+ Meer informatie

Thomas A Kempis

Een licht in de duisternis

10 minuten leestijd

Op 't Hof (herv. predikant Rooms-katholieken eren hem als een heilig man, maar ook in oud-gereformeerde kring wordt zijn naam met achting genoemd. De grote Gisbertus Voetius beschouwt het hoofdwerk van Thomas a Kempis zelfs als het meest goddelijke boek na de Bijbel. Het is op z'n minst merkwaardig dat de kampioen van de gereformeerde leer in de zeventiende eeuw zo positief oordeelt over een boek dat door een rooms-katholiek en nog wel een monnik geschreven is. Wie is de Zwolse kloosterling die met zijn boek "Over de navolging van Christus" al eeuwenlang zo'n brede invloed uitoefent?

Thomas a Kempis, die eigenlijk Thomas Hemerken heet, is afkomstig uit Kempen in Rijnland. Omstreeks 1380 aanschouwt hij daar het levenslicht. De eeuw waarin hij geboren wordt, staat borg voor roomskatholicisme. De opvoeding die hij krijgt, is ermee doordrenkt. Zijn gemoed blijkt ontvankelijk voor de godsdienstige indrukken die hij opdoet. In plaats dat hij de hem geschonken gaven besteedt voor een carrière in de wereld, onttrekt hij zich aan die wereld. In 1399 treedt hij op ongeveer negentienjarige leeftijd het klooster St. Agnietenberg bij Zwolle binnen. Wanneer de kloosterpoort achter hem dichtgaat, springt zijn hart open. Nu verkrijgt hij zijn wens. Niet gehinderd door het rumoer van de wereld en de zorgen van het alledaagse bestaan zal hij zijn verdere leven in de gewijde stilte van het klooster geheel aan de Heere geven.

Latijnse school
Hoe belangrijk de keuze van een middelbare school voor een jongere kan zijn, zien wij bij Thomas. Zijn ouders sturen hem na zijn basisopleiding naar de Latijnse school te Deventer. Zo'n school is niet voor Jan en alleman. Alleen welgestelde ouders kunnen het zich veroorloven hun kind(eren) zulk onderwijs te laten volgen. Thomas' ouders zullen dan ook wel tot de elite van die tijd behoord hebben. Een Latijnse school heeft de functie van wat wij tegenwoordig het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs noemen. Thomas heeft dus de universiteit in het verschiet. Bewust ziet hij echter van deze toekomst af. Zo jong als hij is gevoelt hij het betrekkelijke van de wetenschap. De waarheid is geen vrucht van menselijke speurzin en kennis, maar een gave Gods die in het geloof ontvangen wordt. Bovendien is hij huiverig van de wetenschap, omdat hij zich ervan bewust is dat kennis opgeblazen maakt. Dit is tegengesteld aan het doel dat hij zich in zijn jonge leven stelt, namelijk God dienen, vrezen en eren.

Moderne Devotie
Het is goed mogelijk dat Thomas dit ideaal van huis uit heeft meegekregen. Zijn enige en oudere broer, Johannes a Kempis, is al eerder monnik geworden en houdt er identieke opvattingen op na. De sfeer op de school te Deventer is doortrokken van de geest van de Broeders des Gemenen Levens. Thomas ondergaat heel sterk de invloed van de moderne devoot Florens Radewijns. Het zijn de idealen van de Moderne Devotie die hem tijdens zijn middelbare-schoolperiode zo aanspreken dat zijn hele verdere leven erdoor bepaald wordt. De Moderne Devotie is een beweging binnen de Roomskatholieke Kerk die tegenover allerlei kerkelijke veruitwendiging aandringt op een leven voor Gods aangezicht dat gevuld is met meditatie, gebed en ascese. Het gaat deze beweging om persoonlijke vroomheid, waarin ootmoed, zelfverloochening, de navolging van Christus en het kruisdragen centraal staan. In het begin van de Moderne Devotie dragen de aanhangers hun idealen uit in contact met de hun omringende wereld en maatschappij. Er ontstaan broeder- en zusterhuizen waarin zij hun roeping gestalte trachten te geven. Zij beoefenen hier hun vroomheid, schrijven zowel Bijbelgedeelten als stichtelijke geschriften in de landstaal over en bedrijven een intensieve zielszorg naar buiten. In een volgende fase wordt door velen de behoefte gevoeld om zich geheel uit de wereld terug te trekken binnen de kloostermuren. Dit proces voltrekt zich ook in Thomas a Kempis. In toenemende mate ervaart hij dat in het kloosterleven zijn bestemming ligt.

