+ Meer informatie

PASTORALE ZORG EN BORDERLINEPROBLEMATIEK

8 minuten leestijd

Ingrijpend, zwaar, belastend, verwarrend: zomaar een aantal woorden om de impact van een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) op zowel een borderlinepatiënt als zijn omgeving te beschrijven. Juist omdat nog maar weinig gepubliceerd was over pastoraat en deze ingrijpende problematiek, ben ik vorig jaar op dit onderwerp afgestudeerd en zal er binnenkort ook een boek van mijn hand over dit onderwerp worden uitgegeven. In dit artikel wil ik in het kort een aantal handvatten geven voor pastorale zorg aan gemeenteleden die lijden aan BPS.

WAT IS BORDERLINE?

Hoe kunnen we BPS het beste omschrijven? In de psychiatrische literatuur worden de volgende kenmerken genoemd:

Krampachtig proberen te voorkomen in de steek gelaten te worden. Omdat het voor borderlinepatiënten moeilijk is een relatie met iemand te ervaren als deze persoon niet aanwezig is, doet hij soms verwoede pogingen contact met iemand te leggen. Dit kan vormen aannemen die door anderen worden bestempeld als onprettig, manipulatief of claimend gedrag.

Instabiele en intense relaties met wisselingen tussen een sterfee mate van idealiseren en kleineren. Het beeld van een ander wordt bepaald door het laatste contact met die ander. Was dit positief, dan kan deze persoon bij wijze van spreken niet meer stuk. Was dit contact niet naar wens, dan kan deze persoon soms zelfs volledig worden afgeschreven. Op dezelfde manier kan het Godsbeeld sterk wisselen.

Impulsiviteit op ten minste twee gebieden die de betrokkene zelf (kunnen) schaden (geld verspillen, wisselende seksuele contacten, crimineel gedrag, eetstoornissen, verslavingen, enzovoort).

Suïcidaal gedrag of de dreiging hiermee.

Sterk wisselende stemmingen.

Chronisch gevoel van leegte (= bang zijn in het niets op te gaan).

Heftige woede-uitbarstingen en moeite kwaadheid te beheersen.

Voorbijgaande, door stress veroorzaakte paranoïde ideeën (bijvoorbeeld waanideeën, achterdocht en verwardheid) of verschijnselen van ernstige dissociatie (= het gevoel ‘er even niet te zijn’).

Wanneer iemand aan minimaal vijf van deze kenmerken voldoet, spreekt men van BPS.

PASTORALE HOUDING

Vooral bij zeer gevoelige mensen, zoals borderlinepatiënten, luistert de pastorale benadering erg nauw. Ieder mens heeft een gevoel van bevestiging en aanvaarding nodig. Ook voor een borderlinepatiënt betekent het onbeschrijfelijk veel te weten dat er iemand is die hem onvoorwaardelijk aanvaardt.

Onvoorwaardelijke aanvaarding (Rom. 8:15) heeft niet te betekenen dat ook al het ongepaste en/of zondige gedrag onvoorwaardelijk moet worden geaccepteerd. Uit de aanvaardende houding van de pastor mag echter wel blijken, dat ook hij zich een zondaar voor God weet en dat hij dus niet beter denkt te zijn dan de pastorant. Ook hij heeft Gods genade, hulp, troost en vergeving nodig.

EEN KWESTIE VAN VERTROUWEN?

Juist bij borderlineproblematiek is een zorgvuldig opgebouwde vertrouwensband van levensbelang. Daarbij moet de pastor zich ervan bewust zijn, dat een borderlinepatiënt zich anders kan voordoen dan hij zich van binnen voelt. Innerlijk en uiterlijk komen vaak niet overeen, omdat een borderlinepatiënt vaak (bewust of onbewust) dàt gedrag probeert te vertonen waarvan hij denkt dat hij daarmee de aandacht van de ander voor zich kan winnen. Dit kan zowel positief gedrag (volledige openheid, hartelijkheid) als negatief gedrag (woede-uitbarstingen, agressie, manipulatief gedrag) zijn. Vooral het zogenaamde ongepaste gedrag kan worden gezien als ‘uittestgedrag’ om te kijken of de pastor echt zo betrouwbaar is als hij doet voorkomen. Wanneer een pastor in staat is dit gedrag niet persoonlijk op te vatten, kan hij op een meer ontspannen manier met dit gedrag omgaan en daardoor aan de pastorant laten zien dat hij inderdaad te vertrouwen is.

