+ Meer informatie

„Ik ben wel eens een beetje bang voor die behoefte om geestelijk "high" te zijn"

15 minuten leestijd

Leidinggevende theologen sneden in de negentiende eeuw het hart van het christelijk geloof weg. De kerk werd meer en meer een orgaan waarin de rede en de medemenselijkheid centraal kwamen te staan. Een reactie kon niet uitblijven. Die kwam dan ook, in de vorm van de pinksterbeweging. Het onbewogen verstand werd ingewisseld voor de aangeraakte emotie. Tegenover het koude formalisme werd het vuur van de Geest verkondigd. Tegenover dorre dogmatiek de levende ervaring. H.N. van Amerom, voorzitter van de Broederschap van Pinkstergemeenten, over een stroming die aandacht vroeg voor de Heilige Geest.

Het gros van de reformatorische christenen ziet de pinksterbeweging als een homogeen gezelschap, dat in ieder geval niet gebukt gaat onder verdeeldheid. De werkelijkheid is minder rooskleurig. Onder de schijnbare eenheid gaan allerlei tegenstellingen schuil, deels gebaseerd op persoonlijke geschillen tussen voorgangers, deels op verschil van inzicht. Het heeft ertoe geleid dat binnen de pinksterbeweging tal van onderstromen zijn waar te nemen. Zo is er in ons land de stroming rond Johan Maasbach, de door de inmiddels overleden K. Hoekendijk gevormde beweging "Stromen van Kracht" en de beweging "Kracht van Omhoog", waarvan de eveneens overleden J.E. van den Brink de geestelijke vader was.

De sterke afhankelijkheid van voorgangers is kenmerkend voor veel pinkstergemeenten. Daartegenover bestaat een grote beduchtheid voor overkoepelende organen. Van de circa 560 Nederlandse pinkstergemeenten, met in totaal 80.000 leden, zijn er slechts zestig aangesloten bij de Broederschap van Pinkstergemeenten, die banden onderhoudt met de Amerikaanse "Assemblies of God". Naast de zestig aangesloten gemeenten zijn er nog een honderd gemeenten die theologisch op dezelfde lijn als de Broederschap zitten, maar de voorkeur geven aan volledige zelfstandigheid.

Gematigd
Het algemeen voorzitterschap van de Broederschap van Pinkstergemeenten is sinds 1975 in handen van H.N. van Amerom. De eerste zes jaar combineerde hij deze taak met het opzicht over de Haarlemse Immanuelgemeente. Vanaf 1981 houdt hij zich uitsluitend bezig met het bestuur van de Broederschap en de hieraan gelieerde zendingsorganisatie "Kleine Kracht", waarvan hij ook voorzitter is.
Andere organisaties die onder verantwoordelijkheid van de Broederschap vallen zijn de Nederlandse tak van Teen Challenge (het door David Wilkerson opgezette werk onder verslaafde jongeren) en de Centrale Pinkster Bijbelschool. De leiding van dit opleidingsinstituut, tot voor kort in handen van Paul van der Laan, werd onlangs overgenomen door zijn broer dr. Cees van der Laan, de bekende kerkhistoricus van de Nederlandse pinksterbeweging.
Als hij de Broederschap een plaats moet geven op het bonte palet van pinkstergemeenten, gebruikt Van Amerom typeringen als "orthodox" en "gematigd". „We zijn wars van extremiteiten en proberen een gezond evenwicht te bewaren tussen geloof en ervaring. Je kunt het werk van de Heilige Geest niet losmaken van de Schrift. Dan kom je op gevaarlijk terrein."

