+ Meer informatie

Dag in dag uit

3 minuten leestijd

Maandagmorgen 8 uur. „Ik kan nu toch niet ziek worden, mam? Dit is de drukste tijd van het jaar en daar hebben ze me nu juist voor aangenomen, zegt Anne-Ruth, terwijl ze een dappere poging doet om overeind te gaan zitten in haar bed. De poging mislukt en teleurgesteld laat ze zich weer in de kussens vallen. „Ik kan nu toch niet ziek worden", zegt ze voor de tweede keer. ,Je bént al ziek ", zeg ik. „En de Hema draait zonder jou echt wel door." Voorzichtig probeer ik de verwarde haren van haar klamme, koortsige voorhoofd te strijken, maar een volgende niesbui maak dat ik mijn hand vlug terug moet trekken. Zelfs zonder koorts zou Anne- Ruth niet in staat zijn geweest om te werken. De verkoudheid stroomt er aan alle kanten uit. Berustend geeft Anne-Ruth zich nu over aan haar ziekzijn en dankbaar laat ze zich het geschilde fruit en de glazen sap welgevallen. Dinsdagmorgen is de koorts nog hoger geworden. Eten en drinken hoeft Anne-Ruth niet meer. Stilligt ze in bed. Zo stil dat ik steeds weer naar bovenga om te kijken of alles nog goed gaat. 's Middags sleep ik een makkelijke stoel naast haar bed Om de vijf minuten verwissel ik koude -washandjes op haar voorhoofd om de koorts wat af te laten nemen. Tussendoor probeer ik een hoofdstuk te lezen in mijn boek, maar mijn ogen zijn meer op Anne-Ruth dan op de letters gericht Alleen haar neusvleugels trillen en kort en hijgend haalt ze adem. Pas als ik merk dat ze in slaap gevallen is, durf ik naar beneden te gaan. Daar tref ik Esther aan, die, net uit school is gekomen, regelrecht op de bank is neergeploft. „Ik voel me niet lekker", zegt ze. 's Nachts wordt het ook met haar menens. Ik word wakker van zachte kreungeluiden en ze komen uit de richting van Esthers kamer. „Ik ben zo ziek ", klaagt ze. „En ik heb geen zakdoek en alles is nat en ik heb het zo kouden mijn hoofd doet zo zéér!" Zelf bibberend van de kou en de slaap ~ wurm ik haar uit haar drijfnatte spullen, geef haar een droge pyjama, een schoon kussensloop, ~drie extra zakdoeken, twee aspirientjes, twee extra dekens én een warme kruik. Na haar schor -„bedankt mam" zoek ik rillend mijn eigen bed weer op. De hele woensdag ren ik van de ene patiënt naar de andere, met maar één gedachte: Als ik zelf maar niet ziek word Eén blik in de spiegel doet— die hoop alras vergaan. Wat zie ik er uit. Haren die alle kanten op pieken, een neus helemaal  rood van het niezen en snuiten, ogen die steeds kleiner en wallen die steeds groter worden. Nog één dag houd ik het vol. Dan is het op. Ik word ook ziek. Echt ziek. O, wat voel ik me ziek. Ik ben in tijden niet zo beroerd geweest. De klap op de vuurpijl komt als Stefan 's avonds even naast me in bed kruipt en bibberig vraagt: „Heb ik koorts, mam, ik voelmezo raar." En ja hoor, hij heeft koorts. Nu hebben we alleen Jelle nog om voor ons te zorgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.