AANDACHT BINNEN GRENZEN

Het feit dat veel borderlinepatiënten het moeilijk vinden om alleen te zijn, kan resulteren in een enorme, niet te stillen behoefte aan aandacht. Daarom is het goed dat een pastor een goede balans weet te vinden in het aandacht geven. Het duidelijk aangeven en bewaken van de eigen grenzen is hierbij van groot belang. Aangeven dat bepaalde zaken hem boven de pet gaan en dat hiervoor beter (ook) contact kan worden opgenomen met een psycholoog/psychiater, is geen teken van falend pastoraat. Het pastoraat houdt dan immers niet op; de pastor geeft enkel aan dat bepaalde zaken buiten zijn professie vallen en dat het daarom niet goed voor hemzelf en voor de pastorant is dat hij zich (als enige) over deze problematiek buigt.

Dit betekent ook, dat een pastor altijd goed moet afwegen of het verstandig is bepaalde onderwerpen (zoals traumatische ervaringen) uitgebreid te bespreken Een crisis ligt altijd op de loer, ook als een borderlinepatiënt uiterlijk zeer capabel lijkt om zijn trauma’s te bespreken. Vaak is het beter de traumaverwerking over te laten aan psycholoog of psychiater. Wanneer ervoor gekozen wordt sommige aspecten van traumatische ervaringen toch te bespreken, moet er rekening gehouden worden met afweer- en/of verdringingsmechanismen, de ‘waaromvraag’ en een mogelijk verwrongen Godsbeeld. Daarbij moet een pastor erop bedacht zijn, dat borderlinepatiënten de neiging kunnen hebben het contact te verbreken als het hen te moeilijk wordt. Een pastor doet er dan goed aan zich niet op te dringen, maar wel te laten weten dat wat hem betreft het contact te allen tijde weer kan worden opgepakt.

OVERDRACHT EN TEGENOVERDRACHT

Tijdens de pastorale gesprekken met een borderlinepatiënt zal een pastor zeker stuiten op overdrachtsreacties (projectie van ervaringen, gevoelens en wensen -uit het verleden- op een ander) van de kant van de pastorant. Daarom is het goed ook de duur van een gesprek te begrenzen. Hoe langer het gesprek duurt, hoe heftiger de overdrachtsreacties zullen zijn. Daarom wordt geadviseerd de gesprekken te beperken tot maximaal 30-45 minuten.

Naast overdrachtsreacties ontkomt een pastor ook niet aan tegenoverdrachtsreacties. Woorden en gedrag van een borderlinepatiënt roepen onherroepelijk reacties en gevoelens op bij een pastor. Neem bijvoorbeeld de ‘redderfantasieën’ die kunnen ontstaan wanneer een borderlinepatiënt zich helemaal aan hem vastklampt en hem laat weten dat hij de enige is die hem nog kan helpen. Wanneer de pastor zich hiervan bewust is en zijn gevoelens en tekortkomingen ook voor God belijdt, kan hij zich professioneler opstellen tegenover de gevoelens en angsten van een borderlinepatiënt. Dan kan hij van zich afwijzen naar de enige Redder, Jezus Christus. Zo kan worden voorkomen dat de extreme idealisatie door een borderlinepatiënt uitloopt in machtsmisbruik (door pastor of pastorant) of bijvoorbeeld suïcidaal gedrag.

