+ Meer informatie

DE HEMELVAART VAN CHRISTUS

10 minuten leestijd

Kunnen we dat nog geloven?

Niet onmogelijk dat u die vraag wel eens hebt gekregen op huisbezoek of dat een predikant die hoorde tijdens een catechisatie-uur: ‘De hemelvaart - is dat nu echt gebeurd?‘ Daar zit dan niet alleen de gedachte achter dat de wet van de zwaartekracht niet zomaar door Jezus doorbroken zal zijn, maar ook dat het wereldbeeld van de bijbel toch niet meer het onze is. De mensen in de Middeleeuwen konden nog gemakkelijk over ‘de hemel‘ spreken. Men zag de schepping nog met de ogen van een kind: de aarde als een grote schijf, waarboven de hemel zich welfde als een reusachtige kaasstolp. We weten nu wel beter: de aarde is slechts een van de vele planeten in een onmetelijk heelal. In een tijdperk van ruimtevaart kun je toch niet meer spreken over ‘hemelvaart‘ ? Was er niet een Russische kosmonaut die na zijn terugkeer op aarde triomfantelijk vertelde dat hij Jezus niet was tegengekomen tijdens zijn ruimtevlucht?

Er is nog een reden waardoor, volgens velen, het ons moeilijk wordt gemaakt om te geloven in het feit van Jezus‘ hemelvaart. Er is een stroming in de theologie die er van uitgaat dat we bij het gebeuren van Jezus‘ hemelvaart te maken hebben met niet meer dan een vorm van ‘creatief denken‘ van de evangelist Lukas. Hij is immers de enige die de hemelvaart als een aparte gebeurtenis beschrijft. Volgens sommigen hebben opstanding en hemelvaart gelijktijdig plaatsgevonden. De verschijningen van de opgestane Jezus zouden dan vanuit de hemel zijn gebeurd. Het staat op rekening van Lukas dat hij er twee aparte gebeurtenissen van heeft gemaakt. Dat zou dan een vastlegging zijn van een latere, minder belangrijke traditie. Maar ook al nemen we het feit van Christus‘ hemelvaart wèl aan (waarover straks meer), dan nog blijft de vraag: hoe belangrijk is dit feit? Moet het apart gevierd worden? Is het zinvol om er een aparte dag (!) voor te reserveren? Er zijn, als ik me niet vergis, nogal wat kerkmensen die de hemelvaart van Christus zien als een soort slotakkoord van zijn werk op aarde. Maar wat voegt het toe aan eerdere heilsfeiten? Dat het zo ongeveer ligt, zou een klein onderzoek naar de opkomst in de (niet meer dan ene, uitgezonderd Urk!) eredienst op hemelvaartsdag kunnen uitwijzen. Hoe we het ook wenden of keren: de herdenking van Christus‘ hemelvaart blijkt stiefmoederlijk bedeeld te zijn.

Ten onrechte!

Ter onderbouwing daarvan het volgende, waarbij ik op bovengenoemde punten inga.

• Het spreken van Gods Woord over Christus‘ hemelvaart heeft niets te maken met een zogenaamd verouderd wereldbeeld. Ook al kunnen wij de hemel maar zo niet aanwijzen, we mogen er op bijbelse gronden aan vasthouden: buiten, boven en rondom deze wereld bevindt zich de plaats waar God woont. Om prof. Van Genderen te citeren: ‘De hemel is in de Bijbel de woonplaats van God en de aarde is aan de mensen gegeven (zie Ps. 115 :16). De hemel is de plaats waar alles vervuld is van Gods heerlijkheid. De hemel is ook de ruimte van zijn liefde‘ (Beknopte Gereformeerde Dogmatiek, blz. 795).

We behoeven aan de realiteit daarvan niet te twijfelen. Naar deze hemel is Jezus opgevaren èn opgenomen. Er zit dus een actieve kant aan: Jezus gaat de hemel weer binnen (zie Joh. 16 :28), omdat Hij de opdracht van zijn Vader tot verzoening van de zonden volbracht heeft.

Maar er is ook een passieve kant: Jezus wòrdt opgenomen (Hand. 1 : 9), en wel door de Vader. Deze verleent Hem het recht om de hemel binnen te komen. Aan het kruis was Jezus door God verlaten. Nu, nadat Hij de prijs van zijn bloed betaald heeft om zondaren te redden, neemt de Vader Hem tot Zich: Hij is weer welkom Thuis.

Dat moet heel de wereld weten. Daarom verkòndigt Lukas ons dat in het zendings-boek bij uitnemendheid: de Handelingen. Daarom vertelt de evangelist het ons tot op de hoogte waarop het hem geopenbaard is: Jezus voer lichamelijk (Hij was het, de Gekruisigde en Opgestane), plaatselijk (vanaf de Olijfberg) en zichtbaar (‘terwijl zij het zagen‘, Hand. 1 : 9) ten hemel.

