+ Meer informatie

ORGAANDONATIE

9 minuten leestijd

Terugblik

De eerste ronde is voorbij. Het is stil geworden rond orgaandonatie. Daar zal de zomer aan bijgedragen hebben. Wellicht ook het feit dat er cijfers bekend zijn geworden over ja zeggen en neen tegen orgaandonatie.

Dit artikel verschijnt in het najaar. Of er velen zijn die nog niet hebben gereageerd, weet ik niet. Het komt me voor dat het aantal uitgebleven antwoorden groter is dan verwacht werd. Van een massaal ja is in geen geval sprake.

Ik beschouw dit artikel als een zekere terugblik. Waarom is er toch bij velen van ons volk een grote aarzeling om ja te zeggen? En dat niet alleen om religieuze redenen bij christenen.

Ik zet enkele argumenten op een rij. In een wat andere volgorde dan dat ik in de afgelopen maanden in lezingen heb gedaan.

Emotionele bezwaren

Veel mensen hebben emotionele bezwaren, voor een deel op grand van wat ze van anderen hebben gehoord, voor een deel vanwege wat ze vrezen dat gebeuren zal.

Gevoelsbezwaren: Je kunt niet rustig het sterven van een geliefde meemaken. En na het sterven moet de dode snel naar een behandelkamer worden gebracht, zodat je nauwelijks afscheid kunt nemen. Krijg je de overledene wel weer zo te zien, als hij of zij naar de behandelkamer is gebracht?

Wordt de dood niet bespoedigd om de organen zo goed mogelijk te kunnen transplanteren? Het komt vaak voor dat de patiënt kunstmatig in leven wordt gehouden, en dan wordt weggereden nog voordat zijn lichaam door de dood wordt gekleurd en voordat de kilte van de dood zijn lichaam heeft bevangen.

Hij lijkt nog in leven te zijn. Dit is het geval, als door beademingstechnieken het bloed blijft stromen en de ademhaling “kunstmatig” doorgaat. Moet de patiënt voor het aangezicht en het gevoel van de familie dan eigenlijk niet nog sterven? En vindt het sterven plaats buiten aanwezigheid van de familie? Bestaat het gevaar dat een overledene wordt leeggehaald? Dus dat er meer aan (nog bruikbare) organen wordt weggenomen dan waarvoor toestemming is gegeven? Staat het afstaan van organen niet gelijk met het verminken van het lichaam van een overledene? Is het afstaan van organen niet hetzelfde als je lichaam (na de dood) ter beschikking stellen van de wetenschap? En bij wie worden de organen ingeplant? Stel je voor, een vloeker, een crimineel, een notoire atheϊst! Over degene die ermee geholpen wordt, heeft de donor niets te zeggen. Het gebeurt in de anonimiteit. Behalve als het gaat om donatie bij het leven, voor een door de donor zelf gekozen familielid.

Men kan al deze vragen ook wel onder een ander kopje dan onder emotionele bezwaren brengen. Toch vat ik ze zo samen. Ze spreken niet tot onze verbeelding, maar tot ons hart en tot ons gevoel.

Ik noem ook nog een feit dat heel wat verpleegkundigen die bij orgaantransplantatie assisteren, zelf neen zeggen tegen donatie. Ze krijgen door hun werk vaak tegenzin in het afstaan van organen.

Vanuit het geloof

Hiernaast zijn er voor gelovigen nog zwaardere argumenten te bedenken. Ons leven, ook ons lichaam voor en na het sterven, is van God. Mogen we daar edele delen uithalen, alsof we daarover zelf de baas zijn? Treden we met orgaantransplantatie God niet voor de voeten? En dat op tweeërlei manier: door zelf over onze organen te beschikken en daarmee afbreuk te doen aan de integriteit (de gaafheid, de heelheid) van ons lichaam; en door anderen te helpen met organen die aan een ander persoon behoren? Is daarmee de identiteit van de ander niet in het geding? En wordt aan onze eigen identiteit afbreuk gedaan? Is het afstaan van organen - om deze vragen samen te vatten - niet in strijd met God, de Schepper ons heeft gegeven? En niet in strijd met Gods leiding, wilt u Gods voorzienigheid in ons leven?

