+ Meer informatie

HOE GAAT EEN PREDIKANT OM MET BEPAALDE WENSEN BIJ EEN BEGRAFENIS?

10 minuten leestijd

Een voorval

Zr. A. is ontslapen. Ze is 80 jaar geworden. De laatste 7à8 jaar kwam ze niet meer in de kerk. Hulpbehoevend als ze was, is ze in een zorgcentrum terechtgekomen. Via de kerktelefoon was ze eerst nog trouw betrokken bij wat er ‘s zondags in de diensten gebeurde. De laatste jaren was dat ook voor haar niet meer mogelijk. Door dementie leefde ze in een eigen wereld.

De gemeenteleden die haar nog gekend hebben in ‘haar goede doen’, getuigen van een levenslustige vrouw, blijmoedig in het geloof met hart voor de dingen van Gods Koninkrijk.

Haar man is vrij jong ontslapen. Zij bleef achter met drie jonge kinderen die ze alleen heeft opgevoed. Dat viel voor haar niet mee. Twee zijn er getrouwd (dochter en zoon). Een zoon is alleen gebleven. Niemand van hen woont in de buurt.

Bij het voortschrijden van de jaren is ze een wat eenzaam mens geworden. De gemeente bekommerde zich wel om haar. Trouw werd ze bezocht door leden van het wijkteam. De predikant bezocht haar ook in een zekere regelmaat. Maar familie had ze niet of nauwelijks meer. Nog een veel oudere zuster die, eveneens dement, elders in een zorgcentrum vertoefde en dan natuurlijk haar kinderen. Maar het contact met de kinderen was niet in alle opzichten goed geweest. Ruzie was er niet en ze kwamen ook wel in een zekere regelmaat bij haar. Maar niemand van hen is nog kerkelijk betrokken. De alleengaande zoon heeft zelfs een zekere antihouding. Ze hield zielsveel van hen, maar dit was een donkere schaduw, die ze ook in haar gebeden gedacht.

Het bovenstaande is verzonnen, maar niet ontbloot van alle werkelijkheid. Dergelijke situaties komen voor. Het mag duidelijk zijn dat het een wonder mag heten als er in zo’n geval contact ontstaat tussen de familie - in dit geval de kinderen - en de predikant of een andere vertegenwoordiger van de gemeente waartoe zr. A behoorde. De kinderen zelf hebben daaraan vaak geen enkele behoefte. We gaan er voor dit artikel maar van uit, dat het contact er gekomen is, hoe dan ook.

Vertrouwen wekken

Er is overeengekomen om een gesprek met de familie te hebben in een ruimte van het zorgcentrum. De handen worden geschud, de predikant maakt zijn meeleven kenbaar en uiteindelijk is men gezeten, klaar voor het gesprek. Het is zaak om eerst te proberen het ijs te breken. Het beeld dat men vaak heeft van een predikant, en dan ook nog van de Christelijke Gereformeerde Kerk, maakt zulke mensen vaak gereserveerd en soms zelfs wantrouwig. Aan de andere kant kan die reserve en dat wantrouwen ook bij de predikant aanwezig zijn. De verhalen van de overledene over haar kinderen zijn immers wel blijven hangen. Die voorkennis bij de predikant mag er niet toe leiden dat al bij voorbaat een barrière wordt opgeworpen. Openstaan voor de gevoelens en ervaringen van de kinderen/ kleinkinderen is van het grootste belang. Was er iemand bij, toen moeder stierf; hoe ervaren ze dat nu, nu moeder er niet meer is; wat voor gevoelens, herinneringen roept dat op; wie was moeder voor hen; wat is voor hun gevoel karakteristiek geweest voor moeder, enz. Zulke en andere vragen dienen aan de orde te komen. Niet alleen maar om het ijs te breken, maar ook als een uiting van daadwerkelijke belangstelling voor de mensen die zojuist hun moeder hebben verloren. Dan is het van belang om een antenne te hebben voor wat er gezegd wordt, voor gelaatsuitdrukkingen daarbij of gebaren. Woorden en de taal van het lichaam samen bieden soms heel wat informatie.

Het spreekt vanzelf dat het niet alleen maar gaat om informatie vergaren. Het gaat er juist om jezelf in te leven in de gedachten en gevoelens van de mensen die je voor je hebt, ook al zit er in die gedachten en gevoelens totaal geen geloofsdimensie.

