+ Meer informatie

Marechaussee tussen ME en mariniers

7 minuten leestijd

DEN HAAG — Bijstand van de Koninklijke Marechaussee bij ontruimingsacties is voor de civiele politie onontbeerlijk gebleken. Bij de blokkade van de kerncentrale in Dodewaard zaten de marechaussees in de centrale. Onop, vallend achter de hand gehou: den, om in het uiterste geval op te treden. Ondanks de weerzin die bij velen leeft tegen inzet ; van een militair apparaat, neemt de Koninklijke Marechaussee een steeds grotere plaats in bij de bestrijding van rellen. Het verzet is feller en grimmiger geworden. Generaal-majoor H. C. de Bruijn, commandant van de marechaussee: „Als de wettige regering een beroep op ons doet staan wij altijd klaar."

Politie en marechaussee hebben hun uitrusting na de pro-rellen in het begin • van de jaren zestig aangepast. De korte wapenstok werd verwisseld voorde lange . lat. Eerst fietsbellen en later stenen maakten de aanschaf van schilden noodzakelijk. Na de ontruiming van de Vondelstraat vorig jaar maart, schafte de marechaussee zich beschermende hockeyspullen aan, zoals scheenbeschermers en schouderstukken.

Opvallend vindt generaal De Bruijn de verandering in de geweldsverhouding: • ,,In het begin van de zestiger jaren gebruikte de overheid meer geweld dan de bevolking. Nu gebruikt de overheid zo min mogelijk geweld, terwijl door het publiek enorm veel geweld wordt gebruikt. In Nijmegen was de situatie ronduit grimmig. Het leek wel of we met een professionele „vijand" te doen hadden. Vijand dan natuurlijk tussen aanhalingstekens, want het zijn altijd nog burgers."

Beheersing

Niet alleen uitrusting en materieel, ook de opleiding wijzigde zich in de loop der jaren. „Noch de politie noch wij hadden in '60 ervaring met dit soort straatgevechten. De aantallen mensen die meedoen zijn ook steeds groter geworden. Wij hebben de mensen geleerd zich te beheersen tegenover het publiek. Wij vonden dat er teveel geweld werd ingezet in verhouding met het beoogde doel. Ik denk dat we daar nog niet zo slecht in geslaagd zijn. Als je ziet hoe de mensen soms getergd en geprovoceerd zijn. Zij hebben zich goed gehouden."

Hetze

De generaal betreurt de hetze die na afloop van de ontruiming van de kraakpanden in Nijmegen is ontstaan tegen de politie „en speciaal tegen de marechaussee". Zo zijn de telefoonlijnen op de kazernes geblokkeerd, ruiten ingegooid en muren beklad. Generaal De Bruijn: „Ook ik betreur geweld, maar ik bekijk het ook nog vanuit het standpunt van mijn eigen mensen. Die propagandistische hetze doet vermoeden dat wij voor de lol komen om op de burgerij te rammen. En dat is bepaald niet zo."

Sinds de provo-rellen in de zestiger jaren tot aan het einde van 1980 heeft de marechaussee ongeveer twee miljoen manuren bijstand verleend aan de politie. Het korps bestaat uit 3500 beroepsmilitairen en 500 dienstplichtigen. Aan de gemeentepolitiekorpsen in Den Haag en Amsterdam verleent de marechaussee semi-permanente bijstand. De personeelssterkte van de marechaussee is gebaseerd op haar eigen taken, zoals de bewaking van Soestdijk, beveiliging van leden van het Koninklijke Huis, grensbewaking, en de politietaak binnen de krijgsmacht.

Generaal De Bruijn: ,,Alle diensten die ik doe ten behoeve van de bijstand aan de politie, gaan ten koste van andere diensten." Voor bijstand bij ontruimingsacties moest de marechaussee vorig jaar honderden mensen leveren. „Wanneer het niet te lang duurt kan ik 't wel volhouden", meent de generaal.

Maximaal zou hij in één keer 1000 tot 1200 marechaussees voor de bijstandstaak in kunnen zetten. Dat is één keer gebeurd, bij het huwelijk van koningin Beatrix. „Maar toen zat ook de vrouw van de brigadecommandant achter de telefoon..."

Eigen boontjes doppen

„De marechaussee is er niet ten behoeve van zichzelf, maar voor de gemeenschap", beklemtoont generaal De Bruijn. ,,Ik vind Wei dat de civiele politie in principe haar eigen boontjes moet doppen. Wij kunnen heipen de orde te herstellen. Maar ais deze hersteld is, dan moeten we de zaak zo snel mogelijk weer overgeven aan de politie. De civiele poHtie moet zoveel mogelijk haar eigen taken doen, dat is ook beter tegenover de burgers".

