+ Meer informatie

MORMONEN EN JEHOVA’S GETUIGEN

13 minuten leestijd

Op verzoek van de redactie volgt hieronder en D.V. in het volgende nummer van Ambte-lijk Contact een tweetal artikelen over geestelijke Stromingen, het eerste over de in de titel genoemde, uit de vorige eeuw stammende sekten, en het tweede over de moderne beweging van de ”New Age”. Alle drie staan zij ons in zoverre na, dat zij in meerdere of mindere mate aansluiting zoeken bij de Bijbel. Alle drie zetten zij zich af tegen de bijbel-uitleg door de gevestigde kerken en tegen de onderlinge verdeeldheid die daarin open-baar komt. Daarom kunnen zij op christenen die lid van zo’n kerk zijn, een zekere aan-trekkingskracht uitoefenen. Vandaar deze nadere kennismaking.

Mormomen: een dynamisch geloof

De mormonen noemen zichzelf: Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste da-gen. Hun bijnaam is afgeleid van het Boek van Mormon, dat zij naast de Bijbel als ge-zaghebbende openbaring van God erkennen. Om ons van hen een voorstelling te vormen, kunnen wij hun organisatie van twee kanten bekijken: vanuit hun ontstaansgeschiede-nis, die veel merkwaardigs en bedenkelijks in zich heeft, maar ook vanuit hun geloofs-beoefening en levenspraktijk, die een veel gunstiger indruk achterlaat. Voor een evenwichtige beoordeling is aandacht voor beide aspecten nodig. Laten wij beginnen met het laatste.

Misschien bent u ze wel eens tegengekomen in de winkelstraat: twee netjes verzorgde jonge mannen bij een schoolbord op een standaard met een paar kleurige afbeeldingen die hun geloof moeten verduidelijken. Ze spreken Nederlands met een Amerikaans accent. Zij zijn hier als zendelingen gekomen om een paar jaar van hun leven te geven voor de verbreiding van hun boodschap. Ook hun eigen financiële middelen gaan daar volledig aan op. Een hele opoffering.

In het algemeen onderscheiden mormonen zich door een gedisciplineerde en positieve levensinstelling. Zij geven 10% van al hun inkomsten voor hun kerk, zij gebruiken geen tabak, sterke drank, koffie en thee. Zij hebben een hoge huwelijksmoraal en investeren veel tijd en energie in een harmonisch gezinsleven. Het huwelijk wordt volgens hen niet alleen voor dit leven gesloten, maar voor de eeuwigheid. Enkele opmerkelijke prestaties trekken onze aandacht. Vanaf het midden van de vorige eeuw veranderde de onherberg-zame zoutvlakte bij het Salt Lake in Utah in een vruchtbaar oord, en Salt Lake City verrees als een welvarende stad. Een imposante kathedraal (”tempel”) en daarachter een enorme ovaalvormige ”tabernakel” met z’n fenomenale akoestiek vormen het middel-punt. Het Mormonenkoor aldaar is wereldberoemd.

Hun geloofsleer is niet diepzinnig of zwaartillend, maar heel concreet en praktisch gericht. Zo is God volgens hen een volmaakte mens. Adams zonde beschouwen zij als een incident. De erfzonde wordt ontkend. Dankzij de verzoening door Christus kunnen alle mensen zalig worden, maar dan moeten zij wel gehoorzamen aan de wetten en verorde-ningen van het evangelie. De voornaamste verordeningen zijn: geloof in Jezus Christus, bekering, doop en handoplegging. Het aardse leven is de gelegenheid die God geeft om ons te bekeren en ons te verbeteren. De vooruitgang die wij op aarde boeken, vormt de basis waarop wij in het hiernamaals mogen voortbouwen. Twee kernwoorden zijn hier van toepassing: optimisme en activisme. Zij geloven dat hun voorgeslacht dat in onwe-tendheid gestorven is, niet voorgoed verloren hoeft te zijn, maar dat het gered wordt. wanneer de nakomelingen zich voor hun voorouders laten dopen. Vandaar dat de ver-lossingsijver van de mormonen zich uitstrekt tot vroegere geslachten. Ten behoeve daarvan wordt een gigantisch genealogisch onderzoek verricht dat zich uitstrekt tot al het beschik-bare archiefmateriaal over de hele wereld. De resultaten worden bewaard in atoomvrije kelders bij Salt Lake City.

Zo’n grensoverschrijdende geloven-en-doen-godsdienst zou aantrekkelijk kunnen zijn voor iemand die van mening is dat wij vaak te moeilijk doen en te veel Problemen zien.