Diversiteit
Hoe beoordeelt u de diversiteit binnen de pinksterbeweging?
„Organisch zie ik de pinksterbeweging nog steeds als een eenheid. De verschillen liggen vooral op organisatorisch gebied. Niet iedereen ziet het belang van organisatie, zoals wij dat zien."
Welk bezwaar hebt u tegen volstrekte autonomie van gemeenten?
„Er is praktisch geen correctie mogelijk. Een onafhankelijke voorganger die een scheve schaats rijdt is niet aanspreekbaar, want hij accepteert geen enkele tucht, van wie dan ook. Dat is evenzeer een probleem als het om de leer gaat. Begint een van onze voorgangers een vreemde leer te prediken, dan kunnen we hem aanspreken op basis van de door hem ondertekende Fundamentele Waarheden. Onafhankelijk voorgangers hebben daar geen boodschap aan."
Ziet u dat individualisme in uw kring af- of toenemen?
„Toenemen. Kinderen leren op school al om voor zichzelf op te komen, assertief te zijn, eigen standpunten te bepalen, niet mee te gaan met het groepsgebeuren. Dat sijpelt door in de kerken en nog sterker in de vrije groepen, waar een historisch te verklaren afkeer van gezagsorganen bestaat."

Extremiteiten
U constateerde dat de Broederschap van Pinkstergemeenten wars is van extremiteiten. Wat moet ik daaronder verstaan ?
„Ook voor ons zijn de geestelijke gaven als het spreken in tongen, handoplegging, profetie en de genezing van zieken een belangrijk kenmerk van de pinksterbeweging. Maar in de loop van de tijd hebben we geleerd wat wel en niet moet, wat kan en niet kan. Door schade en schande word je wijs. Daardoor is er evenwicht gekomen in dat wat we uitdragen en prediken.
Je zult ons niet horen zeggen dat alle zieken die geloof hebben op het gebed worden genezen. Hetzelfde geldt voor het spreken in tongen. Er zijn gemeenten waar je buiten de boot valt als je niet in tongen spreekt, omdat je dan niet behouden zou zijn of de Heilige Geest niet zou hebben. Wij geloven dat alle christenen die oprecht de Heer dienen, de Heilige Geest hebben. Zonder de Heilige Geest kun je immers niet zeggen datjezus Heer is."
Wat ziet u als het belangrijkste werk van de Heilige Geest?
„De wedergeboorte. De Heilige Geest overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel en is uitgezonden om een werk van vernieuwing in mensen tot stand te brengen. Daarnaast lees je in de Bijbel over de doop in de Geest, als een tweede ervaring, een extra dimensie. Jezus zegt: Gij zult kracht ontvangen als de Heilige Geest over u komt en gij zult Mijn getuigen zijn."

Geestesdoop
„Er is dus duidelijk een link tussen het getuige zijn van Jezus en het ontvangen van de kracht van de Heilige Geest, wat zich uit in het spreken in tongen, als een ervaring die God ons geeft. Niet omdat wij beter zijn dan anderen, maar omdat God die ervaring aan iedere christen wil geven die zich ervoor openstelt. Wij willen ons niet exclusief opstellen. We geloven dat deze ervaring voor iedere christen bedoeld is."
Ontvangt iedereen in pinksterkring de Geestesdoop ?
„Nee, een groot aantal leden gelooft wel in deze ervaring en de bijbehorende tekenen, maar kent die zelf niet.
Waaraan ligt dat?
„De pinksterbeweging komt voort uit de heiligingsbeweging rond mensen als Andrew Murray. De nadruk bij de eerste pinkstermensen lag dan ook sterk op de levensheiliging. Vanuit dat verlangen was er de behoefte aan meer kracht en zag je ook dat velen werden gedoopt in de Heilige Geest. Ik zeg niet dat de pinkstermensen van nu niet heilig zijn, maar er is wel een vervlakking te zien. Neem de hele trend van lofprijzing, het vele zingen, allerlei koortjes... Ik ben niet tegen zingen. Integendeel, 'k Heb geloofd en daarom zing ik, daarom zing ik van gena. Maar ik ben wel eens een beetje bang voor die behoefte om geestelijk "high" te zijn, alsof dat de beleving van de Geestesdoop is".