SUÏCIDAAL GEDRAG

Suïcidaal of ander destructief gedrag steekt vaak de kop op in crisissituaties. Wanneer we te maken hebben met BPS is het vaak lastig in te schatten hoe ernstig de crisis is, omdat borderlinepatiënten wat crises betreft wel ‘stabiel instabiel’ kunnen worden genoemd. Bij een levensbedreigende situatie moet in elk geval eerst het leven van de borderlinepatiënt veilig gesteld worden, bijvoorbeeld door het bellen van een ambulance.

Wanneer het directe gevaar geweken is, kan men overwegen voorzichtig dieper in te gaan op de geestelijke noden. Te allen tijde mag een pastor de borderlinepatiënt natuurlijk Gods liefde, ontferming en genade voorspiegelen. Dit kan een borderlinepatiënt houvast bieden in zijn moeilijke omstandigheden.

EEN VERANTWOORDELIJK MENS

De Bijbel leert ons dat ieder mens verantwoordelijk is voor zijn eigen daden tegenover God en de naaste. Borderlinepatiënten hebben door hun problematiek vaak grote moeite met verantwoordelijkheden. Een pastor mag een borderlinepatiënt dan ook helpen om vanuit Gods Woord de juiste beslissingen te nemen. Maar hij mag de verantwoordelijkheid voor de beslissingen niet overnemen, ook niet wanneer een borderlinepatiënt hem daar (impliciet) om lijkt te vragen. Dan ontstaat namelijk het gevaar dat de verhoudingen scheef lopen, wat weer kan resulteren in machtsmisbruik of beschuldigingen aan het adres van de pastor (‘Als u mij dit niet geadviseerd had, was het allemaal nooit zó fout gegaan…’).

Toch hoeft een pastor een borderlinepatiënt niet te overladen met verantwoordelijkheden die hij op dit moment niet aankan. Alle hulp moet er echter wel op gericht zijn de pastorant te helpen uiteindelijk zijn eigen verantwoordelijkheden te nemen.

ZONDE EN SCHULD?

Er wordt wel eens gezegd: ‘Borderlinepatiënten kennen geen schuldgevoelens over hun gedrag.’ Dit is volkomen onjuist. Ook al weten borderlinepatiënten niet altijd hoe ze hun schuldgevoelens moeten uiten, ze voelen zich vaak wel degelijk schuldig over hun gedrag en de impact die de borderlineproblematiek heeft op de relaties waarin ze staan. Zowel terechte als onterechte schuldgevoelens spelen hierbij een rol. In het pastorale contact mogen de onterechte schuldgevoelens -die als het ware zijn ingeprent- worden ontmaskerd, omdat ze de pastorant bij God en de medemens vandaan houden.

Terechte schuldgevoelens mogen beleden worden tegenover God en de naaste. Voorzichtig kunnen er dan stappen worden gezet naar herstel van de beschadigde verhoudingen. Of en hoe er eventueel vermaand moet worden, hangt af van de situatie van de desbetreffende borderlinepatiënt. Een (hernieuwde) crisis ligt bij de borderlineproblematiek altijd op de loer.

TOT SLOT

Aan het eind van dit artikel mag een laatste, zeer belangrijke opmerking niet ontbreken: een borderlinepatiënt is veel méér dan alleen iemand met een stoornis. Hij is zijn persoonlijkheidsstoornis niet, hij hééft hem. Net als alle andere zieke mensen, wil hij dan ook niet alleen maar gezien worden als (psychisch) ziek persoon. Niet elk pastoraal gesprek hoeft over de borderlineproblematiek te gaan. Het kan juist erg veel ‘lucht’ geven om eens te kunnen praten over alledaagse dingen. Een gemeentelid met BPS mag in de gemeente van Jezus Christus vooral gezien worden als broeder of zuster, een schepsel van de levende God. Ook hij heeft gaven van de Here gekregen, die hij mag inzetten voor God en de naaste. Dan pas kunnen we samen leven tot Zijn eer!

Mevr. drs. Carola van der Kruk – de Boer studeerde enige tijd geleden af op de TUA met een scriptie over bovenstaande problematiek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.