+ Meer informatie

Nieuwe lente na lange wintertijd

3 minuten leestijd

„...de zangtijd genaakt... Hooglied 2:12m

In Hooglied 2 ontmoeten we een missende bruid die verlangt naar de nabijheid van de bruidegom. Het is winter. In donker en koude wacht ze op haar bruidegom. Plotseling hoort ze de stem van haar liefste, die haar nodigt. Ze herkent die stem. Ze ziet hem komen, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen.

Ze ziet hem staan achter de muur, terwijl hij kijkt door traliën van het venster. Haar liefste nodigt haar op te staan en bij hem te komen. Het is lente geworden. Hij wil haar nabijheid. De tijd van wachten en missen is voor haar voorbij. Een tijd van genieten breekt aan.

Het lieflijke beeld tekent de ondervindingen van de bruidskerk van Christus. Wat een gemis kan er worden ingeleefd. Wat een wintertijden kent de ziel. In de winter is alles donker en koud. Alle leven schijnt uit bomen en planten verdwenen. Gezang van vogels wordt nauwelijks gehoord. In de geestelijke wintertijden is het donker in de ziel, omdat het licht van Gods aangezicht gemist wordt.

Het is koud in de ziel, omdat de liefde zo ingezonken is. Er is dorheid en doodsheid, omdat het geloofsleven werkeloos is en gestorven schijnt te zijn. Er is stilheid, omdat de vertroostingen gemist worden en daardoor de mond gesloten is. Er is geen spreken tot Gods eer, geen lofzang in hun mond.

De oorzaken van die wintertijden zijn vaak de zonden en afwijkingen, de biddeloosheid en de zorgeloosheid, de wereldgelijkvormigheid en de hoogmoed. Ook kan de oorzaak zijn dat de Heere in Zijn vrijmacht Zijn aangezicht verbergt om hen voor te bereiden op nieuwe openbaringen van Christus en Zijn volbrachte werk.

In het natuurlijke leven kan de winter wel lang duren, maar toch volgt op elke winter weer de lente. Dan worden de voorboden van de lente gezien en gehoord. Er komen voorjaarsbloemen. Het gezang van de vogels wordt weer gehoord. De koude verdwijnt. De zon krijgt meer kracht.

In het geestelijk leven kan de winter eindeloos lijken. Asaf klaagt: „Zou God Zijn gena vergeten, nooit meer van ontferming weten?” Toch volgt er weer een geestelijke lentetijd. Dat is de geestelijke zangtijd. De Zon gaat de ziel weer beschijnen, zodat het akelig donker verdreven wordt en de verkilde aarde van het hart verwarmd wordt.

De vertroostingen des Heeren krijgen weer vat op de ziel. De Geest des Heeren beademt de ziel, zodat het geloof weer tevoorschijn komt, de hoop weer opbloeit, de warme gloed van de liefde weer gevoeld wordt.

De zangtijd van Gods kinderen hier op aarde is de voorsmaak van de eeuwige zangtijd, die aanbreken zal als ze hier Gods raad hebben uitgediend. Dan zullen ze eeuwig zingen: „Wij steken ’t hoofd omhoog en zullen d’eerkroon dragen; door U, door U alleen, om ’t eeuwig welbehagen.”

Volk des Heeren. Uw bange wintertijd kan lang zijn. Maar die zal niet altijd duren. Wellicht zijn de eerste tekenen van de lente reeds te bespeuren in uw zieleleven. Houd moed. Weldra zal de lente in al zijn volheid aanbreken. Dan zult u zingen. David had een voorsmaak van de eeuwige lente, toen hij zong:

Maar (blij vooruitzicht dat mij streelt!)

Ik zal, ontwaakt, Uw lof ontvouwen,

U in gerechtigheid aanschouwen,

Verzadigd met Uw Godd’lijk beeld.

Dan zullen alle gezang van de wereld en de schijngodsdienst verstommen. Lezer(es), kennen wij het verlangen van de bruidskerk?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.