Handoplegging
Paulus tekent de heiligmaking als een groeiproces. Maakt de pinksterbeweging er door haar visie op de Geestesdoop niet een sprongsge-wijs gebeuren van?
„Het een sluit het ander niet uit. Iemand die in tongen spreekt is niet meteen heilig. Wel geloof ik dat de doop in de Geest het verlangen om te groeien in heiligheid versterkt."
Vallen de leden die in tongen spreken op door een heiliger levenswandel?
„Dat zou ik wel willen, maar zo kun je dat niet zeggen."
Wat is dan de waarde ervan?
„Het ontvangen van kracht om te getuigen, zoals de Heere Jezus zegt. Niet het getuigen door het leven alleen, maar ook het getuigen met de mond. Dat wordt versterkt door de doop in de Heilige Geest."
Leidt deze visie in de praktijk niet onvermijdelijk tot de vorming van een groep elite-gelovigen binnen de gemeente?
„Dat zou het geval kunnen zijn, maar binnen de Broederschap vind ik dat niet terug. Wij zijn er ook niet voor om de ervaring van de doop in de Geest te forceren. Iets anders is het als gemeenteleden er zich oprecht naar uitstrekken. Dan behoort het tot de bediening van de voorganger om hen daarin te onderrichten en aansluitend voor hen onder handoplegging te bidden, opdat zij ook de Geestesdoop met de bijbehorende tekenen mogen ontvangen."

Tongentaal
Hoe verklaart u dat binnen de kerken zelfs christenen die opvallen door een godvruchtig leven de ervaring van de doop in de Geest niet kennen?
„Dat vind ik moeilijk. Het doet mij wel eens zeer als ik zie dat mensen die niet vervuld zijn met de Heilige Geest een heiliger leven leiden dan mensen die de doop in de Geest hebben ontvangen. Ik denk overigens dat het ontbreken van deze ervaring in de kerken vooral te maken heeft met het gebrek aan onderricht op dit punt. Zou men er meer voor openstaan en er meer om bidden, dan zou de Geestesdoop ook in de kerk realiteit worden. Mijn droom is nog altijd dat alle kerken pinksterkerken zullen worden. Dat zou toch geweldig zijn."
Is het niet vreemd dat de pinksterbeweging zo grote nadruk op tongentaal legt, terwijl de Bijbel er slechts zijdelings over spreekt?
„De Bijbel spreekt er zijdelings over, omdat tongentaal in de eerste christengemeenten een vanzelfsprekendheid was. Ik bestrijd ook dat wij er bijzonder de nadruk op leggen. Wat dat betreft hebben veel kerken een karikaturale voorstelling van de pinksterbeweging. Ik predik veel meer de noodzaak van bekering, wedergeboorte, levensheiliging en liefde dan de doop in de Heilige Geest met de bijbehorende tekenen als tongentaai en profetie."

Belijdenis
Profetie in de betekenis van voortgaande openbaring? „Nee, dat niet. Ik geloof dat mensen door profetie meer inzicht kunnen krijgen in de wil van God. Maar de profetie moet opkomen vanuit het Woord en staat nooit boven of naast het Woord."
Aanvankelijk was de pinksterbeweging zeer beducht voor de beoefening van theologie. Is daarin een kentering waarneembaar?
„Persoonlijk ben ik voorstander van een universitaire theologische opleiding. Niet in de eerste plaats als een ambtsopleiding, maar als een opleiding die pinkstermensen in staat stelt gefundeerd de pinkstergedachte uit te kunnen dragen. Vele anderen binnen de Broederschap zijn beducht dat het dan weer te verstandelijk wordt. Daar ben ik ook niet voor, maar nu bestaat het gevaar dat men te veel gevoelsmatig bezig is. Een stuk gedegen opbouw en lering is ook noodzakelijk."
De huiver voor theologie gaat vaak samen met een afkeer van een bindende confessie. Toch ging de Broederschap van Pinkstergemeenten over tot het opstellen van de zogenaamde Fundamentele Waarheden.
„Ik geloof dat het goed is om, zij het summier, aan te geven wat je gelooft en waar je voor staat. Iemand kan wel zeggen dat hij de Bijbel van kaft tot kaft gelooft, maar dat kan een loze kreet worden."
Waarom is de belijdenis of grondslag zo summier gehouden ?
„Omdat onze achterban niet rijp is voor het dieptheologisch omschrijven en uitdragen van geloofswaarheden. Ik zou er wel voor zijn om de Fundamentele Waarheden hier en daar aan te vullen en verder uit te werken, maar zoiets moet je niet forceren. Je hebt bovendien weinig aan prachtige uitspraken waar mensen zelf geen inhoud aan weten te geven. Dan worden het dode dogma's. Elke generatie moet opnieuw de rijkdom van de Schrift ontdekken."