En dan…

Dan zal op een gegeven moment ook de uitvaart zelf aan de orde komen. Het is al heel wat dat de predikant in de voorbereiding wordt betrokken. Het betekent in ieder geval dat de kinderen aan de predikant een rol denken toe te kennen tijdens de uitvaart. Vanzelf spreekt dat vaak niet in zulke gevallen.

Ook hier is van belang om eerst maar eens te luisteren naar wat ze zelf hadden gedacht over het verloop van de uitvaart. Veelal is daarover niet gezamenlijk nagedacht en de ideeën worden dan ook impulsief in een rijke schakering uitgewisseld. Het kan gaan over begraven of cremeren; al of niet een dienst in de kerk of in de aula van het zorgcentrum of de begraafplaats; of er ‘iets gedaan’ moet worden door de kinderen of kleinkinderen; de muziek die ‘gedraaid’ moet worden. Vaak worden persoonlijke voorkeuren geuit die meer te maken hebben met de voorkeur van het betreffende kind dan met de stijl en de smaak van de overledene. Want met die smaak en die stijl - die veelal gestempeld zal zijn door het evangelie of de kerk - heeft men geen enkele relatie (meer).

Spanningsveld

We komen hier in een zeker spanningsvol gebied terecht dat je ook wel tegen kunt komen bij de voorbereiding van een huwelijksdienst en zelfs in sommige gevallen bij doopdiensten. De persoonlijke voorkeuren zijn soms niet te rijmen met wat in de kerk gangbaar is of - principiëler nog - met het evangelie verenigbaar.

Hoe daar nu mee om te gaan? De overledene was ingebed in het plaatselijke gemeentelijke leven, maar tegelijk hoorde ze bij haar familie (kinderen) die op dit moment het meest emotioneel betrokken is bij haar heengaan. En die twee kringen - gemeente/familie - hebben in dit geval een tegengestelde visie m.b.t. leven en dood. Het vraagt om fijngevoeligheid en enige tact om met elkaar uit dit spanningsveld te komen. Je hebt als predikant de neiging om vertegenwoordigend op te treden voor de ene kring (gemeente). Maar pastoraal optreden vraagt erom oog te hebben voor de gedachten en gevoelens van de familie. In hoeverre kan daaraan ook recht gedaan worden in een eventuele kerkelijke samenkomst, zonder dat de gemeente (voorganger) met kromme tenen hoeft te zitten? Of, nog scherper geformuleerd: zonder dat je daarmee het evangelie onrecht aandoet?

Uitdaging

Er zijn momenten dat een ontmoeting tussen gelovigen en niet-gelovigen als vanzelf plaatsvindt. Naast bijzondere diensten als rond een huwelijk of doop hoort daarbij ook de uitvaartdienst. Gelovige kinderen kunnen vrienden hebben die niet gelovig zijn. De kinderen zelf zijn in het hierboven geschetste geval ook van geloof en kerk vervreemd. Het gezelschap dat de uitvaart bijwoont, kan zeer divers zijn. Een voorganger zal daarvoor een antenne moeten hebben. Dat vraagt om een zorgvuldig hanteren van de taal, aangezien dat een belangrijk middel is om het evangelie te communiceren.

In een gesprek met de familie moet die unieke kans in de gedachten van de predikant meegenomen worden. Die unieke kans is niet dat nu eens flink gewaarschuwd kan worden voor wat de gevolgen zijn van ongeloof. Wellicht dat je hun daarmee niets nieuws vertelt. Bovendien hebben ze een idee dat veel kerkmensen hen toch al als verloren beschouwen. Dat idee hoeft niet versterkt te worden.

Mijn ervaring is dat in zulke gevallen een schildering van de positieve kanten van het geloof mensen meer aan het denken zet dan een scherpe oordeelsaankondiging. De kracht en troost die mensen uit het geloof putten in dagen van verdriet, de oriëntatie op het evangelie dat houvast biedt en aan handel en wandel richting geeft, de steun die men ervan ondervindt in kwade dagen kan buitenstaanders jaloers maken. En als dat ook geschetst kan worden aan de hand van het leven van de overledene, heeft dat des te meer zeggingskracht.

