+ Meer informatie

HOE GAAT HET MET U ?!?!

4 minuten leestijd

Een eigenaardig opschrift bovendit artikeltje,zult u misschien denken. Inderdaad, maar het opschrift raakt ook direct het onderwerp waarvoor ik uw aandacht vraag. Want gebeurt het niet menigmaal dat men b.v. op visites, recepties, (classis)vergaderingen enz. begroet wordt met de vraag: „Hoe gaat het met u?” Men zou toch verwachten dat dit uit welgemeende belangstelling wordt gevraagd, maar in vele gevallen zijn deze woorden verworden tot wat op een begroeting moet lijken. Men spreekt het uit met een uitroepteken in plaats van op een belangstellende, vragende wijze. Voordat de aangesprokene de vraag (met een uitroepteken), kan beantwoorden met de mededeling dat het al of niet goed gaat, is de begroeter al weer twee of drie personen verder om dezelfde uitroep te doen: „Hoe gaat het met uil” Enkele voorbeelden uit de praktijk:

Een medeambtsbroeder presteerde het om op een classisvergadering bij de begroeting vóór de aanvang acht maal een handje te schudden met de uitroep: „Hoe gaat het met uü” zonder antwoord af te wachten.

Een ander begroette mij eens met de woorden: „Hoe gaat het met u?” en liep terstond verder, terwijl ik toch zo graag de vraag die hartelijk werd uitgesproken, had willen beantwoorden.

Weer een ander begroette mij als volgt: „Hoe gaat het met u?” en zonder antwoord af te wachten: „En met uw vrouw ook goed?”

Deze drie voorbeelden betreffen ambtsdragers in de ruimste zin des woords. Het is echter niet vanzelfsprekend dat alles goed gaat. De zorgen kunnen soms groot zijn, zowel lichamelijk als geestelijk.

Beseft men wel dat een aangesprokene die men begroet en naar wiens of wier welstand men vraagt, soms behoefte heeft om een ander deelgenoot te maken van de zorgen en moeiten die soms zwaar kunnen drukken?

En als men dan als aangesprokene bemerkt dat de vraag/begroeting „Hoe gaat het met u?!” een puur formeel uitgesproken zinnetje is zonder werkelijke belangstelling naar de welstand van een medemens en dat men niet de moeite neemt op antwoord te wachten, dan kan dat wel eens een bittere ontgoocheling zijn!

Het maakt ook nogal verschil of men te maken heeft met b.v. schoolvrienden, collega’s of de buurman, als men elkaar min of meer amicaal of joviaal toeroept: „Hoe is het? Hoe gaat het?”, dan wel of men te maken heeft met ambtsdragers, zoals hierboven omschreven, die toch een goddelijke roeping hebben om elkanders (geestelijke) welstand te bevorderen.

Afgezien van de wellevendheid, die ook in het geding is, als men naar iemands welstand vraagt en zonder antwoord af te wachten verder loopt, moeten wij als ambtsdragers toch wel bijzonder alert en attent zijn t.o.v. het heil van onze medemens.

Ik wil natuurlijk niet generaliseren, gelukkig zijn er nog velen die een warme belangstelling tonen voor de welstand van hun naasten en een open oor hebben als zij deelgenoot worden gemaakt van de moeiten en het verdriet van anderen en het ook daadwerkelijk tonen hoe zij anderen tot een hand en voet kunnen zijn, maar toch zijn genoemde ervaringen, volgens mij, symptomen waarvoor wij elkander in liefde moeten waarschuwen.

Het is na lang aarzelen dat ik dit artikeltje schrijf en mijn gedachten over deze kwestie dus aan de openbaarheid prijs geef. Misschien kan het reden zijn om onszelf eens af te vragen of, en zo ja, in hoeverre wij in de greep van het formalisme zijn terecht gekomen, want een vraag stellen aan een medemens, met voorbijzien van de inhoud, is ijdele praat, dus ledige praat en daarvan zegt Gods Woord in Mattheüs 12 vers 36: „Maar Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, hetwelk de mensen zullen gesproken hebben, zij van hetzelfde zullen rekenschap geven in de dag des oordeels”.

Met het bovenstaande heb ik getracht een zaak aan de orde te stellen, die de nodige aandacht verdient. Ik heb het expres zeer summier gehouden, het is slechts een verhaaltje zonder enige pretentie, maar wel een stem uit de praktijk !

Misschien kan het als onderwerp dienen op een mannenvereniging of gesprekskring of kan er door een ter zake deskundige eens wat dieper op worden ingegaan. Ongemerkt raken wij vaak verstrikt in formele termen, terwijl wij toch moeten waken voor ijdele praat.

Moge het uw en ook mijn bede zijn of worden, ook ten aanzien van onze ambtelijke arbeid:

„Och, dat ik klaar en onderscheiden zag,
Hoe’k mij naar Uw bevelen moet gedragen!”

Naschrift van de redactie:

Een enkele keer ontvangt de redactie een artikel ter plaatsing. Over het algemeen wordt aan een dergelijk verzoek niet voldaan, omdat er een strak beleid is; reeds maanden tevoren worden scribenten aangezocht. Voor deze bijdrage heeft de redactie een uitzondering gemaakt, ook omdat het een kort artikel is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.