+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste Jongelui!

Dit artikel wijkt enigszins af van z’n voorgangers. We hebben er boven geschreven „voor de jeugd”, hoewel het daar niet uitsluitend voor bedoeld is. Het draagt een meer algemeen karakter. Doch omdat men gewend is, onder dit opschrift iets van onze hand te lezen, daarom hebben we voor dit artikel het opschrift maar gehandhaafd. Misschien zegt menigeen al onder het lezen: Wat zou er voor ditmaal komen?

Het is onze bedoeling om iets te schrijven over de Schooldag, die zaterdag 15 september 1973 te Apeldoorn gehouden is. We zijn er zelfs geweest en hebben er veel vrienden van „Bewaar het Pand” ontmoet. Dat zijn mensen die het aloude Christelijke Gereformeerde beginsel van harte liefhebben. Laat men hier goede nota van nemen!!

Laten ook diegenen dat doen, die helemaal geen vrienden van „Bewaar het Pand” zijn. Want die waren er natuurlijk ook. Ik geloof dat zelfs één van de sprekers op de. Schooldag daaronder gerekend moet worden. Er waren op die dag verschillende sprekers. Doch er waren twee hoofdsprekers, die beiden een onderwerp hadden, dat lag in het verlengde van elkaar. De een moest spreken over het persoonlijke geloofsleven, terwijl de ander spreken zou over het geloofsbeleven in de gemeente. Ik geloof dat ik de intentie van de onderwerpen zo wel aardig weergeef.

Van de beide onderwerpen heeft een verslag gestaan in de dagbladen. Ook in ons kerkblad „De Wekker” Van beide onderwerpen zijn ook flitsen uitgezonden over de E.O. Nu is het altijd gevaarlijk om op krantenverslagen af te gaan. Want die geven nooit de letterlijke tekst van hetgeen gezegd is. De verslaggever matigt zich menigmaal een bepaalde vrijheid aan, door de spreker dingen te laten zeggen, die helemaal niet gezegd zijn, of zeker zo niet bedoeld zijn. Dat kan ten gunste en ten ongunste gebeuren. Het kan ook wezen dat de spreker zelf een verslag indient en daaruit dingen weglaat, die door hem toch wel gezegd zijn, maar die hij om taktische redenen liever niet via de pers de wereld in laat gaan.

Met een uitzending voor de radio is het ook zo. Men heeft opgenomen, wat heel Nederland horen mocht, terwijl men dingen heeft achterwege gelaten, die niet voor de oren van iedereen bestemd waren. Nu zouden wij over die hele Schooldag niet hebben geschreven, ware het niet dat er van verschillende zijden druk op ons was uitgeoefend. Want velen hebben zich gestoten aan dingen die gezegd zijn. En wij geloven: Terecht! Er is dan ook na de Schooldag nog een „stevig debat” geweest volgens Trouw/Kwartet op het plein bij de kerk. En de redaktie-secretaris van „De Wekker”, doelende op hetzelfde geval, schreef over „een schaduw die daardoor op deze Schooldag viel”. Dat er dus meer aan de hand geweest is dan „niets”, is zonder meer duidelijk. Die er geweest zijn hebben het kunnen horen, en die er niet geweest zijn, willen we het een en ander vertellen. Niet omdat we dit graag doen, integendeel. Maar omdat we geloven dit te moeten doen. We willen het „Pand” blijven bewaren, en we willen ook de vrede bewaren. Daarom hebt u tot op heden nog niet kunnen merken, dat we in ons blad altijd met „scherp” zochten te schieten. Sommigen zouden dat wel hebben gewild. Doch, naar de overtuiging van de Commissie van Redaktie van „Bewaar het Pand”, moeten we onze kracht daar niet in zoeken. Doch als er met „scherp” op je geschoten wordt, dan moet je wel in de verdediging. En dat is gebeurd op de Schooldag. Men heeft met „scherp” op ons geschoten. Niet rechtstreeks, maar om een hoekje. In militaire dienst (ik ben ook soldaat geweest en heb de oorlog in levende lijve meegemaakt) noemden we dit: Krombaangeschut.

De spreker van ’s morgens — we moeten man en paard noemen, om misverstand te voorkomen — Ds. M. Vlietstra, werd door velen met stichting beluisterd. Het zij tot zijn eer gezegd. Er had meer kunnen worden gezegd, maar dat blijft zo. Wat door hem gezegd is, daar kon men over nadenken.

De spreker van ’s middags Drs. T. Brienen, daaromtrent hebben we andere geluiden vernomen. Geen wonder, hij liet zelf ook een ander geluid horen. Niet bepaald Christelijk Gereformeerd, dacht ik. Althans niet zoals ik „het van huis uit” gewend ben. Want we werden in de waan gebracht, zo kwam het althans zeker over, dat de gehele „belijdende gemeente” ook een „echt gelovige gemeente” is. We zijn allemaal echt broeders en zusters van elkaar. We hebben elkaar van de Heere Jezus gekregen. En we moeten elkaar ook zo aanvaarden. In het gewone leven kies je vrienden, maar in het kerkelijke leven krijg te vrienden, aldus spreker. Doch bij die „gekregen vrienden” behoren bepaald niet de Vrienden van „Bewaar het Pand”. Want die werden aangeduid als een bepaalde groep in ons kerkelijk leven, die naast het officiële kerkblad De Wekker een „eigen blad” willen hebben. En naast de officiële Schooldag willen ze „eigen dagen” organiseren. En wie weet, aldus ging de spreker vragend verder, wat we van die kant nog meer te verwachten hebben.