Een wonderlijke historie

De historische achtergrond van deze sektarische stroming doet ons echter de wenkbrau-wen fronsen.

In 1820 zou de toen 14-jarige Joseph Smith een verschijning hebben gekregen van de Vader en de Zoon, waarin hij te horen kreeg dat hij zich bij geen van de bestaande kerken moest aansluiten. Enige jaren later kreeg hij bezoek van de engel Moroni, die hem vertelde van een boek, geschreven op gouden bladen, met de geschiedenis van de vroe-gere bewoners van Amerika. In 1827 vond hij een kist met daarin het bewuste boek, geschreven in een vreemde taal met onbekende lettertekens. Maar daarnaast lag een soort bril met glazen van edelsteen. Met die bril op kon hij het boek lezen en aan een bevrien-de schoolmeester in het Engels dicteren. Toen hij daarmee klaar was, heeft Moroni het gouden boek weer meegenomen naar de hemel.

Het boek beschrijft de geschiedenis van de tien stammen van Israël, die door de Assyriërs in ballingschap waren gevoerd. Na veel omzwervingen waren zij in Amerika terecht-gekomen. In het jaar 34 van onze jaartelling is Jezus na zijn opstanding ook aan hen verschenen. Het geloof van deze nazaten der Israëlieten stiert uit, maar in 421 had de profeet Mormon de hele geschiedenis opgeschreven in het gouden boek en op bevel van God in de grond verborgen.

Na zijn ”ontdekking” verzamelde Joseph Smith een aanzienlijke groep aanhangers om zich heen die hem als hun leider erkende. De sekte kwam in grote moeilijkheden toen door Smith de polygamie onder bepaalde voorwaarden werd ingevoerd. Vervolgingen werden hun deel. Zeit werd hij om die reden in 1844 gelyncht. Onder zijn opvolger trok men naar de woestijn van Salt Lake. Onder grote druk van buitenaf werd de praktijk van het ”meervoudige huwelijk” teruggedraaid.

Men vraagt zich in gemoede af, hoe het mogelijk is dat zoveel mensen het verhaal van Joseph Smith geloofwaardig kunnen en konden achten. Aan de andere kant moeten wij ons realiseren, dat andere mensen, orthodoxe joden en ongelovigen, soortgelijke vraag-tekens bij het Christendom kunnen plaatsen. Er zijn overeenkomsten: ook in het Christendom is er sprake van een aanvulling op de bestaande joodse Bijbel. Er wordt gesproken van een God die mens werd, als mens stierf en na zijn dood levend en lichamelijk aan zijn volgelingen verscheen. Niettemin is er een groot verschil tussen het Nieuwe Testament en het Boek van Mormon, een verschil dat pleit voor het historische gehalte van het Nieuwe Testament en tegen de historiciteit van het Boek van Mormon. Het eerste is ontstaan midden in de ontwikkeling van de kerk. Elk evangelie en elke brief is geschreven met het oog op een concrete groep christenen in een bepaalde situatie. De boeken zijn door de kerk bewaard en verzameld en hebben de geschiedenis door gezaghebbend gefunctioneerd. Het Boek van Mormon daarentegen zou in één ruk door één per-soon geschreven zijn om 1400 jaar onder de grond verborgen te blijven. Daarna zou het geheimschrift met een soort toverbril gelezen kunnen worden en ineens wereldkundig gemaakt moeten worden. Dat is een gang van zaken die alleen maar het produkt kan zijn van onbegrensde fantasie.

Om deze reden is de godsdienst van de mormonen te beoordelen als een meer curieus dan serieus verschijnsel.

Respect voor de Jehovah’s Getuigen

Net als de mormonen hebben de Jehovah’s Getuigen hun oorsprong in Noord-Amerika. Van daaruit hebben zij hun activiteiten ontwikkeld over de hele wereld. Op een bepaalde manier weten zij indruk op ons te maken. Voor ons gevoel staan zij veel dichter bij een gereformeerde christen dan de mormonen, omdat zij zich voor hun leerstellingen uitslui-tend beroepen op de Bijbel. Wij staan versteld van de bijbelkennis die zij voor ons ten toon spreiden. Daar hebben wij niet van terug! Bovendien kunnen wij aangetrokken worden door de stelligheid waarmee zij hun overtuiging naar voren brengen en met teksten staven. Alles is klip en klaar vanuit de totaalvisie die zij op de boodschap hebben. Zo’n duidelijkheid en zo’n zekerheid over de betekenis van Gods Woord in al zijn verbanden, wie zou daar niet jaloers op zijn? Naast deze indrukwekkende kenmerken dwingen Jehovah’s Getuigen respect af voor hun niet aflatende ijver om andersdenkenden met hun getuigenis te bereiken. Tegenover hen voelen wij ons spoedig te kort Schieten: in kennis, in ijver, in stelligheid. Dit tekort aan onze kant kan worden ervaren als een plus aan hun zijde.