Het aantal marechaussees dat ingezet wordt bij grote politieacties neemt toe. „Dat komt ook door het verzet van de goegemeente", verklaart de generaal. „Dat wordt steeds grimmiger, steeds feller. Nu is het zo, en daar schaam ik mij helemaal niet voor, dat wij een militair onderdeel zijn. Als marechaussee zijn wij bijzonder verwant aan de politie. Behalve een politieopleiding hebben de mensen ook een militaire opleiding gehad. De ofiricieren zijn allemaal op de stafschool geweest. Daar hebben ze ge• leerd dergelijke zaken nuchter op een rijtje te zetten. Een agent treedt meestal individueel op, een militair altijd in groepsverband. Een grootschalig optreden, dat is de enige manier waarop je het kunt maken. De marechaussee komt niet omdat ze harder slaat dan agenten", voegt de generaal er met klem aan toe.

Gat

„Mijn filosofie in het geheel is", zegt hij, „dat een agent geen agent is geworden om straatgevechten te leveren, maar in feite vanwege de maatschappelijke kant van het vak." In de theorie dat de pblitie zelf haar boontjes moet doppen past wel de ME. In grotere politiekorpsen zoals Den Haag, is het nodig dat er een eenheid is voor straffer optreden. Tot op zekere hoogte. Er is een moment dat ook de ME niet meer geschikt is. En dat was in Amsterdam en Nijmegen duidelijk het geval. Als overheid kun je dan één ding doen: een beroep op de krijgsmacht. Het is geloof ik een heel juiste beslissing geweest om geen dienstplichtigen in te zetten. Die jongens zijn opgeroepen om het land te verdedigen en niet om tegen eigen burgers te vechten".

Hij vervolgt: Er blijven in feite twee echte beroepskorpsen over: de mariniers en de marechaussee. Nou neem ik m'n pet heel diep af voor de mariniers,maar in feite zijn zij getraind op het uiterste geweld. De opleiding van de mariniers is gericht op uitschakelen van de tegenstander. Dat hebben we gezien bij de treinkaping De Punt en de gijzeling in de Scheveningse gevangenis. Feitelijk bestaat er tussen het topoptreden van de ME en he.t Inzet van de Koninklijke Marechaussee bij de ontruiming van kraakpanden in Nijmegen. topoptreden van de mariniers een groot gat. Ik geloof dat dat gat door de mar^ chaussee opgevuld moet worden."

„Eigenlijk is er maar één korps geschikt voor", meent hij, „met een gewelds instructie om met zoveel mogelijk beperkt geweld op te treden. Wij kunnen terugvallen op de landmacht. Wij zijn gewend grootschalig op te treden. Je komt feitelijk met een totaalapparaat waarmee we even zullen helpen de orde snel te herstellen."

BSB

„Wij hebben ook de BSB (Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten). Uit die BSB hebben we ongeveer 30 mensen een bijzonder zware opleiding laten geven. Zij zijn goed als spits te gebruiken. Een BSB'er krijgt dezelfde test als een jachtvlieger." Volgens de generaal kunnen de BSB'ers meer dan alleen maar een hardj gevecht leveren. j

De generaal ziet er geen heil in eenj speciale oproerpolitie in het leven te roen pen. „Ik geloof niet dat dat een goede zaak is. Je haaU die mensen uit hun normale werk en traint ze alleen op het on-derdrukken van oproer. Ik vergelijk dat altijd met een venijnige hond. Als je die drie weken in z'n hok laat zitten en je maakt hem dan los, maakt hij gegarandeerd brokken. Als we overgaan op oproerpolitie ben ik bang dat er in de toekomst ontzettend hard zal worden opgetreden."

Wat de toekomst betreft is de mare.chausseecommandant bepaald niet optimistisch. Generaal De Bruijn: „Ik geloof dat wanneer het zo doorgaat we voor hetere vuren komen te staan. Dan zal het een kwestie worden.van afwegen. Als er bijstand moet worden verleend, doen we dat. Het gaat niet om onszelf, maar om de gemeenschap. Wij zijn een machtsapparaat in handen van de regering. Gelukkig is het personeel wel zo plichtsgetrouw dat ze hun werk ook willen doen. De doorsneemarechaussee komt niet voor de lol. Het is een kwestie van de teugels in toom houden. Het gaat in feite om zelfdiscipline. Dat mag dan wel een vies woord zijn, maar daar gaat het toch om."

Niet misbruikt

Na de ontruimingsactie in Nijmegen voelde een deel van de mobiele eenheid zich misbruikt door.het gemeentebestuur. Enkele weken na de ontruiming besloot de meerderheid in de raad toch maar van de parkeergarage, de eigenlijke inzet van de actie, af te zien.

„Natuurlijk zijn er bij ons ook mensen die er zo overdenken", zegt de generaal. „Persoonlijk vind ik dat het mogelijk moet zijn in een democratie, waar democratische besluiten tot stand komen, later in diezelfde democratie zo'n besluit herroepen wordt. Ik heb wel erg veel moeite met lieden die een eerder genomen besluit veranderen onder druk van intimidatie. Als dat de oorzaak is in Nijmegen, vind ik dat heel jammer. Wat intimidatie is merken wij aan den lijve: ingegooide ruiten en met verf bekladde muren. Maar als de wettige regering een beroep op ons doet staan wij altijd klaar. Niemand kan van ons zeggen dat wij niet gezagsgetrouw zijn."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.