+ Meer informatie

Insteek

3 minuten leestijd

Zelfs al neem je dezelfde feiten waar, onze manier van kijken geeft er onmiskenbaar zijn eigen kleur en beleving aan. Zo werkt het in de gemeente ook. Wat we zien, laat zich niet zomaar veranderen, maar onze eigen insteek heeft wel degelijk iets van een keuze: somberen of verwonderen.

Somberen

Somberen is de meest voor de hand liggende weg. Er zijn in deze gebroken werkelijkheid genoeg aanleidingen om treurig van te raken: Waarom verlaten zoveel mensen de kerk? Waarom zijn er zo weinig leden die nog honger hebben naar een middagdienst? Legt het Woord nog beslag op levens? Waarom zie je zo weinig vrucht op alle arbeid in de gemeente? Waarom gaan kerkmensen soms zo naar met elkaar om? Wat zal de kerkelijke toekomst zijn voor onze jeugd? En ga zo maar door!

Zonder overdrijven kun je daar toch gemakkelijk onder zuchten. De wetenschap dat vele van deze vragen alle eeuwen door gesteld zijn, relativeert wel wat, maar is toch een schrale troost. De laatste tijden zullen de zwaarste tijden zijn.

En toch... van ons wordt wel waakzaamheid en standvastigheid gevraagd, maar geen somberheid. Somberen kon zomaar eens de weg van het vlees zijn. Hoezo? In Schrift en gereformeerde belijdenis worden toch ook zeer donkere tonen aangeslagen? Totale verdorvenheid van ons menszijn, fundamentele onwil en onvrijheid om te kiezen voor het goede. En helaas ook een radicaal-algemene praktijk van het kwade. Wie oprecht gereformeerd is, wordt door geen kwaad verrast: ‘Onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, ja zelfs om God en mijn naaste te haten.’ Ga er maar rustig van uit dat dit is wat je van nature van jezelf en van ieder ander kunt verwachten.

Verwonderen

Maar juist wanneer dán de zon van Gods goedheid, trouw, recht en waarheid door het grauwe wolkendek van de zonde heen breekt, valt er plotseling een intens gouden gloed over onze werkelijkheid heen: de glans van Zijn verkiezende liefde in Christus en van de onstuitbare almacht waarmee Hij Zijn welbehagen uitvoert. Alles krijgt daarin een andere kleur; de kleur van genade. In dat schijnsel beginnen bovendien ineens vele details fel glinsterend op te lichten: Dat kind dat uit volle borst meezingt. Jongeren die met goede, eerlijke vragen komen. Volwassenen die geloofsbelijdenis afleggen. Dat gezin dat in alle extreme drukte tijd maakt voor Bijbellezen en de kerkdiensten. Een buitenkerkelijke wijkbewoner die het allerfijnste gemeentelid wordt. Die broeder die zijn roeping tot ambtsdrager als een taak van Godswege ervaart. Die zuster die met haar warme belangstelling al vele harten binnen en buiten de kerk ontdooid heeft. Momenten van diepe gemeenschap aan de Avondmaalstafel. Het wonder van elk hart dat gehoorzaam wordt aan Gods Woord.

En ach, het grootste wonder – dat ervaren wij toch bij onszelf? Dat de Heere zo’n zondaar en stuntelaar als ik op het oog heeft! Dat Hij die zelfs gebruiken wil in Zijn dienst! Opdat daardoor Zíjn Naam eer ontvangt! Alles wat géén zonde of verdoemenis is, is reden tot verwondering.
Laten we ons wachten voor somberen, ons verzetten tegen wat ons moedeloos en hopeloos maakt.

Laten we ons verwonderen! Eerst over de Heere, dan over onszelf en dan over zeer, zeer veel andere dingen die God in Zijn genade doet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.