Al deze factoren maken het verklaarbaar dat een gemeentelid dat aan uw ambtelijke zorg is toevertrouwd, onder de invloed kan komen van deze sekte. Hoe u daarop reageert, wanneer zo’n geval u ter ore komt, hangt af van wat u over de Jehovah’s Getuigen weet. U juicht het toe dat uw broeder of zuster zich ineens heel intensief met de Bijbel gaat bezighouden. U vindt het minder plezierig dat de betreffende persoon allerlei kritische vragen richting kerk gaat stellen. Maar wat stelt u er tegenover? De volgende overwegingen zijn bedoeld als een handreiking.

Eigenmachtige bijbeluitleg

Wat wij vaak bij Jehovah’s Getuigen beschouwen als hun sterke punt, namelijk dat zij zich beroepen op de Bijbel, blijkt bij nader inzien veeleer hun zwakke punt te zijn. Zij maken zich er sterk mee, dat zij zich aan de Bijbel houden, en verbluffen ons met een aaneenschakeling van tekstverwijzingen, maar als je je afvraagt hoe de Bijbel functio-neert, krijg je een zeer onbevredigend beeld.

Het eerste dat hierover moet worden opgemerkt is, dat de uitleg van de Bijbel wordt voor-geschreven door de leiding van de organisatie in New York. Dat is een negatief voorte-ken. Een belangrijk principe van de reformatorische bijbelopvatting is, dat de Schrift haar eigen uitlegster is. Dat betekent: wat God in zijn Woord ons te zeggen heeft, moet uit dat Woord zelf blijken. Als een menselijke instantie daartussen geschoven wordt, heeft dat tot gevolg dat mensen gaan heersen over dat Woord. Menselijke belangen en menselijke logica gaan de doorslag geven. Indien wij belijden: ”de Schrift alleen”, betekent dat, dat wij ons onderwerpen aan het laten corrigeren door de Schrift. Het heeft ook tot gevolg, dat je onderling wel eens van inzicht kunt verschillen over de betekenis van een bijbelgedeelte. Daardoor worden wij bepaald bij ons beperktheid en tegelijkertijd gewaar-schuwd: denk erom dat je je eigen mening niet over de tekst laat heersen.

Bij de Jehovah’s Getuigen vinden we van deze uitgangspunten niets terug. Een afwij-kend standpunt over de uitleg van een passage wordt eenvoudigweg niet getolereerd. De uitleg wordt met behulp van hun eigen ”Nieuwe Wereldvertaling” in een keurslijf gedrungen van de vastgestelde leer. Dat zij alleen met de Bijbel komen, is dus eigenlijk niet waar. Op de achtergrond Staat het autoritaire gezag van het presidium. Daarom is de stelligheid waarmee zij spreken, zeer verdacht. Eigen opvattingen heersen over de Schrift, leder die een inhoudelijk gesprek over de Bijbel probeert te voeren met een Jehovah’s getuige, zal dan ook ontdekken dat dit nagenoeg nooit lukt. Het is uitsluitend eenrichtingsverkeer.

Voorbeelden

Het is niet zo moeilijk voorbeelden te geven van merkwaardige bijbeluitleg, waarbij de verklaring niet wordt ingegeven door het taaleigen en het tekstverband van de grond-tekst, maar door de eisen van het eigen systeem.

Wij meenden altijd uit het verband te kunnen opmaken, dat in de woorden van God tot de slang in Gen. 3 : 15 met ”vrouw” Eva bedoeld wordt. Wie schetst onze verbazing, wanneer wij vernemen dat onder de vrouw verstaan moet worden de hemelse organisatie van engelen!

Volgens de Jehovah’s Getuigen moeten wij in Joh. 1 : 1 niet lezen ”het Woord was God”, maar: ”het Woord was een god”, in de betekenis van: een machtig engelenwezen. Dit is wel verklaarbaar uit hun afwijzing van de Godheid van Jezus Christus, maar niet uit de bijbeltekst. Immers, direct daarvóór Staat hetzelfde woord, wèl in de betekenis ”God”: ”het Woord was bij God”. Letterlijk gaat de Griekse tekst aldus verder: ”en Gòd was het Woord”. Weliswaar kunnen in het Oude Testament met ”goden” wel eens ”engelen” wor-den bedoeld, maar dat een woord dat twee keer zo kort na elkaar wordt gebruikt, beide malen een verschillende betekenis heeft, is uitgesloten.

