+ Meer informatie

„Dierentuinen worden steeds meer conservatiecentra

Parken moeten grotere rol krijgen in behoud van bedreigde diersoorten

6 minuten leestijd

AMSTERDAM - Dierentuinen zijn tegenwoordig niet meer alleen publieksattracties. De parken spelen steeds meer een rol in het behoud van met uitsterven bedreigde diersoorten en de natuur. Met fokprogramma's in dierentuinen kunnen sommige in het wild levende diersoorten in stand worden gehouden. Het aantal Europese fokprogramma's zal zich in een aantal jaren zeker verdubbelen, zo is afgesproken.

Nederland heeft in de samenwerking tussen dierentuinen op internationaal gebied een voortreklcersrol. Sinds januari coördineert de stichting Nationaal Onderzoek Dierentuinen (NOD) officieel alle Europese fokprogramma's voor met uitsterven bedreigde diersoorten en ondersteunt ze de parken met het • opzetten van die programma's.

De NOD bestaat sinds 1988 en is het wetenschappelijk bureau van de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen (NVD), die dit jaar haar 25-jarig jubileum viert. Recent presenteerde de NOD een conceptnota over de rol van de circa duizend dierentuinen in de wereld bij natuurbehoud.

„Een belangrijke taak van ons is de samenwerking tussen de dierentuinen te stimuleren. In eerste instantie tussen de Nederlandse tuinen, maar ook steeds meer de internationale samenwerking. Het meest spectaculair zijn de fokpro, gramma's voor bedreigde diersoorten", vertelt directeur L. de Boer van de NOD.

Weinig

Tot in de jaren zeventig gebeurde er in Europa nog weinig op het gebied van fokprogramma's, in de Verenigde Staten wordt er al langer mee gewerkt. Pas na initiatieven vanuit Artis werden er fokprogramma's op Europees niveau ontplooid. Ieder jaar worden er bedreigde diersoorten gekozen die in aanmerking komen voor de programma's.

Werd er in 1985 nog slechts gefokt met 17 soorten, momenteel draaien er 75 programma's in Europa, elk geleid door een dierentuinmedewerker. In de Rotterdamse diergaarde Blijdorp worden bij voorbeeld kleine panda's, kroonduiven, boomkangoeroe's en Aziatische olifanten gefokt. Artis probeert onder meer de lippenberen en de kleine kantjils (een Zuidoostaziatisch hertje) te bewegen tot voortplanting.

Recent hebben Blijdorp, de Apenheul en een buitenlandse dierentuin meegedaan aan een „ingewikkelde" driehoeksruil van gorilla's. „Tien jaar geleden was het fokken van gorilla's betrekkelijk hopeloos. Nu gaat het beter en zit er weer groei in", aldus De Boer.

De NOD wil met de coördinatie van de fokprogramma's zicht krijgen op de totale populatie van een bepaalde diersoort. Naar aanleiding daarvan moet beleid worden opgezet. Andere doelen zijn het voorkomen van inteelt, uitwisseling van fokdieren, analyse van de fokprogramma's en stamboeken. Met het fokken van dieren zijn bepaalde in het wild levende bedreigde soorten voor uitsterven te behoeden. „De opzet is dieren daarna zo snel mogelijk in de natuur terug te krijgen".

Ondergang

„We krijgen ook verzoeken van natuurbeschermingsorganisaties om bepaalde diersoorten die in het oorspronkelijke leefgebied slecht gedijen, in dierentuinen tot voortplanting aan te zetten", vertelt De Boer. „Sommige soorten kun je binnen vijf jaar van de ondergang redden". Hij noemt als geslaagd voorbeeld de zwartvoetfret in Noord-Amerika. „Daar waren er rond 1986 nog maar elf van. Die werden in een dierentuin opgenomen en namen deel aan fokprogramma's. Op een gegeven moment waren er al meer dan tweehonderd". De prognose is dat er binnenkort weer duizend zijn.

„Met zo'n project kweek je veel goodwill. Er zijn al tien Noordamerikaanse staten die een speciaal reservaat voor het dier willen herinrichten. Dan heb je niet alleen het beest gered, maar houd je ook de oorspronkelijke leefgebieden in stand. Daardoor overleven ook weer andere kleinere soorten, bij voorbeeld insecten".