Charismatisch
U ging zijdelings al in op de charismatische beweging. Hoe beoordeelt u deze beweging die grotendeels het gedachtengoed van de pinksterbeweging deelt?
„Met gemengde gevoelens. Ik ben blij dat binnen de traditionele kerken eindelijk aandacht is gekomen voor het werk van de Heilige Geest. Maar in Nederland is het nog steeds een elitaire groep van theologen die er zich mee bezighoudt. Het is nog niet doorgedrongen tot het kerkvolk."
Als dat wel gebeurt, verliest de pinksterbeweging dan haar bestaansrecht?
„In feite wel ja. Historisch gezien heeft de pinksterbeweging een eigen plaats verworven. Maar als een kerk ons wil accepteren zoals we zijn, dan zou ik daar principieel geen moeite mee hebben."
Een deel van de charismatische beweging ontkent het absolute gezag van de Schrift en is sterk spiritueel gericht. Hebt u daar geen moeite mee?
„Daar ligt inderdaad een duidelijk verschil met de pinksterbeweging. Zeker ten aanzien van de charismatische stroming binnen de Rooms-katholieke kerk heb ik mijn vragen. Ik moet zeggen dat ik roomse charismatici heb ontmoet, onder anderen de biechtvader van de paus, die iets uitstralen wat je bij veel reformatorische en evangelische christenen niet vindt. Maar je moet opletten dat je geloofservaring niet gaat verwarren met mystiek. Daar ligt mijn zorg ten aanzien van de charismatische beweging. Het zou goed zijn als men wat meer luisterde naar de pinkstermensen, want die hebben door de jaren heen met vallen en opstaan geleerd. Maar ja, wij zijn maar een lekenbeweging."

John Wimber
Momenteel zorgt John Wimber voor nogal wat verwarring in de evangelische wereld. Hoe ziet u deze man?
„Met zijn boeken kan ik in grote lijnen instemmen. Alleen met de praktijk heb ik wat moeite. Wimber gaat ervan uit dat iedere gelovige alle gaven van de Geest kan bezitten en zich ook door de Geest moet laten leiden in profetie, het handen opleggen en ga zo maar door. Voor zijn komst naar Nederland heb ik gewaarschuwd voor het gevaar dat iedereen iedereen de handen gaat opleggen, gaat bedienen en gaat profeteren. Vergelijkbaar met de praktijk in de vroegere "Stromen van kracht"-beweging rond Hoekendijk. Daar zijn de grootste brokken mee gemaakt. Ik geloof in leiding, pastoraat en opzienerschap. Niet iedereen kan zomaar alles doen wat hij wil. Er moet controle zijn."
Johan Frinsel, oud-voorzitter van de Broederschap van Pinkstergemeenten, typeerde Wimber als een van de grootste gevaren voor de christenheid. „Dat is echt Frinsel. Johan Frinsel is altijd een antagonist geweest, met een heel scherpe pen. Hij stelt de dingen bewust vaak scherp, om mensen wakker te schudden. Hij neemt bij ons een heel eigen plaats in. Je ontmoet soms reformatorische predikanten die dicht bij de pinksterbeweging staan, terwijl Frinsel ondanks het feit dat hij al tientallen jaren tot de pinksterbeweging hoort, in veel opzichten heel dicht bij de reformatorische kerken staat."

