+ Meer informatie

Geboren uit de maagd Maria

Vorst der duisternis heeft op allerlei manieren gepoogd maagdelijke geboorte tot een steen des aanstoots te maken

10 minuten leestijd

Al heel lang zijn wij gewoon om in de tweede dienst op zondag de Apostolische Geloofsbelijdenis te lezen. Daarin wordt onder meer nadrukkelijk beleden dat de Heere Jezus „geboren is uit de maagd Maria". Zodoende klinkt deze uitdrukking de meesten van ons sinds onze kinderjaren vertrouwd in de oren. Bovendien kunnen deze woorden op een lange geschiedenis bogen. Al vanaf het allereerste begin hebben zij hun plaats gekregen in de Twaalf Artikelen. En tóch is juist dit geloofsartikel volgens velen hèt grote struikelblok voor de moderne mens.

Vooral sinds de vorige eeuw is er een ware storm van kritiek opgekomen tegen de leer van de maagdelijke geboorte van Christus. Het stormcentrum lag met name in Duitsland, waar een invloedrijk geleerde als Adolf von Harnack (1851 -1930) rond de eeuwwisseling stelde dat het artikel van de maagdelijke geboorte niet te handhaven is. Daarom wilde hij ook dat het gebruik van de Apostolische Geloofsbelijdenis in de eredienst facultatief gesteld zou worden! En tot op de dag van vandaag wordt de mening verkondigd dat het hier gaat om een legende die betrekkelijk laat ontstaan is. De maagdelijke geboorte zou daarom niet tot de oorspronkelijke kern van de boodschap van het Nieuwe Testament behoren.

De achtergrond

Wat is de reden dat de belijdenis dat Christus werd geboren uit de maagd Maria voor de moderne mens niet meer te aanvaarden is? Meestal wordt vooral benadrukt dat onze wereld en onze manier van denken en voelen hier geen klankbodem meer voor bieden. Dit geloofsartikel zou de geur van vromer en kinderlijker tijden aan zich hebben. Toen werden allerlei legendarische, sprookjesachtige verhalen grif geloofd. Maar wie kritisch heeft leren denken, weet met dit gedeelte uit de bijbelse overlevering geen raad meer. Het laat zich ook niet meer vertalen naar onze tijd toe. Want wij zouden het vandaag van niemand aanvaarden wanneer hij op zo'n manier over zijn afkomst zou spreken!

Dit soort gedachten vormen eigenlijk de achtergrond van de kritiek die velen hebben op de geboorteverhalen van de Heere Jezus. Want in het begin van de evangeliën van Matthéüs en Lukas klinkt de gedachte van de maagdelijke geboorte van Christus overduidelijk door. Het is misschien goed om even te luisteren naar de belangrijkste bezwaren die men tegen deze verhalen inbrengt.

Geleende legende?

Vooral in kringen die sterk door de bijbelkritiek beïnvloed zijn, wordt nadrukkelijk gesteld dat Matthéüs en Lukas hun geboorteverhalen ontleend zouden hebben aan heidense overleveringen over de geboorten van {half)goden en aan oude volksverhalen. Er zijn diepzinnige boeken geschreven waarin wordt 'aangetoond' dat de berichten uit het Evangelie van dergelijke legenden afhankelijk zijn. Volgens de meeste geleerden zouden de geboorteverhalen vrij laat ontstaan zijn in de Griekssprekende gemeenten. Zij zouden in de evangeliën zijn opgenomen om achteraf een verklaring te geven van het feit waarom Jezus zo algemeen als de Zoon van God werd vereerd.

Deze theorie is voor iemand die op schriftgelovig standpunt staat volstrekt onaanvaardbaar. Bovendien gaat zij uit van de gedachte dat allerlei halfheidense, legendarische verhalen binnen de Bijbel een wettige plaats gekregen zouden hebben. Dat is echter onverenigbaar met de felle kritiek die in de gehele Schrift tegen het heidendom te vinden is. De apostelen en hun medewerkers en opvolgers hebben juist zeer bewust gewaakt tegen het binnendringen van allerlei invloed uit die hoek. We kunnen daar nog aan toevoegen dat de Bijbel duidelijk maakt dat de maagdelijke geboorte van de Heere Jezus geen enkele parallel heeft. Zelfs de wonderlijke geboorte van Izak of van Johannes de Doper zijn hiermee niet te vergelijken. Zijn komst in het vlees is volstrekt uniek!

