+ Meer informatie

„Hier leyt Poot hij is doot”

3 minuten leestijd

Mijn oog viel op een groot aantal naast elkaar gelegen keldergraven van pakweg een eeuw geleden, de laatste rustplaatsen van de gereformeerde families Sluis en Groot, bekende zaadhandelaren. Op elke zerk staat een –soms lange– Bijbeltekst. Aansprekend, zo veel teksten te lezen. Op het nieuwere deel van deze dodenakker las ik nauwelijks nog Bijbelteksten. Moderne opschriften, gekleurd glas, kleine sculpturen, maar weinig verwijzingen naar Gods Woord. Opschriften te kust en te keur. Papier is geduldig, zegt men wel. Steen ook…

Soms kom je opschriften tegen die je niet meteen zou verwachten. Op bijvoorbeeld de immense grafzerk van scheepsbouwer Cornelis Verolme in Nieuwe-Tonge staat Psalm 138:4 en onder de naam van zijn vrouw Psalm 90:17. Op begraafplaats Oud-Kralingen te Rotterdam ligt schuin tegenover het graf van de christelijke gereformeerde ds. P. Beekhuis (1935-1993) ook zijn koster, Hendrik Harrewijn, begraven. „Koster Chr. Geref. Kerk”, staat op zijn grafsteen. Iets verderop staat veelzeggend op een steen: „Uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig.” De grafsteen van Abraham van Dijke (1814-1897) in Sint Philipsland vermeldt: „In leven ouderling en medestichter der gereformeerde gemeente te St. Philipsland.” In Friesland zag ik ooit een uitgestrekte zerk met een compleet vertakte familiestamboom waarop tientallen namen.

Het zou weinig moeite kosten om meer voorbeelden te noemen. Op predikantengraven ligt vaak een opengeslagen Bijbel, zoals op het graf van ds. G. H. Kersten (1882-1948) in Rotterdam, predikant van de Gereformeerde Gemeenten.

Het is een eeuwenoud gebruik om grafstenen van uitvoerige opschriften voorzien. In de oudheid kwam dat zelfs al voor in de Romeinse stad Pompeji. In monumentale kerken bestaan vloeren uit zerken. Titels, hoedanigheden, functies, het is allemaal te lezen. Of niet. De nadere reformator Alexander Comrie wenste geen grafzerk in de Goudse Sint-Janskerk. Het graf van de Schotse oudvader Andrew Gray in de Saint-Mungokathedraal in Glasgow wordt gedekt door een eenvoudig steentje met alleen de letters A. G.

De reformator Johannes Calvijn werd op zondag (!) 28 mei 1564 op Plainpalais in Genève begraven en wenste geen steen. Het grafschrift van dichter H. K. Poot luidt niet, zoals vaak wordt beweerd: „Hier leyt Poot hij is doot.” In de Oude Kerk in Delft ligt een steentje waarop slechts staat: „H. K. Poot Obiit 31.12.1733.”

Een merkwaardig grafmonument bevindt zich op het Oude Kerkhof aan de Kerkenboschweg in Roermond. Een hoge muur maakt nadrukkelijk scheiding tussen het gewijde roomse en het ongewijde protestantse gedeelte. In 1842 trouwde een 22-jarige roomse jonkvrouwe met een elf jaar oudere protestantse kolonel. Na veertig jaar stierf de man, de vrouw volgde hem acht jaar later. Bij elkaar in één graf verbood de Roomse Kerk. Ze werden begraven aan weerskanten tegen de scheidsmuur. Het staande gedenkteken bestaat uit twee identieke kolommen, waarboven twee over de muur reikende, ineengevouwen handen. Alsof ze elkaar bij de hand houden. Postume oecumene, versteende scheiding én verbinding. De teneur: Rome kán me wat!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.