+ Meer informatie

Het interkerkelijke vredesberaad en wij

12 minuten leestijd

Uit recente perspublikaties hebt u kunnen opmaken dat dit jaar de z.g. ”vredesweek” zal worden gehouden in de week van 23-30 September a.s. Deze vredes-week is één van de activiteiten van het interkerkelijk vredesberaad (IKV), waarbij het accent wordt gelegd op de samenwerking terzake tussen een negental kerken. Ik acht het een goede zaak dat het de redactie gewenst voorkomt u, juist in deze tijd, wat grondiger over het IKV te doen informeren.

Na een inleiding met wat feiten over het ontstaan, de doelstellingen en de activiteiten van het IKV zal in een korte beschouwing worden getracht de essentie van de grondgedachten van het IKV alsmede enige achtergronden en lijnen te ontdekken, waarna samenvattend een persoonlijke visie op het werk van het IKV zal worden gegeven.

Feiten.

In het klimaat van de na-oorlogse vraagstukken rond de dékolonisatie, de koude oorlog, het kernwapenvraagstuk, de roep om sociale- en economische gerechtigheid en de mensenrechten ontstond in het begin van de jaren ’60 in de R.K. kerk de Pax Christi-beweging, gevolgd door het kernwapenrapport van de NH-synode en de pauselijke encycliek ”Pacem in Terres”. De Pax Christi-beweging vond dat het werk op het gebied van de vrede een ruim oecumenisch karakter moest hebben en na contact te hebben gezocht met de Nederl. Hervormde- en de Gereformeerde Kerken werd een z.g. ”vredesberaad” gestart dat in 1966 een formeel karakter kreeg onder de naam IKV. Thans werken niet alleen de drie genoemde kerkgenootschappen hieraan mee, doch nog zes andere t.w.: de Alg. Doopsgezinde Sociëteit, de Ev. Luth. Kerk, de Ev. Broedergemeente, de Quakers, de Oud-Kath. Kerk en de Remonstr. Broederschap.

De doelstellingen van het IKV komen op het volgende neer:

1. Zich te bezinnen op de vraagstukken van vrede, veiligheid en gerechtigheid in de wereld. Deze bezinning gaat doorlopend gepaard met bezinning op het evangelie, in de verwachting dat de een de ander zal voeden.

2. Genoemde vraagstukken aan de orde te stellen binnen de kerken om mede daardoor een proces van bewustwording, meningsvorming en daaruit voortvloeiende actie te stimuleren.

3. De beleidsorganen van de kerken te helpen bij meningsvorming en beleidsvorming; én vanuit de kerken een bijdrage te leveren aan de meningsen beleidsvorming in Nederland ten aanzien van de genoemde onderwerpen.

4. Steun te vragen en te verlenen aan groepen binnen en buiten de kerken die streven naar de terugdringing van geweld en geweldsvoorbereiding (om conflicten te beslechten) en die willen bijdragen aan het tot stand brengen van een rechtvaardiger nationale en internationale samenleving.

Het IKV tracht deze doelstellingen te bereiken door het maken en verspreiden van informatief- en voorlichtend materiaal over vredesvraagstukken en zaken die de samenleving betreffen (kerk, school, leger, gezin etc.). Zij tracht door het innemen van standpunten en het verbreiden van deze een gunstige invloed te bewerken op het beleid dat gericht is op vreedzamer en rechtvaardiger betrekkingen in de samenleving. Het IKV onderhoudt contacten met landelijke, regionale en plaatselijke kerken op terreinen als zending, werelddiaconaat, geestelijke verzorging militairen etc. Ook worden contacten gelegd en onderhouden met gelijkgerichte, andere organisaties zoals bijv. de initiatiefgroep Nationale Commissie VeiligheidsvTaagstukken. Tenslotte tracht het IKV voeling te houden met de organisaties die een rol spelen bij de politieke menings- en besluitvorming (politieke partijen, vakbonden en de pers). Het IKV kent geen ledenorganisatie, doch het werkt met een vast adressenbestand. Dit bestand heeft zich gefixeerd op ca. 13.000 geïnteresseerden. Maar, stelt het IKV, het bereik is veel groter omdat een belangrijk deel van de aanhang bestaat uit z.g. ”opinieleiders” (journalisten, predikanten en leerkrachten), mensen die vormend inwerken op hun omgeving.