Meedoen aan de medische macht?

Dan is daar, ten derde, het vraagstuk van de medische macht. Stimuleren wij de arisen niet in hun pretentie dat ze makers van de gezondheid van mensen zijn? En hebben ze voor het welzijn van de één niet minachting jegens organen van gestorvenen en zelfs van stervenden? Speelt de commercie hier geen rol, vooral als men bedenkt dat er (wellicht niet weinig) organen naar het buitenland gaan?

Ik heb niet alle vragen vermeid. Ik denk wel de belangrijkste en de meeste. Ik ben begonnen met vragen vanuit de emoties. Zij grijpen diep in. Bij sommigen worden ze door principiële vragen versterkt. Bij anderen zijn de geloofsvragen de eerste, terwijl de andere daarop volgen.

Ik noem er nu nog een, die na een lezing dikwijls is gesteld: Hoe kan ik de opstanding van het lichaam in het geloof tegemoet zien, als ik zelf mijn lichaam van organen heb laten beroven?

Een absolute voorwaarde

Graag wil ik proberen op de vragen in te gaan. Enkele dingen moeten mijns inziens onomstotelijk vaststaan, wil er van orgaantransplantatie sprake kunnen zijn.

Allereerst: de donor moet gestorven zijn! Zijn dood moet zijn vastgesteld, ook al is dat de hersendood. Omtrent de hersendood is veel discussie; ook is er verschil van mening over. Ik denk dat we op goede gronden mogen zeggen dat de criteria voor hersendood, zoals die recent door medici zijn vastgesteld en door de wetgever zijn aanvaard, betrouwbaar zijn, voor zover we op dit punt over zekerheid kunnen spreken. Hersendood ziet op de deïntegratie van de hersenen, die niet meer zelfstandig als een organisme kunnen functioneren. Als gevolg daarvan vallen binnen enkele minuten ook de functies van hart en longen uit, tenzij deze door de apparatuur -dus kunstmatig -worden overgenomen. Door deze desintegratie is herstel niet meer mogelijk en dus ook niet te verwachten.

De wet en haar toepassing

De nieuwe wet stelt dat alleen getransplanteerd mag worden als de dood is vastgesteld. Die vaststelling moet door een andere arts gebeuren dan door de transplantatiearts(en). Bovendien moet hiervan een verslag (protocol) worden opgemaakt. Dit protocol met later kunnen worden ingezien.

De wet is goed. De toepassing ook? Dat hangt, voor een deel, van de moraal van de arisen en zelfs van de medische ethiek van het ziekenhuis af. Juist omdat er op dit punt, ook in niet-christelijke kringen, onzekerheid en vrees bestaat, is er grote terughoudendheid om organen voor transplantatie af te staan.

Naar mijn gedachte moet de familie zich ervan kunnen vergewissen dat de regels van de wet zijn nagekomen, voordat er over transplantatie kan worden beslist. Daarom adviseer ik aan nabestaanden het recht toe te kennen de beslissing tot transplantatie kenbaar te maken. Nemen zij dan de beslissing voor de overledene? Dat is niet mijn bedoeling. lemand verklaart, eventueel schriftelijk (misschien is dat zelfs het beste), dat transplantatie mag plaatsvinden als de dood is vastgesteld. Dan kunnen arisen niets van te voren regelen, noch eventueel de dood versnellen. De overledene heeft vóór zijn dood beslist. De nabestaanden voeren die beslissing uit, als aan de (wettelijke) voorwaarden is voldaan.

Het formulier wordt ingevuld onder punt 3. De beslissing overlaten aan nabestaanden, terwijl met hen is afgesproken dat vader (of wie dan ook) voor zijn sterven ja heeft gezegd, mits …. Als er twijfels zijn bij de nabestaanden, hebben zij het recht alsnog neen te zeggen.

