+ Meer informatie

Simon Vestdijk (I)

2 minuten leestijd

Toen Simon Vestdijk in 1965 werd gevraagd wat hem het meest boeide in het hedendaagse leven, antwoordde hij: „De grammofoonplaat". Een leven lang streden in hem de auteur en de muzikant. Naast een metershoge stapel romans schreef Vestdijk dan ook tien boeken over muziek — waaronder een aantal met gebundelde kranteartikelen. De boeken over Mahler en Sibelius zijn het meest bekend. Vorig jaar verscheen het laatste, tiende deel van de muziekessays, waarin de ongepubliceerde en verspreid gepubliceerde opstellen zijn opgenomen: "Verzamelde Muziekessays, 10". Vestdijks aangeboren voorliefde stuurde hem in de romantische richting. Dat uit zich in uitvoerige opstellen over Grieg (schreef altijd muziek, tegenover moderne clustermuziek, die altijd „psychisch normaal" is), Dvorak (door Vestdijk aanvankelijk „een prutser" genoemd, maar in 1969 in ere hersteld), Reger (hier en daar „het allerhoogste" bereikend) en vooral over Mahler. Voor Vestdijk —volgens Martin van Amerongen aangestoken door de „bacillus Mahleriensis"— bestond er strikt genomen geen andere muziek. In plaats van het religieuze beleven heeft Vestdijk, zo zegt hij zelf, de muziek van Mahler. Met een groot aantal superlatieven (ongewoon voor Vestdijk!) verdedigt hij hem tegen de anti-mahlerianen, kortweg „gespuis" genoemd. Mahler is „de emotioneelste componist", zijn negende symfonie is „verpletterend", „de aangrijpendste muziek". Wanneer critici Mahlers onvolmaaktheden breed uitmeten, aldus Vestdijk, komt dat voort uit het niet kunnen verwerken van de door zijn muziek opgeroepen emoties.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.