Met dien verstande: ‘een wolk nam Hem weg van hun ogen‘. Dat kan geen toeval zijn. Het betekent niet alleen dat Jezus aan de ogen van zijn discipelen wordt onttrokken, zodat ze Hem niet meer zien (negatief). De wolk komen we immers vaker tegen op cruciale momenten.

Uit het OT kennen we de wolkkolom waarin de Here voor het volk uitgaat (Num. 14:14) en van waaruit Hij tot Mozes spreekt (Ex. 33:9). In het NT lezen we in de geschiedenis van de verheerlijking op de berg, dat een wolk de discipelen bedekt: de heerlijkheid des Heren is omhuld aanwezig (Mark. 9:7). Verder lezen we, dat Christus zal terugkomen ‘in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid‘ (Luk. 21:27).

De wolk zal ook hier wijzen op het positieve feit dat Jezus wordt opgenomen in Gods heerlijkheid. De zintuiglijk waarneembare wolk bevatte dus een geweldige diepte- (zo u wilt: hoogte-)dimensie!

• Was dit alles nu een aardige compositie van Lukas?

Wie dat beweert doet niet alleen de Goddelijke inspiratie van de Schrift geweld aan, maar doet ook net alsof elders in de Schrift niet naar de hemelvaart verwezen wordt. Dat is namelijk wèl het geval. We kunnen denken aan Joh. 20:17, waar Jezus tot Maria zegt dat er onderscheid is tussen de situatie na zijn opstanding en na zijn hemelvaart. ‘Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren tot mijn Vader‘. Verder zijn te noemen Ef. 4 :10, 1 Tim. 3:16, Hebr. 9 : 24 en 1 Petr. 3 : 22. Ook in de ‘afscheidsgesprekken‘ van Jezus met zijn discipelen (Joh. 14-16) wijst Hij voortdurend op zijn ‘heengaan‘.

Uit dit alles blijkt wel dat met de opstanding van Christus (zie het vorige artikel) het laatste doel nog niet bereikt was. Bij de hemelvaart wordt de periode van veertig dagen na Christus‘ opstanding, waarin Hij meer dan eens aan de zijnen verscheen, afgesloten. Tegelijk vormt de hemelvaart het begin van een nieuwe periode waarin de Heiland zijn werk op een andere manier voortzet.

• In dit licht is het op z‘n zachtst gezegd merkwaardig, dat we in de kerk betrekkelijk weinig aandacht aan Christus‘ hemelvaart geven. Alsof het nauwelijks een heilsfeit is! We lezen toch niet voor niets in Lukas 24 dat de discipelen vanaf de Olijfberg naar Jeruzalem terugkeerden ‘met grote blijdschap‘ en dat ze voortdurend in de tempel God loofden.

We mogen voluit spreken van de blijde boodschap van de hemelvaart!

Geen verlies, maar winst

Er is een oud versje, waarvan enkele regels als volgt luiden: ‘Ach, was Jezus nog op aarde, aanstonds ging ik naar Hem heen‘. Maar dan zijn we toch werkelijk bezig om Gods klok terug te draaien en ontnemen we onszelf het zicht op de rijke betekenis van de hemelvaart.

De hemelvaart is geen droevig afscheid, maar een bijzondere vóórtgang van Gods heilrijke werk in Christus.

Puntsgewijs noem ik een aantal elementen, waaruit het ‘meerdere‘ van Christus‘ hemelvaart (en alles wat het gevolg daarvan is) blijkt.

1. Christus ging de hemel in om zijn koninklijke heerschappij te aanvaarden. Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde (Matt. 28:19). Die gaat Hij vanaf dat moment uitoefenen. Daarom is Hij bij zijn hemelvaart met heerlijkheid en eer gekroond (Hebr. 2 : 9). Zingen we er op hemelvaartsdag niet graag van met Ps. 24 die in Hem vervulling vindt? Zo heeft de hemelvaart dus allereerst rijke betekenis voor Christus Zelf.

2. Christus‘ hemelvaart heeft ook grote betekenis voor de zijnen. Treffend is wat we lezen over de manier waarop Hij heenging: ‘En zijn handen opheffende, zegende Hij hen. En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde‘ (Luk. 24: 50b, 51a). Dat wil zeggen: Hij blijft zijn kerk op aarde zegenend nabij (zie ook Heid. Cat. zondag 18).