Het volgende bezwaar heeft wel wat met het bovenstaande te maken. Sommige geleerden zijn namelijk van mening dat de hele gedachte van de maagdelijke geboorte wel ontstaan moet zijn in een klimaat dat negatief stond tegenover de seksualiteit en het huwelijk. In dit leerstuk wordt Jozef immers uitgeschakeld als vader van de Heere Jezus en daarmee zou een blaam geworpen zijn op dingen als vaderschap, seksualiteit en gezin. Deze opvatting zou dus heel goed kunnen samenhangen met de opkomst van het kluizenaars- en kloosterideaal, waarin het celibaat als een hogere staat dan het huwelijk werd gewaardeerd. Vaak wordt aan deze redenering ook nog de gedachte vastgeknoopt dat Jezus toch eigenlijk geen volledig mens is geweest, als hij niet de zoon van zowel Maria als Jozef is geweest.

We kunnen hiertegen inbrengen dat de Schrift heel duidelijk huwelijk en seksualiteit waardeert als gaven van God. Jozef en Maria hebben na de geboorte van de Heere Jezus verschillende kinderen gekregen en nergens wordt ook maar het vermoeden gewekt dat dit iets stuitends geweest zou zijn. We mogen de scheefgegroeide ontwikkelingen van later tijd niet in de Bijbel terugprojecteren om zo het artikel van de maagdelijke geboorte verdacht te maken. Bovendien wordt overal in het Evangelie benadrukt dat Christus wérkelijk mens was. Wie beweert dat dat onmogelijk is als Jozef niet zijn natuurlijke vader was, doet te kort aan de almacht van God. Hij heeft Adam en Eva geschapen zonder dat daarbij sprake was van een vader of moeder. Toch waren zij echte mensen. Zou dan Zijn Zoon, geboren uit de maagd Maria, geen waarachtig mens kunnen zijn?

Het vaderschap van Jozef

Een andere bedenking houdt direct verband met het geslachtsregister van de Heere Jezus, zoals dat voorkomt in Matthéüs 1. Aan het einde daarvan lezen we: „En Jakob gewon Jozef, de man van Maria, uit welke geboren is Jezus, gezegd Christus" (vers 16). Nu is er een oude Syrische vertaling (de syro-sinaïticus) waarin deze tekst zo wordt weergegeven dat Jozef daarin als de echte vader van Jezus wordt aangeduid. Letterlijk staat daar namelijk: „En Jakob verwekte Jozef; Jozef, met wie de maagd Maria verloofd was, verwekte Jezus, die de Christus genoemd wordt".

Deze Syrische tekstgetuige veroorzaakt echter geen werkelijke problemen. Zij staat immers vrijwel alleen te midden van de vele andere handschriften en oude vertalingen van Matthéüs.

Het is daarom uitgesloten dat deze éne oude vertaling de oorspronkelijke tekst van het Evangelie zou weergeven. Zij kan daarom ook niet gebruikt worden als argument tegen het artikel van de maagdelijke geboorte.

We noemen als laatste het bezwaar dat voor velen het zwaarst weegt. Zij wijzen op het inderdaad opmerkelijke feit dat de maagdelijke ontvangenis van de Heere Jezus alleen in de eerste hoofdstukken van Matthéüs en Lukas ter sprake komt. De overige geschriften van het Nieuwe Testament zwijgen over dit gebeurde en in de verkondiging van de apostelen blijkt het geen enkele rol te spelen. Betekent dit niet dat dit geloofsartikel aan de rand van het nieuwtestamentisch getuigenis staat? In dat geval kan het niet tot de kern van het christelijk geloof gerekend worden en hoort het eigenlijk niet thuis in de Apostolische Geloofsbelijdenis.

Ook deze redenering kan moeilijk overtuigen. In de Bijbel staat ook van het Pinksterfeest maar één verslag. Toch zal niemand de waarheid van het getuigenis van Handelingen 2 betwisten. De hemelvaart wordt maar twee keer in het Nieuwe Testament beschreven, maar alleen uiterst kritische geesten zullen staande houden dat dit zo niet plaatsgevonden heeft. Het feit dat de maagdelijke geboorte slechts in enkele hoofdstukken genoemd wordt, kan daarom nooit het bewijs vormen dat dit geloofsartikel van weinig betekenis zou zijn. Bovendien is het niet waar dat dit leerstuk in de prediking van de apostelen geen enkele rol zou spelen. Op verschillende plaatsen zijn duidelijke toespelingen op de wonderlijke geboorte van Christus te vinden. Natuurlijk is het wel zo dat dit element wat in de schaduw blijft, omdat het kruis en de opstanding van Christus de kern van de verkondiging van de apostelen vormen. Maar daaruit mag men nooit afleiden dat zij niet overtuigd waren van Zijn maagdelijke geboorte!