Een ouder geslaagd voorbeeld is het przewalski-paard. Na de Tweede Wereldoorlog waren er nog maar dertien, nu zijn er alweer De stichting Nationaal Onderzoek Dierentuinen (NOD) wil binnen een paar jaar 200 tot 500 fokprogramma's in Europa opzetten. Volgens sommige voorspellingen zal binnen afzienbare tijd een miljoen diersoorten uitsterven. Fofo RD honderden. Sinds het begin van de eeuw wordt er al gefokt, vertelt De Boer, maar tegenwoordig wordt veel actiever en met veel meer wetenschappelijke genetische kennis gewerkt. „Vroeger werd er vrij makkelijk bewust of onbewust geselecteerd. Dan loop je het gevaar dat een wild dier degenereert tot een veredeld huisdier. Nu hebben we een flink aantal wetenschappelijke gronden om dat uit te sluiten".

Maximaal

Het doel is „zo maximaal mogelijk de oorspronkelijke kenmerken van het wilde dier in stand te houden, als je wilt bijdragen aan de versterking van de in het wild levende populatie". Volgens De Boer is een gezamenlijk fokbeleid nodig om negatieve uitwassen te voorkomen.

„We hebben vorige week intensief overleg gevoerd op een internationaal congres in Singapore. Daaruit is gekomen dat we proberen binnen een aantal jaren 200 tot 500 fokprogramma's op te zetten in Europa". Volgens sommige voorspellingen zal binnen afzienbare tijd een miljoen diersoorten uitsterven. „Vijfhonderd lijkt dan een druppel op een gloeiende plaat. Maar aan de andere kant werken we met man en macht aan het in stand houden van de grotere diersoorten en het behouden van hun leefgebieden".

Nu zijn 75 mensen in Europa bij diverse diergaarden vrijgesteld voor de uitvoering van de programma's. Als er inderdaad 200 tot 500 fokprogramma's worden opgezet, moeten wel steeds meer mensen worden „geactiveerd", zegt De Boer. Dat is niet alleen een kwestie van geld, maar vooral ook van mentaliteit. „Dierentuinen veranderen in een soort conservatiecentra. De complete instelling van dierentuindirecties en -medewerkers is daardoor aan het veranderen". Ook kleinere dierentuinen moeten er in de toekomst menskracht voor vrijmaken, vindt De Boer.

Bijdragen

De financiering is voor het onderzoekscentrum momenteel een groot probleem, aldus de directeur. De driejarige subsidie van het ministerie van landbouw, die ongeveer twee miljoen gulden bedroeg, is gestopt. De stichting krijgt wel bijdragen van de aangesloten Nederlandse dierentuinen en van de EG. Maar door de stopzetting van de overheidssubsidie moet een aantal projecten worden gestopt, bij voorbeeld een project voeding voor dierentuindieren en een project ter verbetering van het welzijn van de beesten.

Wat in ieder geval lijkt door te gaan, is de ontwikkeling van een wereldwijde beleidsvisie. De NOD heeft het conceptplan opgesteld. Duizend dierentuinen met tienduizend medewerkers zijn betrokken bij het formuleren van een gezamenlijk standpunt om in een groot netwerk te werken voor natuurbehoud, aldus De Boer.

Niet alleen fokprogramma's zijn daarbij van belang, maar ook wetenschappelijke onderzoeken in dierentuinen. Ook kunnen de dierenparken een bijdrage leveren op educatief gebied, namelijk door het belang van natuurbehoud en diersoorten aan het publiek duidelijk te maken.

Sterkere samenwerking tussen de parken was eveneens onderwerp van gesprek in Singapore, vertelt De Boer. Vorige week bezocht hij ook Jakarta. Daar besprak hij het plan om Nederlandse dierentuinmedewerkers naar Indonesische parken te sturen om de medewerkers daar bij te scholen. „Zodat ze in eigen land een betere functie kunnen vervullen op educatief gebied. De dierentuinen daar bevinden zich nog in een primitief stadium. Het ontbreekt daar aan kennis en ervaring".

Ten slotte hoopt de NOD-directeur een overeenkomst te sluiten met Noordamerikaanse dierentuinen om gezamenlijk computer-software voor fokprogramma's te ontwikkelen en de kennis te vergroten, „ik vind het heel leuk dat de Nederlandse stichting ook voor de Verenigde Staten een belangrijke partner is".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.