Het IKV tracht de meningsvorming ”aan de basis” te stimuleren, doch het poogt evenzeer een aandeel te leveren in de beinvloeding van het overheidsbeleid. Dit zijn feitelijk de twee benen waarop het IKV loopt. Het verleent voorts steun aan programma’s ter bestrijding van het racisme, aan het voormalig Angola Comité en bijv. de boycotactie van de AMRO Bank (i.v.m. de lening aan Zuid-Afrika).

Het beraad telt ca. 25 leden. De meeste leden zijn lid van één der negen genoemde kerkgenootschappen. Het beraad komt ca. éénmaal per maand bijeen en bepaalt o.l.v. het dagelijks bestuur het toekomstig beleid. Er is een vaste secretaris (Mient J. Faber) die tevens secretaris is van een verwante organisatie, het IKVOS (Interkerkelijk Vormingswerk inzake Ontwikkelingssamenwerking).

Dhr. Faber is niet door een der kerkgenootschappen afgevaardigd. Uit de leden van het beraad worden werkgroepen gevormd, die relevante Problemen in studie nemen. Ieder jaar wordt een vredesweek georganiseerd met een tevoren vastgesteld thema: bijv. ”Europa, vrede, verzoening, veiligheid” (’68); ”De vrede, met alle geweld” (’71); ”De weg van honger en geweld” (’75). De meeste thema’s gaan over het geweld; het spitst zich steeds toe op de kernwapens, ook dit jaar is daaraan het thema gewijd.

Het IKV richt zich via vier media tot het publiek nl. via de massamedia, de pastures, de leerkrachten en de actiegroepen.

Beschouwing.

Het is dunkt mij een erg goede zaak dat men zich inzet voor het bereiken en bewaren van de vrede. Dat dit gebeurt op interkerkelijk vlak is ook iets dat alleen maar zeer positief kan worden beoordeeld. Het lijkt dan ook een gemis dat ons kerkgenootschap niet in de rij der deelnemende kerken voorkomt. Ik weet overigens niet of ons dit ooit formeel is gevraagd. Bij het lezen van enige der doelstellingen bekruipt je de lust om ook mee te ”jagen naar vrede en gerechtigheid”. Dat is toch ook onze christelijke opdracht. Zo op het eerste gezicht zouden wij als kerken ons achter de doelstellingen van het IKV moeten kunnen plaatsen! Wie echter aandachtig met een vergrootglas de kleine lettertjes van de IKV-polis leest, kan en mag enige zaken niet ontgaan.

Bij een nadere analyse van de verhouding tot de kerken blijkt dat er van een officiële samenwerking met de kerken geen sprake is. De leden die wel of niet zijn aangewezen als vertegenwoordiger, spreken niet namens hun kerken, doch handelen vanuit de eigen verantwoordelijkheid. Niet de kerken spreken, doch leden van het beraad.

In de doelstellingen wordt gesproken over ”bezinning” en ”actie” (art. 1 en 2); twee begrippen die veel kunnen inhouden. Het is evenwel bekend dat het IKV zich, waar het gaat om vredesvraagstukken, bewust éénzijdig opstelt. Daar is geen bezwaar tegen, als dit in de doelstelling maar goed uit de verf komt. Eénzijdige opstelling en echte bezinning sluiten elkaar evenwel uit. In de praktijk klopt dit ook wel: het IKV doet weinig aan werkelijke bezinning in die zin dat er van zorgvuldige studie en afweging geen sprake is. In de praktijk werkt het zo: ”Het IKV (ik citeer uit de vredeskrant 1977) wil aanzetten tot meer politieke activiteit, omdat bekend is dat men mensen éérder beweegt tot politieke actie indien men zijn activiteit daarop afstemt, dan wanneer men dit doet via de omweg van bezinning en bewustwording”.

