banden met de Nederlandse defensie willen versterken. Zij dringen aan op begeleiding van de (nu negen man sterke) militaire missie, meer opleidings faciliteiten aan Nederlands militiare opleidingsinrichtingen voor jonge Surinaamse militairen en grotere leveranties van militair materieel door het Nederlandse ministerie van Defensie aan het revolutionaire Surinaamse leger.

Het is dus goed denkbaar dat het Surinaamse verzoek aan de Nederlandse regering om de militaire missie per 1 mei a.s. terug te trekken niet zozeer gebadeerd is op zakelijke argumenten of voortgekomen uit zelfoverschatting, maar is te beschouwen als een zet in het niet geheel doorzichtige schaakspel dat de verschillende stromingen, binnen de Surinaamse legertop met elkaar spelen.

Er zijn trouwens aanwijzingen dat er per 1 mei a.s. weer nieuwe wijzigingen (zuiveringen) in de Surinaamse regering zullen worden doorgevoerd. Suriname is bezig een operetteachtige bananenrepubliek te worden. Het aantal Surinamers dat nog geen minister is geweest begint af te nemen. Wij schreven al meermalen dat de reeks Surinaamse revoluties nog niet is uitgewoed. De revolutie verslindt nu haar eigen kinderen en het gezegde: Wie wind zaait zal storm oogsten, wordt nu ook in Suriname bewaarheid.

Geschiedenis

De korte geschiedenis van de Nederlandse militaire missie overziende kan daaruit het volgende worden weergegeven. Tijdens het bilateraal overleg tussen Nederland met Suriname — welk overleg van 14 tot 21 mei 1975 (dus nog voor de onafhankelijkwording van Suriname) in Paramaribo werd gevoerd — werd overeengekomen dat Nederland na het terugtrekken van het Nederlandse landmachtonderdeel TRIS (Troepenmacht in Suriname) gedurende maximaal vijf jaar een militaire missie van hoogstens vijftien man in Suriname zou stètioneren. De missieleden zouden Suriname als adviseurs behulpzaam zijn bij de opbouw van de Surinaamse krijgsmacht. Die krijgsmacht zou een legertje van circa duizend man sterk zijn en zou — bij afwezigheid van militaire dreiging — op aanwijzing van de Surinaamse regering waardevolle bijdragen kunnen leveren aan de ontwikkeling van het land. Een „ontwikkelingsleger" zou bijvoorbeeld met geniematerieel bruggen kunnen slaan en wegen kunnen aanleggen en onderhouden.

Beneden niveau

Het is spijtig te moeten vaststellen dat het Surinaamse legertje zich door besluiteloosheid en ambtenarij niet in de genie-richting heeft kunnen ontwikkelen. Even spijtig is het te moeten constateren dat ook de militaire missie van de aanvang af (25 november 1975) niet overeenkomstig de bedoelingen heeft gefunctioneerd. Om strikt protocolaire redenen werd het eerste half jaar in volstrekte ledigheid doorgebracht.

En toen na de eerste voor Surinaamse moeilijkste maanden de militaire missie eindelijk aan de slag kon, bleef de effectiviteit door gebrek aan motivatie en door onverenigbaarheid van karakters ver beneden het niveau dat mocht worden verwacht.

Meermalen kwam dan ook zowel bij het Nederlandse ininisterie van Defensie als bij de Surinaamse regering de gedachte op om de mislukking van de beschikbaarstelling van de militaire missie maar te erkennen en de werkzaamheden van de missie te beëindigen. Omdat Nederland gaarne de toezegging van vijf jaar wilde inlossen en omdat Suriname overwoog dat de missie haar weliswaar niets opleverde maar ook niets kostte bleef de missie gehandhaafd.

Het spreekt vanzelf dat door de leden van de militaire missie zelf geen enkel initiatief werd genomen dat tot beëindiging van hun beschikbaarstelling zou kunnen leiden. Zij combineerden immers een minimale werklast en verantwoordelijkheid met een riant inkomen en maakten zo van Suriname een ideaal vakantieoord.

Enige malen poogde het Nederlandse ministerie van Defensie door de individuele vervanging van de missieleden de motivatie van de missie als geheel te verbeteren, maar dit bleef zonder zichtbaar resultaat. Een van de aanvang af geheerst hebbend tekort aan begrip voor de specifieke plaats en mogelijkheden kon niet meer met enkele kunstgrepen worden goedgemaakt.

Revolutie

Ten tijde van de revolutie in februari 1980 bleek dat enige missieleden niet alleen van de komende revolte op de hoogte waren geweest, maar ook aan de voorbereiding ervan bijdragen hadden geleverd. Him onvoorzichtig gedrag voor en tijdens de staatsgreep bracht de Nederlandse regering in ernstige verlegenheid en in de Tweede Kamer zijn daarover harde woorden gevallen. Er werden enige mutaties in de missie aangebracht, maar de missie als geheel bleef ook toen in augustus 1980 door de nieuwe ingreep de revolutie principieel van koers veranderde.

Naar mate het duidelijker werd dat het in Suriname met de democratie, met de persvrijheid en met de zogenaamde mensenrechten bergafwaarts ging begon Nederland met zijn in een vreemde mogendheid gestationeerde „militaire adviseurs" internationaal in een steeds moeilijker parket te geraken. Er zijn aanwijzingen dat de Nederlandse regering naar een gelegenheid zocht om aan het betrokken zijn bij een bedenkelijke ontwikkeling een einde te maken.

Die gelegenheid wordt Nederland nu — weliswaar voortkomend uit een interne Surinaamse machtsstrijd — op een presenteerblaadje aangeboden. Ons dunkt dat Nederland deze gelegenheid met beide handen behoort aan te grijpen en de militaire banden met het naar de dictatuur afglijdende Suriname moet verbreken. Inpiaats van ontwikkelingsinstrument is het Surinaamse leger een onderdrukkingsapparaat geworden. In plaats van te dienen zijn de militairen gaan heersen en zij bezetten posten die hen niet toekomen.

Dus geen Nederlandse militaire missie meer voor de ondersteuning van een totalitair en onderdrukkend regime. Geen commando-opleiding meer voor Surinaamse militairen die met hun in Nederland opgedane kennis in Suriname een tegencoup plegen en geen levering van wapens en munitie meer aan rebellerende militairen.

Laat het voldoende zijn dat de Nederlandse Defensie zijn rechtspositionele verplichtingen nakomt door tot het jaar 2020 in totaal 37 miljoen salarissuppletie, onder andere aan de rebellerende militairen te betalen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.