+ Meer informatie

Voor de jeugd

7 minuten leestijd

Beste jongelui!

Voor deze keer iets in het algemeen. Het is al weer enige tijd geleden als je dit onder ogen krijgt. Maar het gaat over de zendingsdag in Elburg. Misschien weet je er van. Er heeft een advertentie van in “Bewaar het Pand” gestaan. Jullie zijn er natuurlijk niet allemaal geweest.

Dat kon ook niet. Maar ik mag wel zeggen, dat het een zeer geslaagde zendingsdag is geworden. Er was een grote opkomst. Zendingsvrienden van heinde en ver waren gekomen. Of het nu was alleen uit liefde tot de zending of ook uit liefde tot de sprekers, ik weet het niet, maar ze waren er. Ik geloof wel te mogen zeggen, dat de bezoekers liefde tot de waarheid hadden. Daar waren ze op alle manier voor gekomen en die werd daar gebracht. Kortom, het was een goede dag, niet alleen uit oorzaak van alles wat te horen was, maar ook uit oorzaak van het feit, dat men zoveel waarheidslievende vrienden en vriendinnen mocht ontmoeten.

Wat mij opviel was, dat er zoveel enthoesiaste lezers van „Bewaar het Pand” bij waren. Degenen, die mij daarover spraken, en dat waren er niet weinigen, waren allen vol lof over de inhoud. Dat mag tot bemoediging van de schrijvers, die allen hun werk geheel belangeloos doen, wel even gezegd worden.

Dat de inhoud van ons blad gewaardeerd wordt, ook door jonge mensen, bleek me bij de thuiskomst van die zendingsdag, want toen was er een brief gekomen van een jeugdige vriendin (22 jaar) van 12 kantjes. Nu daar moest ik echt even voor gaan zitten om die te lezen, dat kun je wel begrijpen. Want twaalf bloknootkanten heb je zo maar niet doorgenomen. Het was me echter aangenaam van a tot z wat er in stond. Ofschoon ze zelf niet officieel tot de Christelijke Gereformeerde Kerk behoorde, maar tot de N.H., was ze het toch geheel eens met de inhoud van ons blad. Ja, ze zou willen dat het elke week verscheen. Ik hoop dat zij, door dit zo te schrijven, de tolk is van heel veel jonge vrienden. Ik dacht in verband daarmee: wat zou het groot zijn als deze jonge vrienden nu eens enthoesiaste propagandisten werden voor „Bewaar het Pand”, hoeveel abonnees zouden er dan nog wel niet bij kunnen komen? Niet dat we te klagen hebben over het aantal abonnees, integendeel. We zijn zeer dankbaar dat er al duizenden (ik overdrijf niet) lezers zijn, maar er kunnen er nog meer bij. Het getal groeit gelukkig nog steeds, maar het kan nog meer groeien. Dus, jonge vriend, vriendin, als je het blad gelezen hebt, ik zou zeggen: geef het eens door. Spreek er eens over en win een abonnee. De kosten kunnen, dacht ik, in deze tijd geen bezwaar zijn. Er wordt tot nu toe maar f 6 , – per jaar in rekening gebracht. Daar krijgt men het blad het gehele jaar door „gratis” voor thuisbezorgd. Als je één doos goede sigaren koopt dan ben je ongeveer dat bedrag ook kwijt. En als je een vriend hebt die je een plezier zou willen doen, voor een paar gulden kun je hem een jaar lang leesgenot bezorgen en wie weet wat voor een zegenrijke gevolgen daar dan nog uit voort kunnen vloeien.

Ik hoor het resultaat van deze uitwijding binnen niet al te lange tijd wel van br. J. v.d. Lee, de administrateur van ons blad. Zijn adres staat in de kop. Hij schrijft heel graag nieuwe abonnees in. Weet je wat hij niet graag doet? — ja dit moet ik toch ook nog even vertellen - hij heeft er een hekel aan om kwitanties te schrijven voor die mensen, die tot nu toe vergeten hebben hun abonnementsgeld te betalen. Dus als u tot nu toe, buiten uw schuld vanzelf, in gebreke bent gebleven, spaar hem dan dit verdriet en voldoe aan uw verplichting en hij zal u zeer dankbaar zijn. Nu houd ik hierover op, want anders loop ik gevaar om vervelend te worden en dat wil ik ook niet.