In wezen manifesteert het IKV zich hier als een politieke pressiegroep. Mient Faber, de secretaris van het IKV geeft dit in een vraaggesprek ook ten dele toe. Maar ook in ander opzicht stelt het IKV zich erg éénzijdig op. Immers indien het gaat om de bestrijding van het geweld, dan kan en mag daar niet alleen het kern-wapengeweld mee worden bedoeld. Zonder het kernwapenprobleem ook maar enigszins te willen bagatelliseren, meen ik dat er andere vormen van geweld zijn die evenzeer de aandacht verdienen. Is het conventionele oorlogsgeweld in de wereld zoals dat zich thans in Cambodja en Midden-Afrika manifesteert, of zo u wilt het industriële- of het economische geweld niet iets waar de kerken ook mee bezig moeten zijn? Het kernwapengeweld houdt bovendien het IKV zo in haar ban dat het in zijn zucht om ”Nederland vrij te maken van kernwapens” volstrekt voorbij gaan aan de huidige politieke realiteit. Wat mij hierbij nog véél belangwekkender voorkomt is de visie die het IKV heeft op de mens. Inzake het mensbeeld gaat het IKV er van uit dat ”door doelgerichte informatie en actie een proces van mentaliteitsverandering op gang komt”.

Zakelijk gezien is deze visie erg beperkt, maar bezien in het licht van het christelijke geloof is dit beeld te optimistisch en het is tevens verwerpelijk! Feitelijk is de in art. 1 van de doelstelling vervatte frase: ”bezinning op vredesvraagstukken, gepaard gaande met bezinning op het evangelie”, een dode formule. In de praktijk blijkt het dat het IKV aan het feitelijke evangelie geen boodschap heeft; in die zin dat het niet de bijbelse waarheid verwerpt, doch dat het niet de werking van Gods Geest in de mens (h)erkent. Dat is dan ook de meest fundamentele kritiek die ik op het IKV heb. Het IKV citeert fragmenten uit het evangelie voorzover deze inpasbaar zijn in de werkelijke doelstelling te weten: actie voeren.

Ik geloof dat dit ook de reden is dat de acties van het IKV bij het kerkvolk niet werkelijk aanslaan. Enquêtes door het IKV gehouden bevestigen deze mening en het wordt ook toegegeven. Het IKV zegt: ”De Sympathisanten zitten er in en er buiten (de kerk). De IKV-werkgroepen leven meer op de rand van het kerkelijk gebeuren”. Dit blijkt ook duidelijk uit de enquête die in overleg met het IKV door het studiecentrum voor vredesvraagstukken van de R.K. Universiteit van Nijmegen is gehouden. Er werden ca. 2.000 personen, afnemers (tegen betaling) van vredesweekmateriaal, geënquêteerd. 674 geënquêteerden gaven respons. 40 pct. van hen volgde een theologische opleiding aan seminarie of hoogeschool; 40 pct. volgde een opleiding aan een pedagogische- of sociale academie of een middelbare school, terwijl ca. 20 pct. opgaf pastor of leerkracht te zijn. Er is naar ik meen een duidelijke indicatie dat Studenten uit bovengenoemde opleidingsrichtingen gevoelig zijn voor de vredes-en geweldsproblematiek.

Dat is op zich een goede zaak. Een kleine categorie blijkt hiervoor overgevoelig te zijn. Het IKV heeft zijn acties op voornoemde categorieën en deszelfs achterban afgestemd. Jaarlijks worden in de vredesweek ca. 250.000 vredeskranten verspreid. Aangepast aan het thema worden voorts cahiers en brochures uitgegeven o.m. voor behandeling op Scholen en vormingsinstituten. Er zijn cahiers over geweldloosheid, kerk en geweld, dienstplicht en dienstweigering, selectieve verontwaardiging, op tòcht naar vrede, enz.

