+ Meer informatie

OP HUISBEZOEK: SAMEN OF ALLEEN?

8 minuten leestijd

Met enige regelmaat komt de redactie de vraag ter ore of er eens geschreven kan worden over de aanpak van het huisbezoek, toegespitst op de vraag of dat door één of door twee broeders afgelegd zal worden. Hieronder volgt een handreiking.

VANOUDS

Vanouds is het jaarlijkse huisbezoek afgelegd door twee broeders tezamen. Zij worden binnen de kerkenraad voor het pastoraat aan elkaar gekoppeld en gaan samen de gemeente door. Als men nagaat om welke reden dat gedaan wordt, komt men met name uit bij Matt. 18:15-18. Daar staat dat iemand, wanneer hij gezondigd heeft, vermaand zal worden door twee of drie personen, opdat ‘op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa’. Daarvóór staat de gelijkenis van het verloren schaap (18:12-14) en daarachter de gelijkenis over het vergeven (18:21-35). Het is duidelijk dat dit gedeelte van de Bijbel gaat over de Grote Herder, die zijn schapen zoekt wanneer ze verloren dreigen te gaan, dat deze daarvoor gebruik maakt van de dienst van ‘onderherders’ in zijn dienst, en dat zo broeders en zusters die een onheilig levensspoor bewandelen door hun vermaan tot bekering zullen komen. In die weg, zo wordt duidelijk, mag vergeving worden ontvangen na beleden zonde; dat geldt in de verhouding tussen God en mens, maar dat geldt, zo blijkt in dit hoofdstuk, uitdrukkelijk ook in de gemeentelijke verhoudingen.

Het huisbezoek is de plek waar geprobeerd wordt om het leven voor Gods aangezicht bloot te leggen, en om elkaar te helpen om voor Gods aangezicht te leven. De vragen rond het avondmaal hebben in dat bezoek vanzelfsprekend een plek. In de kerkorde vindt men er zelfs nog de sporen van, dat huisbezoek tijdens de tijd van het ontstaan, bij de Reformatie, heel direct aan de avondmaalsviering gekoppeld was. In art. 23 K.O. staat dat de ouderlingen jaarlijks huisbezoek zullen afleggen en dat zij daarbij de leden van de gemeente zullen ‘… vermanen en onderwijzen, onder ander met het oog op de avondmaalsviering’. In de tekst van vóór 2001 stond het er nog sterker: ‘…zowel vóór als na het heilig avondmaal huisbezoek te doen…’, dit in overeenstemming met de oorspronkelijke tekst van de Dordtse Kerkorde.

Dit alles zal de reden geweest zijn van de oude gewoonte om getweeën huisbezoeken te doen. Een bezoek kan immers iets naar boven brengen waarbij vermaan noodzakelijk is? En als het gaat om toegang tot of ontzegging van het avondmaal zal dat toch door twee broeders geschieden? Dat is af te leiden uit Matt. 18. Bovendien, zo valt te horen, is het ook een bescherming tegen allerlei discussie die na een huisbezoek kan ontstaan. Men zal minder snel in moeite komen over de vraag wat er nu precies gezegd is en welke lijn in een gesprek gevoerd is: men heeft daar immers een getuige bij?

ONTWIKKELING

Er zijn nog altijd gemeenten waar op deze manier het huisbezoek wordt afgelegd: twee broeders trekken samen op. In verschillende van die gemeenten is het dan zó geregeld dat alle broeders een wijk onder hun pastorale verantwoordelijkheid hebben en dat zij in die wijk het ‘gewone’ bezoekwerk doen (ziekte, geboorte, meeleven met rouw etc), maar dat zij voor het jaarlijkse (‘officiële’) huisbezoek de huizen in twee wijken bezoeken, namelijk in hun eigen wijk en in die van een andere broeder, die dan op zijn beurt ook in de wijk van zijn medebroeder de huisbezoeken aflegt. In kleine gemeenten gebeurt het ook wel dat de predikant meegaat op huisbezoek, zodat op die manier twee broeders op bezoek komen.

Toch zijn er daarnaast veel gemeenten waarin het anders gaat: de huisbezoeken worden daar in de regel alleen door de eigen wijkouderling afgelegd. Dat is al jarenlang het geval, en er zijn verschillende redenen waardoor het zo gekomen is. Om te beginnen is er het punt van de beschikbare tijd en het punt van de afstemming op eikaars agenda. In (bijna?) het hele land is het dagelijks leven drukker en onoverzichtelijker geworden en is het moeilijker dan vroeger om voldoende dagdelen voor alle huisbezoeken te reserveren. Laten we eens uitgaan van een wijk van 25 adressen, met twee bezoeken per avond, door twee broeders tegelijk af te leggen, dan moeten zij 25 avonden daarvoor tegelijk beschikbaar zijn. En… ook op de te bezoeken adressen moeten de huisbewoners beschikbaar zijn. Dat is ingewikkeld geworden. Bovendien is het wijkwerk meer dan alleen huisbezoek. De druk op de pastorale agenda is daardoor zeer toegenomen, en daarom stapte men af van de oude gewoonte.