En dan… (vervolg)

Op een gegeven moment moeten er knopen worden doorgehakt, zo van: dit doen we, dat doen we niet. Er ligt een gedicht op tafel waarin nu niet direct iets van het licht van het evangelie te bespeuren valt. Kleinkinderen willen elk en bloem op de kist leggen, de kleinsten misschien wel een tekening. Wie dat wil, kan daarbij ook iets persoonlijks zeggen. Er wordt aan een stukje muziek gedacht dat bepaald niet tot het kerkelijke repertoire behoort en wellicht niet op het orgel gespeeld kan worden. Is er een mogelijkheid om een nummer van een cd te draaien? En dan… ja…, de dominee, wat moet die doen in de ogen van de familie?

Voor dit artikel ga ik ervan uit dat het in de betreffende gemeente gebruikelijk is om een kerkdienst te houden. Daarover zal gesproken moeten worden met de familie. Al hebben de kinderen zelf niets meer met kerk en geloof, het leven van hun moeder was daar nu juist door gestempeld en dat geldt ook veelal voor de relaties die zij had. Als de familie daarin mee kan komen, dan zal duidelijk gemaakt moeten worden wat de elementen zijn die in ieder geval in een kerkdienst thuishoren. Dat zijn natuurlijk gebed, schriftlezing, overdenking en lied. De rol van (een vertegenwoordiger van) de kerkenraad zal aan de orde komen. Allerlei details zullen daarbij ook ter sprake komen, alsmede de dingen die rond het graf worden gedaan en gesproken door de predikant. En de elementen die de familie heeft aangedragen? Dat is tenslotte het probleem waar het in dit artikel vooral om gaat. Ook die kunnen wat mij betreft een plek krijgen in de dienst, al zullen dat niet direct uitingen zijn die van geloof getuigen. Als de voorgenomen uitingen (woorden, muziek, rituelen) niet uitgesproken godslasterlijk zijn of shockerend, zou ik daarvoor ruimte willen geven. Het is een vorm van gastvrijheid die je als gemeente aan de familie biedt. Je kunt in de liturgie een blok inruimen waarin door de familie uiting gegeven kan worden aan hun beleving en gevoelens, ook al zullen die uitingen niet aansluiten bij wat in de kerk gewoon wordt gevonden. Daarin zou ook een in memoriam passen dat door één van de familieleden wordt uitgesproken.

In de voorbespreking zal de predikant dan niet de houding moeten hebben van ‘dat deel (blok) zoeken jullie verder zelf maar uit’. Ik zou daarin positief proberen mee te denken, zodat in zekere zin de dienst in gezamenlijkheid is opgesteld en voorbereid. Het zou zelfs kunnen dat een enkel element dat door de familie is aangedragen met een beetje creatief inlevingsvermogen toch buiten dat aparte ‘familieblokje’ een plaats krijgt. Een ander punt is de rol die de familie aan de predikant had toebedacht. In onderling overleg kun je gezamenlijk tot iets komen. Maar uiteindelijk heb je als predikant een eigen verantwoordelijkheid waarin niet de familie bepaalt wat er gezegd en gedaan moet worden. Er is een andere Opdrachtgever die allesbepalend is. Ook dat mag, als daar aanleiding toe is, duidelijk gemaakt worden aan de familie.

Niet alles kan. Zodra van de voorganger gevraagd wordt om zo te spreken zoals de familie het in gedachten had, wordt hij overvraagd. Het evangelie zal alle ruimte moeten krijgen, en dat is toch soms net iets anders dan wat wij in gedachten hadden.

Er zijn dus grenzen. Tegelijk zeg ik: er is ook ruimte. Dat heb ik hierboven proberen aan te geven.

Communicatie

Waarom deze omzichtigheid en vergaande vorm van ruimte geven aan veelal seculiere uitingen in een kerk/uitvaartdienst? Het gaat erom dat er een sfeer ontstaat waarbij de familie zich in zekere zin kan thuis voelen. Het moet goed doen als men ontdekt dat er serieus rekening gehouden wordt met hun gevoelens.

Uiteindelijk gaat het erom de communicatie van het evangelie te bevorderen naar mensen die ervan zijn vervreemd. Zeker, het is de Heilige Geest die deze communicatie tot stand brengt. Maar daarbij maakt Hij gebruik van heel menselijke middelen. Als onze vriendelijkheid, gastvrijheid en het streven om onszelf in te leven in de ander bij de familie bekend wordt, is dat in ieder geval een drempel minder. Wat dit bij de familie zal doen, blijft voor ons vaak een geheim. Een geheim dat bij Here bekend is. Bij Hem moeten we dat dan ook maar laten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.