+ Meer informatie

Het religieuze sausje gaat eraf

Heilig Land Stichting wordt museum zonder zendingsdrang

3 minuten leestijd

Het Bijbels openluchtmuseum Heilig Land Stichting, gelegen in een uitgestrekt bos onder de rook van Groesbeek en Nijmegen, staat een ingrijpende renovatie te wachten. Voor ruim twee miljoen gulden wil de nieuwe directeur, drs. C. T. M. van Laarhoven, van het oorspronkelijk Nederlandse bedevaartsoord een modern museum maken, waarin de bijbelse geschiedenis een centrale rol speelt.

„Het museum is in 1911 opgericht door de stichting Heilig Land, een club waarin de Montforrane (een beweging die zich toelegt op missiearbeid, red.) een grote vinger in de pap hadden. Tot aan mijn komst is ook altijd een pater directeur van het museum geweest", zegt Van Laarhoven. „In rooms-katholieke kringen was het heel gebruikelijk om de Heilig Land Stichting te gebruiken voor een soort pelgrimstocht naar de wortels van het geloof. Dat religieuze sausje gaat er nu af, we willen geen geloof meer prediken".   Volgens Van Laarhoven is uit onderzoeken gebleken dat het gros van de bezoekers van het Bijbels Museum „niet meer bekeerd wil worden". „De mensen hebben geen boodschap meer aan zweverige bijbelteksten zonder uitleg. Wel willen de meeste bezoekers, en vooral jongeren, meer weten over de invloed van de Bijbel op het tegenwoordige dagelijks leven".

Groter kader

Om dat te bereiken, is de nieuwe directeur (zelf kunsthistoricus), met een aantal medewerkers in het afgelopen seizoen al bezig geweest om de bijbelteksten die her en der op de muren van het museum geschilderd zijn in een groter kader te plaatsen.


„De bedoeling is dat in het hoofdgebouw een echte muscuminrichting komt, waarin de geschiedenis van het ontstaan van de Bijbel met teksten wordt verteld. Die informatie moet concreet verteld worden. In het gigantisch grote buitenmuseum kan die informatie dan verder worden uitgebeeld door middel van de gebouwen en de omgeving".



Het Bijbels Museum Heilig Land Stichting is uniek in de wereld qua grootte. Ook de omgeving, een prachtig heuvelachtig bosterrein, is ongekend mooi voor een museumplaats. „Daar gaan we gebruik van maken. We hebben een uitgebreid landschapsplan laten maken. De route door het museum, langs onder meer het oosterse dorp en de joodse gemeenschap, wordt logischer. De bossen worden deels gecultiveerd, zodat we ook her en der bijbelse beplanting als olijfbomen, druiven en vijgebomen kunnen laten zien".



Geen obstakels



Van Laarhoven heeft nog een belangrijke wens laten opnemen in het landschapsplan: alle trappen en hellingen mogen geen obstakels meer zijn voor rolstoelgebruikers. „Om hier binnen te komen, moet iedereen 22 traptreden op. Toen ik hier net directeur was, zag ik eens een gezelschap met opa in de rolstoel. Met man en macht moest die man naar binnen worden gezeuld. Gewoonweg mensonterend. Die moeilijke ingang is inmiddels vervangen; de rest volgt spoedig".



Van Laarhoven hoopt met de vernieuwingen op een bezoekersaantal van 175.000 mensen per jaar te komen. Dat aantal heeft het museum nodig om rendabel te kunnen draaien. Op dit moment ligt het aantal rond de 115.000. „We zijn een particuliere instelling. We moeten ons bedruipen met de bezoekersgelden en enkele bijdragen van de instellingen. Het is de hoogste tijd dat het roer omgaat. We kunnen niet langer blijven hinken op de twee benen van: wel rooms-katholiek, maar niet te opvallend. We moeten gewoon een professioneel museum worden", aldus Van Laarhoven.



Het belangrijkste deel van de renovatie moet klaar zijn voor het begin van het nieuwe seizoen.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.