+ Meer informatie

NA DE DIENST…

3 minuten leestijd

Sinds enkele jaren ga ik ‘s zondags in diverse gemeentes voor, door heel het land heen. Voor de dienst is bijna altijd gezorgd voor een kopje koffie. Er zijn, kan ik u verzekeren, een heleboel aardige kosters in christelijk-gerefor-meerd Nederland.

Meestal zijn er ook al wel een of meer kerkenraadsleden aanwezig. Dat zijn eigenlijk ook altijd vriendelijke mensen. Ze vragen of ik een goede reis gehad heb, en of ik het kon vinden, en of ik nog heb doorgekregen welke gemeenteleden voorbede gevraagd hebben. Bij alle vriendelijkheid is er grote verscheidenheid. Er zijn er, die enig idee hebben van wie ik ben, en wat voor werk ik doe. Er zijn er ook, die de kerkelijke pers al een poosje niet helemaal hebben bijgehouden en vragen, waar ik ook alweer predikant ben. Nu ja, bij zoveel ‘Hertogen’ kan ik me dat ook wel voorstellen.

Dat is vóór de dienst, maar ik wil het eigenlijk even hebben over wat er ná de dienst gebeurt — of niet gebeurt -, eenmaal terug in de consistorie. Een eveneens ‘rondprekende’ collega uit een ander kerkverband vertrouwde mij eens toe, dat hij daar nog wel eens op afknapte. Het ergste wat hem na de dienst in de consistorie kon overkomen was, dat er een eindeloos durende minuut gezwegen werd, en dat dan vervolgens iemand zei: ‘Het is, geloof ik, ook opgehouden met regenen.’

Zo’n stilte komt zelden voor. Meestal valt er wel iets te zeggen over een gemeentelid dat er wel of niet was, of over de geluidsinstallatie. Daarna wordt er gedankt, en dan vraagt degene die voorgaat nog wel eens of de Heilige Geest ‘naprediker’ wil zijn.

Nu zou ik niet graag de indruk wekken, dat er nooit iets gezegd wordt. Maar dat men er rustig voor gaat zitten, en dat je merkt dat de broeders geluisterd hebben als mensen die zowel thuis zijn in de Schrift als in het menselijk hart, komt te weinig voor. Als het gebeurt, stemt het mij altijd weer tot dankbaarheid. Je ‘geeft’ dan niet alleen in zo’n dienst, maar je ontvangt ook. Het kan gebeuren dat ook bij mij als predikant ineens de ogen opengaan voor een dimensie in de tekst, of dat iemand een lijn trekt naar de praktijk van het (geloofs)leven.

Waardevol is dat, en eigenlijk onmisbaar. Ik denk, dat iedere predikant — hoeveel dienstjaren hij ook heeft — ernaar uitziet. Maar voor studenten en jonge predikanten is het een absolute noodzaak. Wie zo’n broederlijk nage-sprek structureel moet missen, lijdt schade en kan geestelijk droog komen te staan.

Overigens gaat het niet alleen ten koste van de voorganger. Laten we niet vergeten: de Heilige Geest wil in ons hart ‘naprediker’ zijn in de weg van ons ontvangen en bewaren van het Woord in ons hart... Daarom is het ook zo nodig ervoor te waken dat het Woord niet vervliegt. Door er korte tijd inhoudelijk over te spreken dragen we eraan bij dat het zaad van het Woord echt ingaat in ons hart. Zo worden we zelf gevoed voor het huisbezoek, en worden we eraan herinnerd waar het in de gesprekken over heeft te gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.