Mensen
Dr. J. W. Maris stelt in zijn dissertatie "Geloof en ervaring" dat in de pinksterbeweging meer de mens dan Christus in het middelpunt staat. Is dat niet een terecht verwijt, ook gezien de centrale plaats van de voorganger in pinksterkringen ?
„Dat is grotelijks overdreven. Ik ontken niet dat in bepaalde groepen binnen de pinksterbeweging de persoon te belangrijk is, maar datzelfde zie ik binnen de traditionele kerken. Zelf ben ik opgegroeid in de synodaal Gereformeerde Kerken. Wij woonden in Zwolle en hoorden eigenlijk bij de Oosterkerk, maar meestal gingen we naar de Zuiderkerk, want daar sprak ds. Lugtigheid. De hele goegemeente holde die man na. En z'n collega bleef met vijftig mensen achter.
Dat zie je bij ons ook. Mensen blijven mensen. De een holt achter Maasbach aan, de ander achter Ben Hoekendijk, een derde achter Van de Brink. Achter mij zullen ze denk ik wat minder hard aan hollen. Ik hoef niet zo nodig op de voorgrond te staan."

--------------------------------------------------------------------------------------

De "drie golven van de Geest"

Een breed levende weerzin tegen het formalisme en rationalisme in de kerken. Dat was de voedingsbodem waarin de pinksterbeweging aan het begin van deze eeuw wortel kon schieten. De meeste "bekeerlingen" kwamen niet uit de wereld, maar uit de gevestigde kerken. Tegenover de kerkelijke nadruk op ambt en theologie stelde de pinksterbeweging de bijzondere Geestesgaven en de ervaring centraal. Met name de ervaring van de doop in de Heilige Geest, die werd losgemaakt van het ontvangen van de Heilige Geest in de wedergeboorte. Elke gelovige dient in de pinksteropvatting te staan naar de doop in de Geest, die meestal wordt ontvangen onder handoplegging.
Kenmerk en bewijs van deze "second blessing" (tweede zegen) is het spreken in tongen. Daarnaast wordt de pinksterbeweging onder meer gekenmerkt door gebedsgenezing. Sommige pinkstervoorgangers gaan zelfs zo ver, dat het uitblijven van genezing op het gebed wordt verklaard uit gebrek aan geloof bij de zieke.

Tweede en derde golf
Is de pinksterbeweging een stroom naast of zelfs tegenover de kerk, de charismatische beweging stroomt daarentegen door de kerken heen. Deze "tweede golf van de Geest" streeft naar wat genoemd wordt "spirituele vernieuwing" van de kerken en heeft een sterk oecumenisch karakter. Een groeiende groep charismatici, zowel in roomse als protestantse kring, erkent zelfs hindoeïsten en boeddhisten als broeders, op grond van overeenstemming in spiritualiteit.

De evangelische beweging rond de Amerikaan John Wimber, leidsman van de Vineyard Christian Fellowship, wordt wel aangeduid als de "derde golf van de Geest". Centraal in zijn campagnes staan gebedsgenezing en het "rusten in de Geest", een situatie van extase waarin veel mensen tijdens de bijeenkomsten van Wimber terechtkomen. Andere verschijnselen die door zijn optreden worden bewerkt zijn het lachen, vallen of zelfs dansen "in de Geest".

Grondslag
Een deel van de pinksterbeweging ziet Wimber als een profeet. Daarentegen beschouwt Johan Frinsel, oudvoorzitter van de Broederschap van Pinkstergemeenten, de Amerikaanse voorganger als een van de grootste gevaren voor de christenheid. Zijn voornaamste bezwaar tegen Wimber is, dat hij de Heilige Geest losmaakt van Christus, terwijl de Geest naar Frinsels overtuiging niets anders doet dan Jezus in het middelpunt stellen. Hij typeerde zichzelf in dit verband als een representant van "oud-pinksteren".

Duidelijk is dat het ontbreken van een confessie in de praktijk de deur opent voor aller ei wind van leer. Ook de Broederschap van Pinkstergemeenten zag zich genoodzaakt tot het opstellen van een grondslag, de zogenaamde Fundamentele Waarheden, die door alle leden onderschreven moeten worden.

Ondanks de interne tegenstellingen is de groei van de pinksterbeweging en de charismatische beweging nog steeds overrompelend. De aanhang wordt wereldwijd inmiddels geschat op zo'n 300 miljoen zielen. En het eind van de aanwas is nog niet in zicht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.