+ Meer informatie

NABESCHOUWING

5 minuten leestijd

1. Het is niet eenvoudig in het kort weer te geven wat op onze konferen-tie in Oktober jl. met name in het gesprek aan de orde is geweest.

Daarvoor is het - gelukkig overigens -teveel echt een gesprek geweest. We hebben in alle openheid naar elkaar toe geprobeerd met elkaar in dialoog te gaan. Daarom heb ik er ook behoefte aan voorop te stellen, dat bij alle verscheidenheid in denken de toon van het gesprek erg goed is geweest.

Dankbaar ben ik, dat dat niet alleen mijn ervaring is geweest. Als spreker beoordeel je dat nu eenmaal niet helemaal objektief. Ik mocht dat zelfde geluid ook van anderen horen.

Bovendien hebben we getracht niet alleen elkaar te begrijpen, maar ook met elkaar mee te gaan.

Dat is zeer waardevol, niet in het minst in het kerkelijk leven.

2. Uit het gesprek heb ik begrepen, dat ik in een vrij kort tijdsbestek nogal wat „overhoop” heb gehaald. Daarom kwam het wellicht ook ietwat „onstuimig” over. Maar u zult bij na-dere bestudering ontdekken, dat ik naar mijn mening terecht nogal wat nodig had voordat ik tot de eigenlijke kern van m’n betoog kon komen.

Nadenken over de diaken en de samenleving betekent immers ook, dat we zaken binnen ons vizier krijgen, die nu eenmaal niet direkt op onze agenda staan. Bovendien brengt de geweidige ontwikkeling van onze samenleving dit ook bijna als vanzelfsprekend met zich mee.

3. Uit het gesprek werd ondermeer duidelijk, dat we nog steeds geneigd zijn te spreken over „de primaire taak” van de kerk.

Ik moet zeggen, dat ik toch hoe langer hoe meer moeite krijg met deze scheiding, temeer omdat het m.i. hier niet gaat om een onderscheiding in de taken van de kerk, maar om een principiële keus.

Dè taak van de kerk is de verkondiging van het evangelie. Dat is juist.

Maar in feite heb ik dan nog niet veel gezegd. Het gaat dan ook nog over de wijze van evangelie-verkondiging.

Naar mijn mening zouden we wel eens in een fase terecht zijn geko-men, waarbij de verkondiging-met-de-daad voorop moet gaan.

Maar - en ik stel dat met nadruk - ook dat is voluit verkondiging.

Als er, zoals gezegd is, hulp geboden moet worden langs evangelische weg, dan zeg ik opnieuw: akkoord.

Maar die weg zou in onze tijd wel eens de weg van de daad kunnen zijn. Anders gezegd: evangelie-verkondiging is voor mij niet alleen verbaal, met woorden.

Vaker kan het evangelie gebracht worden met daden.

Daarom denk ik ook dat ik tot het uiterste zou willen meegaan in een stichting voor maatschappelijke dienst verlening of een telefonische hulp-dienst.

Vanuit de evangelische bewogenheid en opdracht zou ik me daaraan niet graag onttrekken.

Soms moet je eerst en voorlopig doen, voordat je aan het Woord komt.

Ik stel dit ook daarom omdat ik vanuit een stukje pastorale praktijk zeer sterk de indruk heb gekregen, dat ve-len „buiten” dat spreken van de kerk moe zijn geworden. En soms denk ik erbij: misschien wel terecht. In mijn verhaal heb ik me hiervoor ondermeer beroepen op Gal. 6, 10: „Allen” gaat daar wel voorop.

4. Een groot deel van de vragen ging over wat ik hier zou willen noemen „de strukturele veranderingen”.

Opmerkingen als: „onze wereld ligt toch in het boze” en „niemand, ook de kerkmens niet, wil toch terug” en „dit is toch allereerst taak voor de politieke partijen” getuigen daarvan.

Over „de wereld, die in het boze ligt” heb ik m.i. voldoende gezegd.

Ik ontken dat niet, maar dat is ook niet mijn uitgangspunt. Dat denken maakt christenen zo machteloos. Als uitgangspunt voor mijn denken heb ik genoemd de vernieuwende genade van God.

Een paar dagen na de konferentie kreeg ik het nieuwste boek van Okke Jager in handen. Ik hoef dat uiteraard hier niet te bespreken. Maar in zijn „Wij zijn niet machteloos” stelt Jager terecht dat uitgangspunt. Hij echter spreekt over de hoop, de bijbelse hoop. Ik denk, dat dat element ook genoemd mag worden.

Typisch voor velen ook binnen de kerk is, dat we ons vaak machteloos voelen: wat moet je eraan doen?

Je ontkomt er niet aan?

Ik meen dat dit onjuist, onbijbels is. De gelovige zal binnen deze samenleving duidelijk moeten maken dat hij zich wil laten leiden door God.

Ik ontken niet dat het ondermeer een taak voor politieke partijen en vakorganisaties is om strukturen te veranderen. Maar dat neemt niet weg dat binnen de kerk hieraan ook veel ge-daan zal moeten worden.

Terecht is van de kant van christelijke organisaties vaak de klacht geuit, dat ze zich in de steek gelaten voelen door de kerk.

Ik dit verband herhaal ik een opmerking van de konferentie, dat het argument van een „te korte polsstok” geen wezenlijk argument mag zijn.

Het gaat hier terecht om de vraag naar de prioriteiten. Anders gezegd: waaraan geven wij vanuit ons christelijk geloof en vanuit de christelijke gemeente de voorrang.

5. Het is duidelijk: we moeten in de kerk met elkaar in gesprek blijven over deze vragen.

We moeten ze niet afdoen met - wat ik noem - oneigenlijke argumenten. Het gaat immers om het heil ook voor de samenleving.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.