Ik kom terug op die heel lange (niet te lang hoor! integendeel, spreek je maar uit) brief, waar uit de aard der zaak heel wat in stond. Over de schrijfster, die graag anoniem wil blijven, zal ik maar niets zeggen. Maar over wat ze schreef, wil ik wel het één en ander zeggen. Ze had het o.a. over de Nieuwe Vertaling en de Nieuwe Psalmberijming, die onder de massa steeds meer ingevoerd wordt. De „leidslieden”, meestal dominees, zeggen dan: onze jonge mensen vragen er om, want anders raken we de jeugd kwijt.

Een dergelijke voorstelling van zaken is pertinent niet waar. Het is „boerenbedrog”. Want de gang van zaken is deze: Men begint eerst onder de jeugd propaganda te maken voor al dat „nieuwe”. Dat een „nieuw hart” veel belangrijker is, daar wordt niet of schier niet meer over gesproken. Daar heeft men geen tijd voor. Of men gaat er van uit dat dit toch wel in orde is. Jonge mensen altijd weer te zeggen dat ze ook bekeerd moeten worden, daar maak je ze maar kopschuw door. Men laat dus dit allernoodzakelijkste vernieuwingsonderwerp maar rusten. Ik vrees dat deze „leiders” zelf er weinig of geen verstand van hebben. Houdt zodanige vernieuwingspropagandisten in de gaten. Ik vind ze gevaarlijk.

Wanneer men dan al dat „nieuwe” tot en met heeft aanbevolen en het „oude” heel voorzichtig heeft afgekraakt, dan zegt de jeugd tenslotte: Maar waarom wordt dan dat „nieuwe”, dat zoveel „betere” ook bij ons niet ingevoerd? En als de jeugd dat nu maar gaat zeggen, dan is men klaar. Dan kan men naar eer en geweten getuigen: de jeugd vraagt er om, de jeugd schreeuwt er om! Het wordt nu toch wel ten hoogste tijd, dat we in de gemeente ook eens met „vernieuwingen” beginnen. En dan, ja, dan komt het. En dan, ja, dan begint de ellende. De één is er voor, de ander is er tegen, een derde vindt het een onbelangrijke zaak, een vierde kan niet meer kerken en loopt weg, enz. De spraakverwarring wordt er inmiddels al groter door en de duivel spint er garen bij. Ik heb nog nooit gehoord, dat „uitgerekend door déze vernieuwingen” mensen tot bekering zijn gekomen.

Ik loop al enkele jaren in het kerkelijke leven mee. En ik mag zeggen veel onder de jeugd verkeerd te hebben, en dat niet sinds ik in „Bewaar het Pand” ben gaan schrijven, maar lang te voren reeds. Maar de jeugd, die door ons bearbeid werd, heeft nog nooit om al deze „vernieuwingen” gevraagd. En als men het al eens deed, dan was men van te voren geïnfekteerd door een ander. We hebben hen dan altijd maar eerlijk gezegd hoe we over de dingen dachten. We waren bij voorbaat niet tegen het nieuwe omdat het nieuw was. We waren bij voorbaat ook niet voor het oude omdat het oud was. Want ook het oude is niet volmaakt, maar we waren tegen het nieuwe omdat achter al dat nieuwe een geestesklimaat schuil gaat, waar men op den duur bij zit te huiveren van de kou.

Dit is een zaak, die lang niet door allen onderkend wordt en daarom is het goed dat daar op gewezen wordt, opdat de ogen van onze jonge mensen hier ook voor open zullen gaan. Het is daarom te meer verblijdend, dat er ook nog jonge mensen zijn die met al dat nieuwe maar niet zonder meer mee kunnen gaan. Dat er vele jonge mensen zullen mogen zijn, die voor zichzelf overtuigd zijn van de noodzakelijkheid van de wedergeboorte, of van het krijgen van een nieuw hart.

Als we deze dingen aan de orde stelden, al was het met alle gebrek, dan was daarvoor belangstelling. Het is en blijft een zaak, die de Heere alleen kan en ook wil verheerlijken in de harten van al degenen, die Hem daar zonder ophouden om bidden.

Doen jullie dat, jongens en meisjes?

Doch ik zie dat ik weer moet gaan eindigen. Laten we afspreken D.V. tot de volgende keer.

Jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.