Het is voor een ieder, die geen vreemdeling in Jeruzalem is, duidelijk, dat met dit „eigen blad” ons blad bedoeld werd, en dat met die „eigen dagen” de ontmoetingsdagen van de vrienden van „Bewaar het Pand” bedoeld werden. De spreker had er dit duidelijkheidshalve rustig bij kunnen zeggen, want zo werd het door een ieder aangevoeld, en dit bracht veler gemoederen in beroering.

En dan die vraag: Wat hebben we van die kant nog meer te verwachten? Er zijn er die ons hebben gevraagd: Sturen jullie soms op een scheuring aan? Is dat van die kant te verwachten? Het is gevaarlijk om aan veronderstellingen te doen, doch het komt mij niet onmogelijk voor, dat deze vraag in het achterhoofd gespeeld heeft van Drs. T. Brienen.

Als hij dit zou denken — ik schrijf niet „vrezen” — wil ik hem en anderen, die hetzelfde mogelijk zouden kunnen denken, gerust stellen. Dat is voorlopig allerminst onze bedoeling. Ik geloof, als een enigszins ingewijde in het kerkelijke leven, te kunnen zeggen, dat men het aan de vrienden van „Bewaar het Pand” te danken heeft, dat er zich nog geen scheuring heeft voltrokken. Want was ons blad nooit verschenen en waren de ontmoetingsdagen nooit gehouden, dan zouden er honderden meer zijn, die de Christelijke Gereformeerde Kerken de rug hadden toegekeerd, zij het met een bloedend hart.

Doch omdat men in ons blad, dat helemaal niet volmaakt is, de oude klanken nog hoort, daarom blijft men nog wat men is en daarom zijn voor honderden de ontmoetingsdagen een steeds terugkerende verkwikking. En de offervaardigheid die men op die dagen toont, spreekt boekdelen. En het getal abonnees neemt gestadig toe.

Want men is er echt niet van gediend, dat in de prediking het geloof bij de gemeente „verondersteld” wordt. Dr. A. Kuijper leerde in zijn tijd „de veronderstelde wedergeboorte”, die terecht door onze kerken altijd is afgewezen. Doch wij hebben op vele plaatsen — prof. Wisse heeft daar in zijn tijd al voor gewaarschuwd — „het veronderstelde geloof” gekregen. D.w.z. Als men gedoopt is en belijdenis gedaan heeft, dan gaat men er zonder meer van uit, dat het voor tijd en eeuwigheid wel met je in orde is. Je moet dan alleen nog trouw naar het H.A. komen om in je geloof gesterkt te worden. En zo gaat men rustig naar de eeuwigheid, zonder dat er ooit iets gebeurd is. Terwijl er een volk is, dat er onder zit te zuchten, als ze week aan week zich het geloof aan horen praten, zonder te horen dat het van Boven gewerkt moet worden. Neen, we zijn er niet voor, verre vandaar, om de mens in de hoek van de dodelijke lijdelijkheid te drijven, zoals dit ons wel eens in de schoenen geschoven wordt, doch wel dat er gepredikt wordt, dat God het naar Zijn vrijmachtig welbehagen doen moet, en kan, en ook wil, en ook zal doen, bij al degenen, die Hem in der waarheid zoeken. Maar dan moet het ook een zoeken in waarheid zijn van „Hem”. Niet van de hemel, neen! van Hem! God is waardig om gediend te worden om Zijns Zelfswil. Als ik het dan niet doe, terwijl de Heere er mij toe opwekt, ga ik verloren om eigen schuld. Terwijl, als ik het doe — de Heere zoeken nl. — het Gods schuld is. Want ik zal het uit en van mij zelf nooit doen. Wanneer deze dingen in hun lengte en breedte gepredikt worden, dan wordt de zondaar op het allerdiepst vernederd en God op het allerhoogst verheerlijkt. Niets van de mens en het ál uit Hem, zo gaat de Kerk naar Jeruzalem. Zo is het ons van ouds geleerd, en zo is het overeenkomstig Gods Woord en naar de praktijk der Godzaligheid. En zo willen de Vrienden van „Bewaar het Pand” het blijven stellen, en op hun ontmoetingsdagen elkander vertellen.

Wie er belangstelling voor heeft, leze ons blad en bezoeke de ontmoetingsdagen.

Mijn ruimte is weer gevuld. Ik hoop door dit stukje aan veler vragen beantwoord te hebben. Dat men er lering uit trekke. De volgende keer weer verder over „Gideon” Gideon met z’n bende! Ja, daar zijn we nog niet aan toe. Maar ze hebben grote dingen verricht, in Godes kracht. Laten wij ook daarin zoeken te strijden.

Jullie aller vriend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.