+ Meer informatie

DE SCHAT DER KERK

7 minuten leestijd

3

De Heere leeft..... endaaromgezagserkenning. De strijd op de berg Karmel ging om deze zaak: welke God leeft: Baal of Jehovah. Elia had gezegd: de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn”. De uitslag van de strijd is ons bekend. Baal blijkt dood te zijn en Jehovah leeft. Hij is de levende God. Het vuur des Heeren verteerde de offerstukken. Zelfs het water verdween. Alles werd een prooi van het hemelvuur. Als de Israëlieten het neervallen van het hemelvuur zien, vallen zij zelf ook neer en moeten ze belijden: De Heere is God. De Heere is God.

Jehovah is geen dode God. Hij is niet dood. In onze tijd wordt vernomen dat God dood is. Dit is niet voor de eerste maal in de historie. Ook was de wijsgeer Nietzsche niet de eerste, die tot de uitspraak kwam: God is een fictie. Een verbeelding zonder werkelijkheid. In de Bijbel staat; de dwaas zegt in zijn hart: er is geen God. God bestaat niet. Hij is dood. In onze tijd zijn het niet slechts de atheïsten, de goddelozen, die zeggen, dat God er niet is. Er zijn theologen, die dit beweren. Men bedoelt met de leus: „God is dood” te stellen dat de hele voorstelling van God, zoals wij die in de Bijbel menen te vinden, als een afgedane zaak moet worden beschouwd. Wetenschap en techniek hebben God onmogelijk of onnodig gemaakt. De wetenschap geeft de verklaring van de wereld, van het ontstaan van het leven en in het bijzonder van de mens. Alles is gevormd in de weg van de geleidelijke ontwikkeling en er komt geen God aan te pas.

De wetenschap is zover gevorderd, dat we niet meer aan de God van de Bijbel kunnen geloven. Er zijn ook bewijzen, zo meent men, dat het Gods bestaan ontkend kan worden. De ruimtevaarders zijn op hun tocht God niet tegengekomen. God is dood. Met wat het „oude Boek” ons leert, hebben we afgedaan. Dat was traditie, maar geen werkelijkheid. Het strijdt zelfs met de werkelijkheid. De mens weet het! De mens stelt vast wat de werkelijkheid is en wat aanvaard kan worden. Is God dan werkelijk dood? Is het voorgeslacht bedrogen uitgekomen en zullen wij het ook? Neen! Nogmaals, neen! De God van de Bijbel is de levende God. Hij is, Die Hij was, en Hij zal morgen Dezelfde zijn. We belijden met Mozes: „Eer de bergen geboren waren en Gij de aarde en de wereld voortgebracht had, ja van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God. Hij leeft! We zien het in de natuur en in de genade. Wie God op de aarde niet ontmoet, zal Hem ook in de ruimte niet tegenkomen. God is in de hemel en op de aarde. De mens, die belijdt: „Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U, o God, mijn ziel dorst naar God, naar de levende God”, ontmoet God. Leert Hem kennen in Zijn liefde en genade. In het vaste vertrouwen en met een verheugd gemoed wordt dan beleden: Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde. Door datzelfde geloof onderwerpt men zich ook aan het Woord van God. Gelooft men dat de Bijbel is het Woord van God. Tegen dit geloof komt in onze tijd veel op. Men wil het zelfs vernietigen. Een dik vraagteken wordt gezet achter de historische betrouwbaarheid van de Bijbel. Men legt er in onze tijd de nadruk op, dat men de Bijbel niet moet zien als een boek waarin feiten beschreven worden, die beslist gebeurd moeten zijn. De eerste elf hoofdstukken van de Bijbe worden als historisch afgeschreven. Bij Abraham begint de geschiedenis. Het is te vatten, dat verontrusten opmerken: waar blijven we als men op de ingeslagen weg verder zal gaan? Want men kan het probleem van het Schriftgezag niet localiseren en beperken tot de eerste hoofdstukken van de Bijbel. Als wij niet blijven buigen voor het absolute gezag van de Heilige Schrift, dan is er voor ons en onze kinderen geen dageraad meer.

Maar zou iemand kunnen opmerken, moeten we nu algeheel het resultaat van der mensen onderzoek en denken verwerpen? Beslist niet! We moeten met de wetenschap rekening houden en onze winst doen, mits het niet in strijd is met het Woord van God. Nimmer mogen we aan de wetenschap vragen wat we van de Bijbel mogen geloven. Gaan we die weg, dan blijft er op den duur geen Woord van God meer over. De wetenschap heeft ook heden te aanvaarden wat de Heilige Schrift als het Woord van God zegt. Aan Gods Woord is het eerste en laatste woord op alle terrein van het leven. Zullen er dan geen vragen blijven? Zeker. Maar men zal dan nimmer tot de stelling komen dat er een conflict is tussen de Bijbel en de resultaten van de wetenschap. Iemand heeft eens terecht geschreven: „wanneer wij de Bijbel goed exegetiseren en wanneer we in de wetenschap niet meer beweren dan we verantwoorden kunnen, zal het telkens blijken, niet alleen dat er geen conflict is tussen de waarheid van Gods Woorden de wetenschappelijk vaststaande feiten, maar zal de wetenschap op verrassende wijze, ook positief de waarheid van de Schrift bevestigen”. God wordt dan ook groot, ja steeds groter voor ons. De God van de Schrift. Van harte wordt dan ook beleden: „door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden”. Het waarachtige geloof onderwerpt zich aan het Woord van God en verheugt zich in de daden van God. Wie dat geloof bezit houdt alles voor waar en waarachtig, wat God in Zijn Woord zegt. Men gaat uit van het Goddelijk gezag van de Heilige Schrift. Spurgeon schrijft: „wij hebben in onze dagen een groot aantal mensen, die kritiek oefenen op de Bijbel. Zij schrikken voor niets terug. Hun scalpeeren ontleedmes snijdt alles door. Zij zijn de rechters inplaats van de Bijbel, en deze wordt voorgoed onttroond. Ik wens niets liever dan te zitten aan de voeten des Heeren in de Heilige Schrift. Ik geloof niet, dat er tussen de eerste en de laatste bladzijde in enig opzicht een fout in de Bijbel is, noch op historisch, of enig ander gebied. Ik wil alles geloven wat de Schrift zegt en het gelovende houden voor het Woord van God, want wanneer niet alles er in waar is, is de Bijbel me geen cent waard”. Dat de erkenning van het Goddelijk gezag van het Woord onder ons blijve en wel door het geloof. Daar komt het op aan. Ditis dringend noodzakelijk. Het is onmisbaar voor leven en sterven. De Heilige Geest bewerke ons aller hart daartoe. Dan ligt de laatste grond van ons geloof niet in onze bekering ofbevinding, maar in het Woord des Heeren. Wanneer dan eenmaal ons alles ontvalt, mogen we de hand op Gods Woord leggen en kunnen we aanwijzen of getuigen wat ons leven was en wat onze hoop is. Een stervende kon niet meer antwoorden op de vraag hoe zijn ziel gesteld was. Hij maakte duidèlijk, dat door hem een Bijbel begeerd werd. Toen sloeg hij Romeinen 8 op en legde zijn vinger bij vers 37 „maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft”.

Rijk is het als men zo kan heengaan. Het sterven verzegelt dan het leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.