Er is ook een andere, geestelijk-inhoudelijke reden: in meer en meer gemeenten kwam de kerkenraad het signaal ter ore dat het verschijnsel van twee broeders die op bezoek komen niet altijd bijdroeg tot een eerlijk, vertrouwelijk gesprek; het kwam niet tot een ontmoeting, en dat willen we toch feitelijk? Dat gold zeker daar, waar sprake was van een alleenstaande broeder of zuster. Terecht of niet, maar deze voelde zich dan niet altijd vrij om te zeggen wat hij/zij dacht. Geestelijke gesprekken hebben een teer karakter; men spreekt immers van hart tot hart? Al te veel oren in zulke gesprekken nodigen niet uit tot dieper graven. En opnieuw terecht of niet, maar wanneer er een stilte in een gesprek valt, die best heilzaam kan zijn, en die stilte wordt dan al te snel doorbroken door woorden van een ander, dan raak je iets kwijt. Zo gebeurde het wel dat de ene broeder iets opmerkte waarover de bezochte broeder/zuster nadacht, maar dat de andere broeder er snel doorheen kwam, met zijn visie, of met een ander spoor. Kortom, dat droeg niet altijd bij tot de zozeer gewenste geestelijke diepte. Naarmate men in de gemeente minder ging opzien tegen het huisbezoek (een goede zaak!), kreeg men ook meer vrijmoedigheid om dit signaal aan de kerkenraad voor te leggen.

Dit alles (en misschien nog wel meer) leidde tot doorbreking van een oude traditie: in principe (en dus uitzonderingen daargelaten) worden in die gemeenten huisbezoeken door één broeder afgelegd.

BALANS

Gelukkig hoeven we in dit alles niet een eenduidige keuze te maken. Er bestaat immers geen duidelijk Bijbels voorschrift als het gaat om deze dingen? De argumenten die in veel gemeenten geleid hebben tot verandering van de oude gewoonte, zoals hierboven omschreven, zijn valide en niet ongeestelijk. Het is inderdaad zo, dat een gesprek onder vier ogen zeker voor de gesprekspartner vaak aangenamer is dan een gesprek onder zes ogen. Ook voorkomt deze keuze dat een huisbezoek een soort dialoog wordt tussen de twee ouderlingen onderling (en dat gevaar is niet denkbeeldig). Ik wil bij deze balans ook even naar die ene andere ouderling kijken: de predikant. Hij doet verreweg de meeste van zijn bezoeken alleen, en volgens mij is er niemand die dat vreemd vindt. Die bezoeken duiden we niet aan met het woord ‘huisbezoek’, maar zit ik ver naast als ik vermoed dat veel van dat bezoekwerk dezelfde inhoud heeft en tot dezelfde diepte komt als het huisbezoek van de wijkouderling?

Vaak wordt in discussies over deze zaak verwezen naar het in het eerste kopje genoemde: er kan vermaan nodig zijn en dan kun je toch beter met z’n tweeën zijn. Dat is waar, maar in alle nuchterheid: hoe vaak komt een dergelijke situatie in de gemeente voor? Het probleem is gemakkelijk te ondervangen: bij bezoeken waarbij een situatie aan de orde is waarbij tucht in zicht dreigt te komen, gaat men met twee broeders. De betrokkene zal daar niet verrast over zijn. Natuurlijk kan het voorkomen dat er onverhoeds tijdens het huisbezoek iets aan het licht komt, waarbij de ouderling ontdekt: nu had ik beter met een collega-ambtsbroeder kunnen zijn. In die situatie is het geen schande om het gesprek op dat punt af te breken en af te spreken dat er een vervolgbezoek komt, waarbij hij vergezeld zal worden.

EEN SCHADUWKANT

Eén facet van dit onderwerp mag niet onbesproken blijven. Enkele maanden geleden stond er in ons blad een artikel, geschreven door de voorzitter van de commissie ‘misbruik van pastorale relaties’. Zelf pleitte ik er in 2009 op de landelijke vormingscursus voor dat iedere kerkenraad de folder die deze commissie naar alle gemeenten heeft gestuurd (en die desgewenst nog bij de secretaris ervan beschikbaar is) duidelijk zichtbaar op de leestafel in het kerkgebouw legt. Een bezoek bij een zuster uit de gemeente die alleen woont, kan leiden tot een heel akelige situatie, wanneer de ouderling zichzelf vergeet… ik hoef het niet nader aan te duiden. Zeker wanneer die zuster zich juist in een kwetsbare positie bevindt. Het omgekeerde kan trouwens ook voorkomen (en is ook daadwerkelijk wel voorgekomen), namelijk dat de ouderling (c.q. predikant) tegen een lid van de gemeente beschermd moet worden. Er zijn simpele manieren om dat gevaar in ieder geval in te dammen; bijvoorbeeld een bezoek waar mogelijk overdag of vroeg in de avond afspreken, en altijd in de huiskamer met zicht op de buitenkant, gordijnen open. In ieder geval: laten de bezoekers hun eigen zwakheden - en die van gemeenteleden - onderkennen en dienovereenkomstig handelen.

Anderzijds: gelukkig betreft het hier - heel beroerde - uitzonderingen, die niet betekenen dat het hele oude systeem van twee ouderlingen per huisbezoek om die reden in totaliteit per se in stand moet blijven. Ook bij dat systeem is trouwens wel een scenario te bedenken waarbij iets uit het geestelijke spoor dreigt te lopen.

SAMENVATTEND

Al met al: persoonlijk zie ik meer lichtkanten dan schaduwkanten aan het alleen op huisbezoek gaan, in vergelijking met het samen op pad gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.