+ Meer informatie

Israels wetten vertonen racistische trekjes

5 minuten leestijd

„Zionisme is een vorm van racisme en van rassendiscriminatie", zei Resolutie 3379 (1975) van de Verenigde Naties. Afgelopen maandag is de resolutie herroepen. Hoewel aan de inhoud van de resolutie enkele tekortkomingen kleefden, had dit niet moeten gebeuren.

De belangrijkste misser van de resolutie was dat deze niet aangaf waarom zionisme een vorm van racisme is. Bovendien had de resolutie niet over „zionisme" als de schuldige moeten spreken maar over de wetgeving van de staat Israël.

Zionisme is een veel te vage term, aangezien onder de zionisten zeer tegenstrijdige richtingen bestaan. Sommige zionisten zijn warme pleitbezorgers van de gelijke rechten van joden en Palestijnen in Israël. Resolutie 3379 had moeten aangeven op welke manier de Israëlische wetgeving op grond van ras onderscheid maakt, discrimineert. Israël was in 1975 nog jong. Door rabbijn L. B. van de Kamp maar de racistische trekjes in zijn fundamentele wetten waren duidelijk.

Militair optreden

Nu, zestien jaar later, is het nog veel duidelijker dat er iets mis is met de Israëlische maatschappij. Dagelijkse filmbeelden van het optreden van joodse militairen tegen Palestijnse jongeren hebben in het Westen veel vragen opgeroepen.

De negatieve indrukken van het gedrag van joodse militairen vormden echter geen voldoende bewijs voor de juistheid van Resolutie 3379. Aanhangers van de resolutie hadden moeten bewijzen dat de Israëlische wetgeving onderscheid maakt tussen joodse en Palestijnse burgers binnen de grens van 1967.

Degenen die geloven dat „zionisme een vorm van rassendiscriminatie" is, zullen hun kans ook in de toekomst graag waarnemen om voor het oog van de wereld Israël aan de schandpaal te nagelen wegens zijn wetgeving en wegens de dagelijkse praktijk.

Israël zegt altijd dat het een democratie is. Dat is gewoon onwaar. Het is alleen een democratie voor de joden. Palestijnen mogen wel met het joodse democratische spel meedoen, maar blijven voor de wet tweederangsburgers. De Israëlische wetgeving geeft een hogere status aan de joodse burgers en een inferieure status aan de rest. Die rest komt niet in aanmerking voor een reeks rechten die joden wel hebben.

Het Israëlische Hooggerechtshof heeft bevestigd dat er geen „Israëlische nationaliteit apart van het joodse volk" bestaat. De enige status in Israël die volle burgerrechten geeft, is de „joodse nationaliteit". Palestijnen binnen Israël zijn wel burgers, maar van een inferieur soort. Ze horen immers niet bij de juiste natie.

Staatsorganen

Dit onderscheid is verankerd in de staatsorganen van Israël. De Staat dient een exclusieve groep ourgers, de joden. 18 procent van de houders van het Israëlische paspoort heeft minder rechten dan de joden.

Burgers van niet-joodse oorsprong genieten niet de voordelen van een aantal „nationale" instellingen. Deze instellingen dienen de natie, dus de joden. In de Statuswet van 1952 is dit vastgelegd.

De Statuswet erkent als onderdeel van de regering van Israël bepaalde „nationale" instellingen die buiten Israël opereren om exclusief „het joodse volk" te dienen.

Eén voorbeeld van zo'n organisatie is het Joods Nationaal Fonds (JNF). Dat JNF adverteert onder meer in Nederland om giften, legaten en leningen te krijgen ten behoeve van Israël. Nou ja, voor de joden in Israël.

Het doel van het Joods Nationaal Fonds is onder andere om „het land te verlossen". Dat betekent: zoveel mogelijk grond kopen of confisqueren van niet-joden om het voor eeuwig in handen van „het joodse volk" te doen komen.

De Staat Israël doet dus zijn uiterste best om, via de 'arm' van het Joods Nationaal Fonds, landerijen en huizen aan de Palestijnse eigenaars te ontnemen ten behoeve van zijn joodse burgers. Hier is sprake van anti-Palestijns beleid.

Zionisten
De Zionistische Wereld Organisatie is een andere wettelijk erkende vertegenwoordiger van de regering van Israël buiten het land. Een taak van deze organisatie is het verzamelen van geld in het Westen om Israël te ontwikkelen.

Maar de Zionistische Wereld Organisatie heeft als doel om de ontvangen ontwikkelingshulp zuiver aan joodse doelen te besteden. Israël zoekt dus westers geld om een deel van zijn burgers te helpen.

Palestijnse dorpen krijgen veel minder diensten van de Staat dan joodse dorpen. De Staat besteedt minder geld aan de ontwikkeling van de niet-joodse burgers dan aan de joodse natie. Dat onderscheid tussen joden en Palestijnen wordt nog versterkt door de Wet op de terugkeer (1950). Die legt vast dat joden, waar ter wereld ze ook wonen, het recht hebben naar Israël te komen.

Dat maakt joden een bevoorrechte groep, want Palestijnen met het Israëlische paspoort hebben niet het recht hun familie naar Israël te laten komen. Elke Palestijn in Israël weet daardoor dat de staat Israël de voorkeur geeft aan joden boven Palestijnen.

O p I n I e
voelen: mtjn opinie Ls. da hlteke opinie: '•'on opinie oprue veranderen: hij ven: vnli;ens de ali^e.

Als een staat in de wet en via zijn officiële organen onderscheid maakt tussen zijn eigen burgers, op grond van etnische afkomst of godsdienst, is die staat schuldig aan rassendiscriminatie. De auteur is correspondent van het Reformatorisch Dagblad in Cairo

Voorzienigheid

De taal die een volk spreekt verandert, de grenzen van de gebieden waarin een volk woont veranderen, ook de fysieke eigenschappen van volken veranderen, maar dit alles staat onder Gods voorzienigheid. Het doel van de toekenning van een eigen grondgebied aan elk der volkeren is volgens de Heilige Schrift: „Opdat zij den Heere zouden zoeken, of zij Hem immers tasten en vinden mochten" (Handelingen 17:27).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.