+ Meer informatie

PASTORAAT IN HET LICHT VAN DE WEDERKOMST

8 minuten leestijd

Reeds nu werkzaam

De wederkomst is het einde van de geschiedenis. Als Jezus terugkomt, wordt er achter de geschiedenis van kerk en wereld een punt gezet. Dat mogen we uit Openbaring 22 afleiden.

Toch is hiermee niet genoeg gezegd. De wederkomst hoort - bijbels gezien - er nú al bij. Zij is niet slechts een gebeuren dat het einde inluidt. Zij is in het heden een werkzame kracht naar het einde toe.

Uit tal van Schriftplaatsen blijkt dat. Toen Jezus Zichzelf als de Messias van de eindtijd beleden had tegenover de Joodse Raad, voegde Hij eraan toe: „Doch Ik zeg u van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels” (Matt. 26 : 64). De wederkomst is in werking gezet. Jezus is wederkomende. Men zie ook Thessalonicenzen 1 : 10. De lezers hebben zich bekeerd om de levende God te dienen èn uit de hemelen Zijn Zoon te verwachten. Tot de waarachtige bekering hoort het verwachten van de komende Heere Jezus. Zie ook Hand. 1 : 11 en 2 Timotheüs 4 : 8. Uit beide teksten blijkt dat de komst van Jezus bezig doet zijn met Zijn wederkomst. Het werk dat met Zijn eerste komst is begonnen, moet af en het komt af. Hij is daarmee bezig.

Calvijn heeft in boek III van zijn Institutie een hoofdstuk gewijd aan de overdenking van het toekomende leven. Hij is daarmee geheel in de lijn van tal van antwoorden uit de Catechismus, waarin Jezus’ komst en de verwachting ervan een grote plaats inneemt. Men zie vooral 6, 32, 37, 45, 52, 57, 58, 115, 123, 127 en 128.

Een christen is een mens met toekomstvisie en -verwachting; of hij is geen christen, ben ik geneigd te zeggen.

De bruid is een biddende bruid (Openb. 22 : 17).

Wat daarvoor nodig is

Daarvoor is kennis van Christus nodig. Allereerst van de noodzaak van Zijn eerste komst; eveneens van de noodzaak van Zijn tweede komst. Te weinig wordt op dit laatste gewezen. Wij zijn veel bezig met dit leven, zonder op de voleindig te letten. Waarom zouden we met de voleinding bezig zijn? De gebrokenheid door de zonde stelt schuldig. We moeten eigen tekorten leren inzien, belijden en bestrijden. Wie dat leert doen, gaat ook verlangen naar de volkomenheid van Christus’ werk. Dat verlangen richt zich erop dat God alles zal zijn in al de Zijnen, dus ook in mijn leven (1 Kor. 15 : 28).

We doen God te kort als we niet met de wederkomst bezig zijn. We kunnen de strijd alleen volhouden, als we de verwachting hebben dat God Zijn werk in de wereld en in ons eigen leven voltooit (men zie teksten als 1 Joh. 3 : 3; 2 Kor. 5 : 6-10). De hoop is de zuurstof van het geloof. Als de toekomstverwachting in ons leven ontbreekt, verslappen we. De kerk verwereldlijkt.

Tot zover iets over de betekenis van de wederkomst en haar plaats in ons leven.

Het werk van een pastor

Nu iets over het pastoraat. Dat is de aanduiding van het werk van de herder, die tegelijk ook hoeder der zielen wordt genoemd (1 Petrus 2: 25). De herder is de voorganger. Hij baant de weg. Hij brengt de schapen bijeen en houdt hen bijeen. Hij zorgt voor de schapen. Hij is bedacht op voedsel en verkwikking. Hij weet de weg naar de weidegronden en de waterbronnen. Hij verzorgt het zieke, zwakke en kreupele. Hij zoekt het weggeraakte schaap op. Dit gaat, los van de kudde, de ondergang tegemoet. Hij beschermt de kudde en vecht tegen de roofdieren.

Als opziener heeft hij toezicht en opzicht. Hij bekommert zich om de kudde. Hij ziet naar haar om (men zie de prachtige beschrijving van het werk van de herder, door prof. C. Trimp in ”De Kerk”, blz. 423-435).

De pastor doet zijn werk in de prediking en vooral op bezoek bij de mensen, in de vorm van het gesprek. Opvallend is dat het bijbelse woord voor vermanen (parakalein) allerlei betekenissen heeft: aanmoedigen, versterken, toerusten, terechtwijzen, corrigeren, weerleggen en vertroosten.

Deze vermaning, met haar vele nuances, is specifiek voor het pastoraat. Met het Woord ingaan op de mens in zijn situatie èn op de situatie van de mens. Dat is iets wezenlijk anders dan de onder ons bekende helpende beroepen. Zij worden gekenmerkt door hun sociale betekenis. Het werk van de herder wordt gekenmerkt door zijn pastorale betekenis. Omzien naar, zorgen voor mensen, in dienst van de Grote Goede Herder van de kudde. Het werk van de herder gebeurt vanuit de kracht van en tegelijk ook met het oog op de Herder.

