+ Meer informatie

Programcollege kan democratie bedreigen

Functie van raad ter discussie

6 minuten leestijd

Programcollege of afspiegelingscollege? Een vraag, die nu de gemeenteraadsverkiezingen weer voor de deur staan weer actueel wordt. De discussie over deze vraag dateert uit het begin van de jaren zeventig. Op het scherpst van de snede werd over deze vraag gediscussieerd. Voorstanders beleden met grote heftigheid, dat een programcollege optimale democratie verzekert. Tegenstanders beweren met evenveel verve, dat een programcollege het einde van onze democratie betekent.





Laten we eerst de begrippen wat localiseren. Wanneer op een dinsdag in september de burgemeester moederziel alleen tegenover de dan nieuw gekozen leden van de gemeenteraad zit, staan al naar gelang de grootte van de gemeente rechts en links van hem enige lege stoelen. Het eerste dat de nieuw gekozen raad doet is het vervullen van die lege stoelen. De wethouders worden gekozen. Ze blijven echter lid van de gemeenteraad. De wetgever heeft in het verleden duidelijk voor dat monisme gekozen. De Read regelt en bestuurt de gemeente. Slechts terwille van praktische redenen is een college van burgemeester en wethouders ingesteld. In het algemeen zal een gemeenteraad een te groot en log lichaam zijn om de dagelijkse gang van zaken te behartigen. Dat er een duidelijk verband bestaat tussen wethouders en Raad blijkt ook uit het feit, dat de wethouder verantwoordelijk blijft tegenover de Raad. Hij kan hem ter verantwoording roepen en hem eventueel ontslaan. Omgekeerd staat een wethouder tegenover een raad (bijna) machteloos. Ai zou een college van b en w dat willen, het kan de raad niet ontbinden en naar huis sturen.





Afspiegeling





Het is duidelijk dat in die situatie een college van b en w een afspiegeling moet zijn van de krachten die in de Raad functioneren. Er moet een overeenstemming zijn tussen hetgeen de Raad wil en het college doet. Een zo evenredig mogelijke verdeling van de wethouders over de verschillende raadsfracties vormt een afspiegelingscollege.





Het programcollege daarentegen, in ieder geval een programcollege dat steunt op de kleinst mogelijke meerderheid in de Raad, doorbreekt de getekende structuur. Bij de vorming van een programcollege staat niet de eenheid van de Raad als hoogste bestuurscollege in de gemeente voorop, maar het realiseren van een programma waarin diverse partijen elkaar hebben gevonden. Partijen die zich niet in dat program hebben kunnen vinden, staan buiten spel. Slechts dat deel van de Raad incluis de wethouders, die het overeengekomen program steunen, krijgen de gelegenheid te besturen. De, in sommige gemeenten zelfs grootst mogelijke minderiieid staat duidelijk buiten spel. Ze krijgt eenvoudig de kans niet.





Scherp





Voorstanders van een programcollege wijzen de beschuldiging als zou door de vorming van een programcollege ons representatief-democratische stelsel geweld worden aangedaan fel van de hand. Integendeel, zo stellen ze, het is de Raad die kiest. De fase, die daar echter aan vooraf is gegaan, doet juist de democratie de das om. De afspraken rond het te realiseren program zijn dikwijls zo scherp gesteld, dat voor andere - in de praktijk niet-linkse opvattingen - geen plaats is. Ook het argument als zou een programcollege de zo gewenste duidelijkheid bevorderen, gaat niet op. De enige duidelijkheid die ontstaat is, dat tegen de bedoeling van de wetgever in het bestuur van de gemeente niet zoveel mogelijk aan de inwoners wordt overgelaten. Slechts dat deel dat in kan stemmen met het program krijgt de kans. Met recht kunnen degenen, die niet achter het program - om welke reden dan ook - kunnen staan, zich stemvee laten noemen. Zij mogen hun stem uitbrengen, maar hun keus wordt niet geacht.





