+ Meer informatie

Flitsen uit een bijbellezing

5 minuten leestijd

Ezechiël 10.

De Goddelijke troonwagen vertrekt met Zijn vuur, met Zijn wolk, met Zijn cherubs en met Zijn werk.

Bij vernieuwing wordt Gods troonwagen door de profeet gezien. Maar nu gaat God stad en tempel verlaten. In het vorige hoofdstuk was Zijn heerlijkheid reeds op de dorpel van het huis gezien, alszijndegereed om te vertrekken. Lang had de Heere als het ware getalmd, als bewijs van Zijn lankmoedigheid, maar nu wordt het werkelijkheid. Als Hij vertrekt, gaat Hij niet alleen, maar neemt Zijn eigendommen mee.

Ten eerste dan Zijn vuur. Bij de inwijding des tempels was dat vuur van de hemel nedergedaald en had het brandoffer aangestoken en verteerd. Dat vuur was middellijkerwijze aangehouden op Gods bevel zolang het volk wandelde in de wegen des Heeren.

Het was het vuur van Gods liefde, dat gebrand had tot verzoening voor de zonde des volks. Het vuur van Gods rechtvaardigheid werd verzoend door het offer. Werd dat offer niet op de rechte wijze gebracht, dan verteerde het vuur van Gods rechtvaardigheid, gelijk als bij de zonen van Aaron, en die twee honderd en vijftig in de woestijn met hun wierookvaten.

Dan was dat het vuur van Gods verbolgenheid. En nu vertrekt dat liefdevuur. De man met linnen bekleed neemt zijn vuisten met vurige kolen, en moet dat over de stad uitstrooien. Men had het offer verzuimd, en zonder offer zal het vuur van Gods wraak ons treffen. Alleen in de bekentenis van ons hart dat vuur van Gods rechtvaardig oordeel waardig te zijn, zal de offerande van Christus ons dierbaar en noodzakelijk zijn. Dit alles leert ons dat God buiten Christus een verterend vuur is.

En een wolk vervulde het binnenste voorhof, vers 4.

Die wolk was gezien bij de inwijding des tempels, als bewijs van Zijn gunstrijke tegenwoordigheid. Die wolk was tot gids op de woestijnreis, daalde neer tot in de deur van de tent der samenkomst als Hij met Mozes sprak. De kerk leeft hier onder de wolk, geen mens zal God zien en leven. Wij kunnen zolang wij hier beneden zijn, de volle heerlijkheid Gods niet verdragen. Die was door die wolk bedekt.

Het was een tegemoetkoming aan onze zwakheid. Die wolk was het teken van Gods inwoning in het heiligdom.

En nu vertrekt ook die wolk. Maar nu zal die wolk het teken zijn van Gods gramschap. Wolken zijn het stof Zijner voeten als Hij komt ten gerichte. Duisternis zette Hij tot Zijn verberging, rondom Hem was Zijn tent duisternis der wateren, wolken des hemels. Van de glans, die voor Hem was, dreven Zijn wolken daarhenen, hagel en vurige kolen. Psalm 18. Zo zal Hij eenmaal komen op de wolken des hemels. Als de wolk als bewijs van Zijn gunstrijke tegenwoordigheid vertrekt, dan bedekt Hij Zich als met een wolk, zodat er geen gebed doorkwam.

De profeet ziet in Gods troonwagen de engelenmacht die mede stad en tempel verlaten. Zij waren in het heiligdom uitgebeeld. De cherubs die hun vleugelen uitbreiden boven de ark des verbonds. Aan de deuren en wanden des tempels rondom waren cherubs gegraveerd als teken dat zij het heiligdom des Heeren beschermden. De engelen zijn de boodschappers van goede tijding. Zij worden tot dienst uitgezonden dergenen, die de zaligheid beerven zullen. Het zijn ook de uitvoerders van het oordeel. Als die beschermende engelenmacht de tempel gaat verlaten, zzullen zij de uitvoerders zijn van het rechtvaardig oordeel Gods. Die gewapende hemelse heirkracht, die Hem dient met heldenkrachten en vaardig past op het woord van Zijn mond, hoe dikwijls waren zij gezien tot bescherming van de vromen en tot verwoesting der goddelozen. Ten laatste dage zullen zij de Rechter van hemel en aarde vergezellen als Hij komen zal op de wolken des hemels om Zijn kerk te vergaderen en de goddelozen te verderven. Die ongeziene hemelwachters zijn altijd in de onmiddellijke nabijheid van Gods heiligen te hunner bescherming. De profeet zag in Gods troonwagen dat raderwerk van Gods voorzienigheid ten opzichte van het natuurlijke en geestelijke leven, met die velgen die vol ogen waren. Bij de inwijding van de tempel had de Heere als antwoord op het gebed van Salomo beloofd dat Zijn ogen open zouden zijn over dat huis dag en nacht. Het funktionerende werk van Gods Geest was in rijke mate ervaren. Menih godvruchtige had zijn of haar klachten uitgestort voor Gods troon in dit huis, en Hij had geantwoord en gered.

Ziende op het komende en volmaakte offer had men daar zijn offers in het geloof gebracht, en de verzoening gevonden. Wat is het erg, als de Heere met Zijn zaligmakende bediening van de Heilige Geest vertrekt, omdat er geen zuivere bediening van het Woord en van de sacramenten meer is, en niet meer het zuivere reukwerk der gebeden Hoe dikwijls was Gods heerlijkheid in dit huis aanschouwd als bewijs van Zijn gunst, maar men had het offer versmaad en Zijn dienst veracht, en het gevolg is algeheel vertrek.

Wat is het rijk nog te mogen leven onder de middelen der genade Leiden deze ons niet tot bekering, dan is dat een verwerpen van de enige en algenóegzame offerande van Christus. Zo blijft er dan geen slachtoffer meer over voor de zonde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.