Zo is er elk jaar een documentatiepakket voor de basisscholen waarin informatie wordt verstrekt over allerlei relevante onderwerpen. In het verleden versehenen o.m.: de vredeskrant voor kinderen, en de ruziekrant voor de vredesweek. Bij kennisname van de inhoud blijkt dat de behandelde stof wel beantwoordt aan het niveau van het kind, maar de vraag is gewettigd of een kind reeds zo vroeg over zulke moeilijke problemen moet worden geïnformeerd en of het ethisch verantwoord is kinderen op zo’n eenzijdige manier te beïnvloeden. Ook de brochures voor de middelbare- en hogere Scholen ademen een sfeer uit waarin de feiten onverbloemd en veelal eenzijdig belicht op tafel worden gelegd, waarna meteen een conclusie wordt getrokken en voorgesteld wordt tot politieke actie over te gaan. Let wel, de genoemde feiten zijn niet onjuist, het gaat om de suggestieve manier waarop verbanden worden gelegd tussen de feiten. De inhoud roept niet op tot bezinning, integendeel het prikkelt tot actie en wel zodanig dat zonder uitstel een adhesie wordt ingewacht.

Ook de stijl waarin geschreven wordt en het gebruikte jargon maken een drammerige en autoritaire indruk. Een lid van een jeugdvereniging antwoordde desgevraagd: ”het gaat niet om mijn mening, maar om mijn handtekening”. In geen enkel informatiebulletin wordt opgeroepen tot bezinning, laat staan tot gebed.

Hoewel de zaken enerzijds wetenschappelijk gefundeerd aan de orde worden gesteld, wordt anderzijds op merkwaardige wijze gesimplificeerd. Zo wordt op pagina 6 van de vredeskrant ingegaan op de vraag of het juist is met bijbelteksten te werken. In de beschouwing wordt de mening van een pacifist afgewogen tegen die van een militarist. Aan het einde van de beschouwing merkt men dat de conclusie gewettigd is dat een niet-pacifist derhalve een militarist is. Het voert te ver een en ander hier breed uiteen te zetten, doch het gaat erom dat er op onjuiste wijze wordt vereenvoudigd.

Na lezing van de vele brochures en cahiers die in de loop der jaren zijn geplubliceerd, kan slechts worden geconcludeerd dat het IKV zich inderdaad grote zorgen maakt over de ontwikkelingen in de wereld van vandaag. Het valt te betreuren dat het beraad van een zekere miskenning blijk geeft als het gaat om anderen, die ook bezorgd zijn doch die geen actie willen of kunnen voeren. Het leidt bovendien tot overschatting van het eigen inzicht.

Slotopmerkingen.

Naar mijn mening zou het ons, leden van de Chr. Geref. Kerken, niet misstaan als wij ons wat meer openstelden voor de opvattingen over vredesvraagstukken die op interkerkelijk of buitenkerkelijk niveau worden gepresenteerd. In de vele gesprekken over deze materie met kerkleden merk ik dat de interesse hiervoor klein is en de kennis terzake bepaald gering. Is het dan toch zo dat het IKV het monopolie van de verontrusting heeft? Het is daarom een goede zaak de publikaties van het IKV aandachtig te lezen en te overwegen. Ik verwacht dat u alsdan naast een veelzijdige informatie een nogal éénzijdige stellingname zult constateren. Dat is het gevolg van de maatschappij-visie en de politieke opstelling van de leden van het IKV.

Een principieel punt is het feit dat het IKV meent door informatie en pressie de mentaliteit van de mens om te kunnen buigen teneinde de gang van zaken in deze wereld gunstig te beïinvloeden. Op zich is zulk een gedachte niet verwerpelijk, maar het onjuiste element hierin is dat het leden van christelijke kerken zijn die zulks poneren en daarmede voorbij gaan aan de bemoeienis van God met de wereld.

Zolang het IKV zich van het evangelie bedient door het incidenteel te verbinden aan de doelstellingen, zonder tot werkelijke bijbelse bezinning te komen en zolang er geen appèl van het beraad uitgaat om te bidden voor de vrede, zolang lijkt het mij ondenkbaar om te participeren in het IKV. Het gaat in wezen om het startpunt.

Starten wij bij de mens of vertrekken wij vanuit het evangelie.

Het gaat erom van welke kant je de zaak bekijkt!


Correctie.

Op blz. 215 van het vorige nummer moet gelezen worden:

In plaats van De sentimentelen (e, —a, sf):
(+e, −a, + sf).

In plaats van De flegmatici (−e, a, sf):
(−e, + a, + sf).

In plaats van De sanguinici (−e, a, −sf):
(−e, + a, −sf).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.