Keuze kiezer





Het afspiegelingscollege daarentegen brengt de keus van de kiezer duidelijk in het geding. Het beleid, dat de Raad zal voeren, daarvan is geen enkele groepering a priori uitgesloten. Van de besluitvorming is niemand uitgesloten. Het nadeel is - en dat moet erkend worden - dat die besluitvorming niet altijd tot een duidelijk besluit leidt. Maar wel blijft iedereen er bij betrokken. Want immers niet het program beslist, maar de aangevoerde argumenten. Daarin ligt ook de kracht van de minderheden die elke raad telt. In vele gevallen kunnen het de minderheden zijn, die door hun onafhankelijker opstelling argumenten te berde kunnen brengen, die soms de richting van een debat wijzigen. Dat zou niet de eerste keer zijn, dat dit in een Raad gebeurt. Grote voorstanders van een programcollege zijn de linkse partijen; met de PvdA voorop. Zij streeft een program na, dat een gezicht heeft naar de kiezer, duidelijkheid geeft over het te voeren gemeentelijke beleid en waaraan de partij de opstelling van de fractie in de gemeenteraad kan toetsen. Is dat program op een brede basis te verwezenlijken, dan wijst ze dat niet af. Ze is ecliter bereid een programcollege te vormen op de smalst mogelijke basis.
 
De VVD daarentegen geeft de voorkeur aan een afspiegelingscollege. In ieder geval moeten daarin de grote fracties zijn vertegenwoordigd. Wel is zij voorstander van een beleidsplan dat in grote lijnen voor de wethoudersverkiezing moet worden vastgesteld.
 
Het overleg over het programma in hoofdlijnen, dat achter het beleidsplan moet liggen moet gebasserd zijn op de wil om tot elkaar te komen. Een duidelijk liberale trek in haar opstelling is haar opvatting, dat in principiële verschillen de partijen elkaar moeten vrijlaten. De keus die dan gedaan moet worden legt de VVD in handen van de raad.
 
College

 
Ook het CDA heeft zich uitgesproken. Zijn typische middenpositie vertolkt het met de keus van een te vormen college met een program. Daarbij gaat het hem niet zozeer om het gegeven, dat iedereen met dit program moet instemmen. Volgens het CDA kan best een college gevormd worden zonder die instemming; indien er in ieder geval maar een werkbare meerderheid in de raad daarvoor wordt gevonden.
 
Het GPV heeft een uitgesproken voorkeur voor de vorming van een afspiegelingscollege. Wie een positieve bijdrage wil leveren aan het bestuur van de gemeente mag volgens hem niet van de programbesprekingen en de collegevorming worden uitgesloten. In beginsel is het voorstander van een collegevorming op zo breed mogelijke basis.
 
Ook de SGP huldigt de opvatting, dat de vorming van een afspiegelingscollege de voorkeur verdient. Aan het tot zijn recht komen van de krachtsverhoudingen binnen de raad, hecht zij grote waarde. Dat wordt binnen een afspiegelingscollege gewaarborgd. Met het streven naar de vorming van een college op basis van een program heeft zij het nogal moeilijk. Immers een dergelijk program zal al snel elementen bevatten, die een SGP-er krachtens zijn politieke uitgangsstelling niet kan onderschrijven. Het GPV bevindt zich daarbij in een wat gemakkelijker positie. Het kan met zijn visie op Calvinistische staatsleer wat gemakkelijker met anderen uit de voeten, dan de SGP dit kan.

Ondergraven


Programcollege of afspiegelingscollege? Het is duidelijk dat een programcollege, zoals dit in verscheidene gemeenten in ons land Groningen, Amsterdam, Zwolle, Leiden, Enschede en Breda functioneert zich keert tegen de structuren, die zich in onze democratie aftekenen. Een fundamentele oppositie, die in het programcollege tot uitdrukking komt, stoort het door de wetgever gekozen systeem en kan het onder bepaalde omstandigheden vernietigen. Wie daaraan meewerkt ondergraaft onze constitutionele democratie.








Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.