De Jehovah’s Getuigen loochenen niet alleen dat de Zoon samen met de Vader en de Geest de eeuwige God is, zij verwerpen ook de lichamelijke opstanding van Jezus uit de doden, op grond van 1 Petr. 3 :18 (”levendgemaakt naar de Geest”). Maar hoe valt deze uitleg van 1 Petr. 3 :18 te rijmen met de nadruk op zijn lichamelijkheid bij zijn ver-schijning aan de discipelen (vgl. Luc. 24 : 37-41; Joh. 20 : 27)? Volgens de Getuigen ging het bij zijn verschijningen om een tijdelijke ”materialisatie” als geest in een menselijk lichaam. Dit druist echter in tegen de bedoeling van deze gedeelten, namelijk om de lezers te overtuigen van zijn werkelijke, dat is zijn lichamelijke opstanding.

De Jehovah’s Getuigen beschouwen iedere politieke overheid als een instrument van de satan. Maar hoe is dan te verklaren, dat Paulus in Rom. 13 :1-7 de overheid een instelling van God noemt, die in dienst van Hem staat? Dit wordt opgelost door dit spreken van Paulus over de overheid toe te passen op de leiding van hun eigen organisatie! In Opb. 7 : 4 is sprake van 144.000 verzegelden uit Israël. Voorbijgaande aan de symbolische betekenis die de getallen in het boek Openbaring hebben, en ook voorbijgaande aan de nadruk waarmee hier de twaalf stammen van Israël een voor een worden ge-noemd, beschouwen zij het als een exact getal van mensen die behoren tot de zoge-naamde ”hemelse klasse”. Alleen deze 144.000 uitverkorenen worden waarlijk wedergeboren tot geestelijke kinderen van God. Zij zullen voor eeuwig met Christus in de hemel regeren, in onderscheid van de overige Jehovah’s Getuigen, die een plaats op de aarde zullen krijgen.

De Bijbel als rekenboek

Een opvallend kenmerk van de manier waarop de Jehovah’s Getuigen met de Bijbel be-zig zijn is, dat zij er allerlei berekeningen op loslaten, bijvoorbeeld over de toekomst. Zo meent men op grond van de Bijbel te kunnen uitrekenen, dat in 1914 Jezus de wereld-heerschappij op zich genomen heeft. Toen vond de ”parousie” plaats, wat wij de weder-komst zouden noemen, maar dat mag niet van hen, Jezus is immers een geest; het gaat om zijn onzichtbare aanwezigheid. Maar er veranderde niets in de wereld. Een nieuwe berekening wees naar 1925 als het jaar van de grote verandering, maar ook dit bleek een vergissing. Later is het jaar 1975 aangewezen als het grote rampjaar, het Armageddon, het vuurgericht van God over de goddeloosheid in de wereld (vgl. Opb. 16 : 16). 1975 zou precies 6000 jaar na de schepping van Adam zijn. Na dit Armageddon zou het 1000-jarig vrederijk aanbreken. Toen 1975 verstreek, werd de voorspelling afgezwakt. Want opnieuw gebeurde er niets bijzonders.

Hoe is het mogelijk, dat desondanks nog zo velen deze sekte geloofwaardig vinden? Ge-deeltelijk zal dit voortkomen uit de wijze waarop ingespeeld wordt op de angst bij de men-sen en hun verlangen naar zekerheid. Maar de zekerheden die geboden worden, zijn schijnzekerheden. Helaas zijn wij hier ver verwijderd van de zekerheid waarvan Paulus getuigt op grond van Gods genadige belofte in het evangelie: Want ik ben verzekerd dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here (Rom. 8 : 38, 39). Deze zekerheid rust niet op een rekensom, en ook niet op een denk-systeem, maar op de betrouwbaarheid van God in zijn Woord.

Literatuur:

J.G. Fijnvandraat, Jehovah’s-getuige, mag ik ook iets zeggen? Vaassen 1987 (derde druk).

S. van der Land. Wat bezieit ze… Het handboek over sekten, stille krachten, bewegingen. Kampen z.j.

H.J. Spier. De Jehovah’s Getuigen en de Bijbel. Kampen z.j.

H.J. Spier. Mormonen in opmars. Kampen 1964.

A.P. Wisse. De Jehovah’s Getuigen aangeklaagd. Een onthullend verhaal. Kampen z.j.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.