In het licht van dit alles dringt de vraag: Waarom is dit geloofsartikel dan zo belangrijk? Welke betekenis heeft het eigenlijk voor de praktijk van het geestelijke leven? Ik zou er allereerst op willen wijzen dat wij in dit artikel in aanraking komen met het geheim van de persoon van de Heere Jezus. Wie is Hij? Het antwoord van de Schrift luidt dat Hij niet maar een gewoon mens is. Hij is niemand minder dan God de Zoon in het menselijke vlees. Als God de Zoon bestond Hij al lang voor dat Hij hier op aarde kwam. Maar toen Hij geboren werd, werd Hij Gods Zoon in het menselijke vlees. Dit geheimenis is zo volstrekt uniek dat het eigenlijk helemaal niet verwonderlijk is dat Hij geboren werd uit Maria, die nog maagd was. Het laat namelijk zien dat Zijn geboorte helemaal geen lot is dat Hem overkwam. Dat is onze geboorte wel: geen enkel kind dat ter wereld komt heeft om het leven gevraagd. Maar de geboorte van Christus, de Zoon van God, is volledig Zijn eigen, soevereine daad! Daarbij was Jozef als vader niet nodig.

Dat alle initiatief hier bij de Heere Jezus Christus ligt, wordt duidelijk onderstreept in onze Heidelberger Catechismus. Daar lezen we dat de eeuwige Zoon van God, die waarachtig en eeuwig God is en blijft, de ware menselijke natuur uit het vlees en bloed van de maagd Maria aangenomen heeft (vraag 35). Zo is Hij in deze wereld gekomen om de grote opdracht van Zijn Vader te vervullen en om verloren zondaren zalig te maken. We zouden hier de vraag kunnen stellen: Waarom wilde Hij geboren worden; wat heeft Hem daartoe bewogen? Er is maar één antwoord: Zijn liefde, oneindige, zoekende zondaarsliefde.

De erfzonde bedekt

Onze belijdenis leidt uit de maagdelijke geboorte van de Heere Jezus ook af dat Hij bewaard werd voor de erfzonde. Dat is geheel in overeenstemming met het getuigenis van de Heilige Schrift (vergelijk onder andere Lukas 1:35; Hebreeën 7:26). Hierbij moeten we wèl opmerken dat dit niets afdoet aan Zijn waarachtig mens zijn. De Heere Jezus was een mens van vlees en bloed, die ons in alle dingen gelijk is geworden. Zo was Hij zelfs onderworpen aan alle kwalijke gevolgen die de zonde met zich meebrengt. Toch was Hij ook volkomen zonder zonde, volledig vrij van schuld en smet. Waarom dat nodig was? Wij zijn allen zondige mensen. Dat zijn we niet op een zekere leeftijd of door bepaalde omstandigheden geworden. Neen, dat zijn we van het allereerste begin van ons leven. Het is altijd weer ontroerend om te lezen hoe David dat ontdekt heeft bij het licht van Gods Geest. Toen hij zijn zondige daden inzag en voor Gods aangezicht beleed, werd zijn blik teruggeleid tot de wortel van zijn bestaan. „Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen" (Psalm 51:7). Wanneer wij daar heel persoonlijk iets van inleven, wordt het zo'n wonder dat de Heere Jezus als Borg en Middelaar ook deze zonde niet gekend heeft. Vanaf Zijn ontvangenis was Hij de zondeloze, de volkomen heilige. En daarom zegt het geloof het de belijdenis na: „Hij bedekt met Zijn onschuld en volkomen heiligheid mijn zonde, waarin ik ontvangen en geboren ben voor het aangezicht van God" (vraag 36 Heidelbergse Catechismus).

Dat gevoelen zij in u

In zijn bekende uitleg van de Heidelbergse Catechismus wijst Zacharias Ursinus bij de zojuist genoemde vraag ook nog op het volgende: „Ten slotte, hierdoor wordt ook de onderlinge liefde in ons ontstoken. Want als wij de onuitsprekelijke liefde bedenken, die ons bewezen is, dat namelijk Degene door Wie alle dingen geschapen zijn, voor ons den schepsel geworden is... dat onze Heere onze Broeder, de Zoon van God de Zoon des Mensen geworden is..., wie zou dan deze Middelaar Jezus Christus niet navolgen, om met al zijn vermogen alle ootmoed, bescheidenheid en medelijden aan zijn naaste te bewijzen?" Daarin klinkt de apostolische vermaning door dat dat gevoelen in ons dient te zijn dat in Christus Jezus was, die „Zichzelf heeft vernietigd, de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden" (Filippensen 2:5 vv.).

Satan en het geheimenis

De vorst der duisternis heeft op allerlei manieren gepoogd het wonder van de maagdelijke geboorte tot een steen des aanstoots te maken. En hoeveel successen heeft hij door de jaren heen niet geboekt! In het licht van het bovenstaande zal duidelijk zijn dat we dit geloofsartikel niet mogen loslaten. Dat betekent niet dat we alles kunnen doorgronden. Maar het gaat hier om niet minder dan de verborgenheid der godzaligheid die groot is: God geopenbaard in het vlees...! (1 Timotheüs3:16).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.