2.1. De catechismus wijst als eerste zegen van de hemelvaart op het feit dat Christus in de hemel onze Voorspraak (Pleitbezorger) is. In zijn voorbede stelt Hij zijn verzoeningswerk voor het aangezicht van de Vader present, ten behoeve van allen die door Hem tot God gaan (1 Joh. 2:1, Rom. 8 :34, Hebr. 7 : 25). Op een ontroerende manier wordt hiervan belijdenis gedaan in art. 26 NGB.

2.2. Christus, die ons vlees als pand bij Zich heeft, zendt vanuit de hemel zijn Geest als tegenpand. We kunnen hierbij denken aan het bijbelse beeld van de Bruidegom en de bruid. Ons menselijk vlees (hoewel bij Hem verheerlijkt!) is als de ring waar Christus, de Bruidegom, naar kijkt; die herinnert aan zijn bruid op aarde. De bruid krijgt ook een ring, een tegenpand: de Heilige Geest, door wiens kracht wij zoeken wat boven is, waar Christus is.

2.3. Christus ging heen om voor de zijnen plaats te bereiden (Joh. 14:2 en 3). Hij is het Hoofd van zijn gemeente, Die al de leden van zijn lichaam eens tot Zich zal nemen. Daarom doet de hemelvaart met verlangen uitzien naar Christus‘ wederkomst, wanneer dat ten volle gerealiseerd wordt (zie Hand. 1 : 11).

2.4. Intussen is dankzij Christus‘ hemelvaart het domicilie van de gelovigen al in de hemel (Fil. 3 : 20). Ze zijn met Hem gezet in de hemel (Ef. 2 :6).

In Col. 3 : 3 zegt de apostel het zo: ‘.… uw leven is met Christus verborgen in God‘. Dat heeft als consequentie: benéden leven in het licht van Boven. Ankergrond en concentratiepunt liggen in de ten hemel gevaren Christus!

Het teken van zijn heerschappij

Toen Christus ten hemel voer ontving Hij de plaats aan Gods rechterhand. Dat is het bewijs van zijn koningschap. In het Oosten gold de zitplaats aan de rechterhand van iemand als een ereplaats. Die plaats krijgt Jezus Christus van zijn Vader toegewezen (zie Ps. 110 : 1) Die plaats heeft Christus verdiend door zijn lijden en sterven. ‘Dááom heeft God Hem ook uitermate verhoogd‘ (Fil. 2 : 9).

Christus‘ zitten aan de rechterhand van zijn Vader wijst ook op een rustplaats. Tegenover de rusteloze offerdienst van het OT, een uitzichtloze kringloop, waarbij de pries-ter ‘stond‘, lezen we van Christus: ‘Maar Deze, één slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezéten aan de rechterhand Gods‘ (Hebr. 10:12). Zo volmaakt is zijn offer, dat Hij rustig kan en mag ‘zitten‘. Daarom vindt het geloof in Hem ….. rust.

Tegelijk is de hemel zijn werkplaats. ‘Hij bewijst Zich daarboven als het Hoofd van zijn christelijke Kerk, door Wie de Vader alle ding regeert‘ (zondag 19 HC).

Hij is heilig actief voor zijn Kerk op aarde. Dat heeft Stefanus ervaren vlak voordat hij gestenigd werd: hij zag Jezus, staande aan de rechterhand Gods.

Christus‘ hemelse activiteit blijkt vooral uit de zending van zijn Geest en de uitgieting van zijn hemelse gaven in zijn leden, tot hun vertroosting, leiding en toerusting.

Ook beschermt Hij hen vanuit de hemel. Alle machten in de wereld liggen principieel aan zijn voeten (1 Cor. 15:27) en kunnen de zijnen ten diepste niet schaden.

Dat brengt ons op het laatste. Jezus Christus is een Here van allen (Hand. 10 : 36). Nee, dat wordt niet allerwegen erkend. Gods Woord leert ons ook, dat velen zich tot het einde toe blijven verzetten. Toch zal eenmaal alle knie zich buigen voor Hem en alle tong zijn Naam belijden (Fil. 2:9-11). Maar wat een verschil of we het hier door het geloof leerden of dat we het dan gedwongen moeten doen.

Na zijn hemelvaart regeert Christus heel de wereld namens zijn Vader. Dat zien we nog niet (zie Hebr. 2 : 8). De wereld is nog ‘bezet gebied‘. Er woedt nog een geweldige strijd tussen Christus en satan.

Maar de Verhoogde is de Overwinnaar.

En straks, als Hij alle vijanden aan Zich onderworpen heeft, geeft Hij het koningschap over aan God de Vader (1 Cor. 15 :23 - 28). Alle gelovigen zijn dan bij Hem om zijn heerlijkheid te aanschouwen (Joh. 17 : 24). Hij schenkt het hun om met Hem te zitten in zijn troon, zoals Hij gezeten is met de Vader in diens troon (Openb. 3:21).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.