+ Meer informatie

Herdersleven

3 minuten leestijd

„Hoe oud wordt een schaap eigenlijk?" vroeg ze, terwijl ze ontspannen onze weide in keek. Een prachtig romantisch plekje midden in het bos. Prima omgeving om mijmerend wat gedachten uit te wisselen. „Een jaar of tien in de natuur en bij huis misschien wel veertien" antwoordde ik. „Wat", reageerde ze met een plotseling omhoogdraaiende krul in de woordmelodie. „Dus jij wou zeggen dat een schaap in de natuur niet zo oud wordt als een schaap dat je als huisdier houdt?" „Ja, zo kan je het wel zeggen", zeg ik, me van geen kwaad bewust. „Daar snap ik nou niks van. In de natuur is alles zo mooi geregeld. Pas als de mens eraan gaat prutsen, worden de wetten verstoord. Daarom heb ik altijd gedacht dat dieren er in het wild beter aan toe zijn dan huisdieren. De natuur regelt immers zelf dat alles goed verloopt?" „Dat is juist het probleem", begon ik uit te leggen, en met een blik van verontwaardiging nam ze mijn woorden in zich op: „De wetten van de natuur zijn keihard. De dood speelt er een wezenlijke rol in. Het ene leeft ten koste van het andere. De natuur reguleert genadeloos. Het muzikale vinkje dat net wat te lang op de tak zingt, wordt door de boomvalk met z'n klauwen weggegrist. Met de schapen is het zo dat ze van honger omkomen als hun gebit te gebrekkig wordt. Bij de kudde moeten ze het voor het belangrijkste deel hebben van natuurlijk grazen. Een schaap met slechte tanden kan ik thuis nog jarenlang bijvoederen, maar in de kudde en in de natuur houdt het dan allang op." Ze stond perplex. De gezellige rust die even tevoren nog onze plek typeerde, was omgeslagen in een interne oorlog bij onze vriendin. „En ik heb altijd gedacht dat de natuur ons laat zien hoe het moet. Gek dat het nooit tot me is doorgedrongen dat de kringloop gedragen wordt door dood en verderf Hier moet ik wel even aan wennen, zeg." Dit was een schokkend gesprek geworden. Dat had ik niet kunnen voorkomen en het hoefde ook niet. Het leek me nuttig om toch nog wat achtergrondgedachten uit te spreken. „Wat wij als natuur beschouwen is een verwijzing naar het scheppingswerk. Een verwijzing. Afzonderlijk zie je de prachtigste bestanddelen. Ik geniet heus van de natuur waarin ik woon en werk. Maar de kringloop van roof, verval en prooi is er in den beginne niet geweest. Als je over de toekomst leest bij Jesaja of in Openbaring, dan is de dood verdwenen. Dan zitten "roofdier" en "prooi" lieflijk naast elkaar. Dan is de kringloop er ook niet meer. Je kunt schepping niet gelijk stellen met natuur..." Tot zover ons tuingebeuren. Hard hé? De gedachte dat de natuur een subliem geregelde en perfect lopende organisatie is, is een heel oude. In het vroege modernisme was het bij voorbeeld Rousseau die de natuur tot standaard stelde. Vandaag de dag acht men extra toezicht niet nodig wanneer een prinses ons vertelt dat ze zich met bomen verstaat. De natuur als iets goddelijks aanbidden, is ook een merkwaardigheid van het New-Age-denken. Aldus gezien ben ik, tot verbazing van sommigen, bepaald niet een natuurliefhebber. Ach Steiner, oh Hahnemann, de natuur is zo genadeloos. Ik houd van het buitenleven, ervaar zo veel schoonheid om me heen, maar ik zie ook de schepping -maatschappijbreed- die roept om verlossing van Godswege. De ware „New Age" is Zijn werk. Toekomst? Maar misschien al heel nabij. Dat hopen we toch?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.