In het licht van de wederkomst

Het pastoraat moet de wederkomst aan de orde stellen. Zij vraagt om een levenshouding van verwachten. Karakteristiek daarvoor is waakzaamheid (Matt. 25 : 13). Niet angstig of benauwd, maar in het besef van de realiteit van Zijn nabije en naderende komst. Zo’n waakzaam leven is ook een dienstbaar leven. Men denke aan de gelijkenis van de talenten (Matt. 25 : 14-30) en van de ponden (Luk. 19 : 11-27). Deze gelijkenissen staan in het teken van de afrekening, van het verantwoording afleggen.

Als derde noemen we de volharding tot aan en met het oog op het einde (Matt. 24 : 13). Dit leven moet gevoed worden door Woord en sacrament. De gemeente moet een getuigende, dienende, wervende gemeente zijn, doortrokken van de Heilige Geest. Een volk dat de Heere kent en liefheeft, omdat het Hem toebehoort.

Het pastorale gesprek van predikanten en ouderlingen moet geschieden in het licht van èn met het oog op de wederkomst. Dat kan alleen als pastores (dus ook ouderlingen) zelf ook uit deze verwachting leven.

Concretisering

We zeggen nu iets met het oog op de beoefening van dit pastoraat. Ambtsdragers moeten hun verantwoordelijkheid diep beseffen. Van ons zal rekenschap gevraagd worden. Hebben we in ons pastoraat mensen geconfronteerd met de komende Christus en hebben we met hen gesproken over de plaats die de verwachting van Zijn komst in ons leven moet innemen?

Vervolgens gaat het erom dat we prioriteiten stellen in ons persoonlijk en ambtelijk leven. Beleven en beoefenen wij zelf de bekering tot God, die blijkens 1 Thess. 1 : 10 haar spits vindt in de verwachting van Gods Zoon uit de hemel? En zijn we ook bezig met de toerusting van onszelf en van de gemeente tot zulk een verwachtend leven? Dat vraagt om loslaten, zelfverloochening, blijmoedig kruisdragen en zoveel meer.

Een ander punt is dat wij de tekenen der tijden verstaan. Jezus is bezig te komen. Hierbij komt Israëls plaats in Gods heilsgeschiedenis ter sprake, maar ook de crisis waar de gemeente van Jezus Christus doorheen gaat: de verberging van Gods aangezicht!! We zullen als herders de gemeente priesterlijk op het hart moeten dragen. In bewogenheid voor haar de voorbede doen en helend in allerlei situaties optreden. We zullen profetisch de tijd moeten doorlichten; laten zien hoe het beest (Openb. 14 : 9) zijn sporen trekt in onze samenleving, welke gekenschetst wordt door de gedachte van autonomie èn wetteloosheid (handelen naar eigen goeddunken). We zullen concrete hulp moeten bieden en duidelijk raad moeten geven.

Daar is het koninklijke aspect: De strijd is gewonnen. De duivel kan nog wel veel kwaad doen, maar hij kan Jezus niet meer van de troon krijgen. Hij is immers zelf uit de hemel geworpen (Openb. 12 : 9). Wij moeten voor de strijd toegerust zijn en zelf ook de gemeente toerusten (Ef. 6 : 12-20).

Prachtig wordt de levenshouding van de gelovigen, als voorwerp van voortdurend pastoraat getekend in Kolossenzen 1 : 27 en 28. Christus is de hoop der heerlijkheid. Op Hem is ons oog gericht. In Zijn kracht zullen we de gemeente terechtwijzen en onderrichten in alle wijsheid. De volmacht en opdracht daartoe komt van Christus. Hij geeft er - op het gebed - ook de kracht toe.

We sluiten af: Pastoraat met het oog op de wederkomst richt zich op de gemeente, die Christus’ bruid is, en die de bruidsroep zal beoefenen. We zullen pastoraal bezig zijn met het oog op de ontmoeting van de bruid met haar bruidegom. Dat betekent ook dat de lauwheid en de laksheid, de aardsgezindheid van de bruid worden aangewezen als schuld. Zij wordt aan haar liefdeloosheid en zelfgenoegzaamheid ontdekt. Zij leert zich schamen voor de ogen van haar bruidegom, juist onder het pastoraat in het licht van de wederkomst.

Hoe zullen we als ambtsdragers, als herder van de kudde dit doen? In vertrouwen dat Jezus’ zaak is gewonnen. De strijd is gewonnen. De strijd is beslist. We behoeven haar niet nog eens te winnen. Wel wordt van ons volharding gevraagd en verwacht. De dag van de afrekening met Jezus’ vijanden komt.

We zullen met grote ernst pastoraat bedrijven. Het gaat om mensen èn om de zaak van Jezus Christus.

We doen dat in blijde verwachting. Het beste komt nog. Hij geeft kracht aan wie op Hem hopen!

Pastoraat in het licht van de wederkomst is biddend en afhankelijk, ootmoedig en in vertrouwen pastor zijn, in dienst van de grote Herder opdat Hij komt èn totdat Hij komt. Kom Heere Jezus, is een bij uitstek pastoraal gebed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.