De motieven zijn beslissend

Doen we dan mee aan het versterken van de medische macht en geven we dan voet aan de gedachte van de maakbaarheid van de gezondheid? Dat hangt van onze eigen motivering af. Wij beslissen en daarvoor hebben we onze eigen motieven. Als behandelende (transplantatie)artsen anders denken, is dan hun zaak; mijn beslissing wordt door mijn motieven bepaald.

En als het om een notoire godloochenaar gaat? Hoewel dat geen aangename gedachte is, mogen we toch zeggen: dan wordt voor hem de genadetijd verlengd. Ja sterker, deze donatie is een appèl om God te smeken om genade voor eeuwig.

Er zijn organen die identiteitsgebonden zijn: hersenen, zaadballen en eierstokken. Deze komen mijns inziens niet voor transplantatie in aanmerking, stel al dat dit medisch mogelijk zou zijn. Daarom is het goed dat men zelf op het formulier invult welke orga nen wel en welke niet getransplanteerd mogen worden.

Is ons lichaam, voor en na het sterven, niet van God? Stellig, maar wij hebben verantwoordelijkheid voor ons lichaam, zoals ook voor onze gezondheid. Indien het medisch noodzakelijk is, wordt er een been of arm geamputeerd. We laten ons opereren en zelfs bloed toedienen. Ergens las ik: bloed is vloeibaar weefsel. Waarom wel bloed en een ander orgaan niet? Het bloed wordt weer op peil gebracht, we krijgen geen nieuwe nier. Dus een nier afstaan is ingrijpender dan bloed afstaan, dat weer wordt aangevuld.

Dienstbetoon

Waarom zouden wij een medemens niet mogen helpen, met organen die anders aan de vertering worden prijs gegeven? Gaan we dan niet tegen het oordeel van God in? Wij redden met een orgaan niets van onszelf. De dood is onherroepelijk. En ook het getransplanteerde orgaan is te bestemder tijd, in het lichaam van de ander, aan het sterven prijsgegeven.

Wat ervan te denken in het licht van de opstanding? De dood is onherroepelijk. Van onze organen blijft na verloop van tijd alleen stof over. God heeft ze niet nodig om er een nieuw lichaam van te maken. Dat lichaam is radicaal nieuw!

Kern van het vraagstuk is voor mij: Mogen wij een ander dienen’met wat God ons heeft gegeven? Jezus heeft niet maar een orgaan, maar Zijn hele leven (inclusief) Zijn lichaam voor ons gegeven. Zouden we Hem in de overgave van organen niet mogen volgen? Het is een tere zaak, een heel persoonlijke beslissing. Niemand kan ertoe gedwongen worden. Donor zijn = gever zijn, niet gedwongen maar vrijwillig. Wie zich in zijn gemoed bezwaard voelt, hoeft het niet te doen. Hij veroordele hem of haar niet, die er wel de vrijmoedigheid voor heeft.

De hierboven genoemde emotionele bezwaren kunnen opgevangen of voorkomen worden. Medici zullen naar deze bezwaren moeten luisteren. Gelukkig blijkt dat er begrip voor de bezwaren is. Men gaat zorgvuldiger te werk.

Tenslotte

Wie komen ervoor in aanmerking donor te zijn? Vooral degenen die door een ongeval in het ziekenhuis sterven en degenen die door een herseninfarct worden getroffen. Juist omdat men deze doodsoorzaken niet ziet aankomen, is een tijdige beslissing noodzakelijk - maar voor het aangezicht van God. Nooit eigenmachtig.

Men overwege wat hierboven ter sprake kwam. Men kan op de genomen beslissing terugkomen, zowel op het ja als op het neen!

Ons land heeft een goede wettelijke regeling. die moet ook goed worden uitgevoerd. Daarom de nabestaanden van tevoren erbij betrekken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.