Kloosterarbeid
Als Thomas besluit om de wereld de rug toe te keren, heeft hij de keuze uit verschillende kloosters die de geest van de Moderne Devotie ademen. Hij kiest voor St. Agnietenberg. Het feit dat zijn broer hier kort tevoren prior is geworden, zal aan deze keus niet vreemd zijn geweest. Eenmaal in het klooster wijdt hij zich vol overgave aan het ingekeerde leven en besteedt de overige tijd met het kopiëren van geschriften. Zou het hierbij gebleven zijn, dan zou hij niet zo'n naam en faam in de geschiedenis verworven hebben, iets wat hij zelf overigens afkeurde. De gewijde stilte werkte echter bevruchtend op zijn geest. Hij schreef niet minder dan 39 werken. De meeste hiervan hebben een bevindelijk, ascetisch karakter. Zelfs zijn geschiedkundige geschriften zijn stichtelijk getoonzet. Vanuit de beslotenheid van het klooster heeft Thomas niet alleen medekloosterlingen, maar ook in de maatschappij staande personen alle tijden door weten aan te spreken met zijn geÏJ Al het beminde moet worden losgelaten om den schriften. Wie zich erin verdiept, ondergaat als vanzelfde bekoring van de geestelijke intimiteit waarvan Thomas' werken getuigenis afleggen. De lezer voelt zich voor het aangezicht van de eeuwige God geplaatst. Pijnlijk ervaart hij eigen nietigheid, zondigheid en onvolmaaktheid. Hij weent met Thomas tot er geen tranen meer zijn. Hij laat zich meevoeren door de stroom van Thomas' gebeden en verzuchtingen om genade en om Gods gunstrijke nabijheid. Eén voelt hij zich met de auteur als deze in eindeloze bewondering en aanbidding het nameloze wonder van Gods genade in Christus mag schouwen. Hij zinkt weg als Thomas het gevoelig genieten van Christus in beeldende en krachtige taal verwoordt. Hij wordt meegetrokken door de zinderende hunkering naar de volmaakte eenwording, wanneer God alles zal zijn en in allen.

Geschriften
Onder ons wordt Thomas a Kempis ten onrechte vereenzelvigd met zijn boek "Over de navolging van Christus". De meeste van zijn geschriften hebben in de taal waarin ze oorspronkelijk geschreven zijn, het Latijn, een brede verspreiding gevonden. Latijn was immers de taal die alle geleerden in de westerse beschaving hanteerden. Last van taalgrenzen hadden ze toen nog niet. Al snel zijn veel van Thomas' geschriften in het Nederlands vertaald. Enige daarvan zijn > ook in andere talen overgezet, bij voorbeeld zijn mystieke werk "Alleenspraak der ziel". Via de overzettingen konden Thomas' gedachten ook velen bereiken die het Latijn niet machtig waren. Hoewel Thomas naam niet exclusief aan "Over de navolging van Christus" verbonden mag worden, staat dit hoofdwerk van hem te midden van zijn andere pennevruchten wel op eenzame hoogte. Dat geldt zowel voor het aantal uitgaven als voor de uitwerking. Er wordt steevast beweerd dat dit geschrift na de Bijbel het meest gedrukte boek is. Of dit ook echt zo is, wordt in twijfel getrokken. Maar dat dit werk onnoemelijk vaak in allerlei talen is uitgekomen, is onbetwistbaar.

Navolging
Thomas' belangrijkste werk is een bundeling van vier geschriften. Het eerste bevat vermaningen die nuttig zijn voor het geestelijk leven. Hierin roept de schrijver op om Christus na te volgen en de ijdelheden van de wereld te verachten. Men moet klein van zichzelf denken en de Bijbel lezen. De auteur handelt over het nut van de tegenspoed en over het weerstaan van verzoekingen. Hij prijst het kloosterleven, de verbrijzeling van het hart en de overdenking van de dood aan. Over dat laatste doet hij de kernachtige uitspraak: „Hoe gelukkig en wijs is hij, die er nu in dit leven naar streeft zodanig te zijn als hij wenst bevonden te worden bij de dood." In het tweede geschrift wekt Thomas op om innerlijk met God te verkeren. Wonderschone dingen worden hierin door hem gezegd over de liefde tot Jezus en de gemeenschap met Hem. Twee citaten: „Al het beminde moet worden losgelaten om den wille van de Beminde, want Jezus wil alleen boven alles bemind worden" en „Zijn zonder Jezus is een vreselijke hel, en zijn met Jezus een zoet paradijs." Wie Jezus waarlijk volgt, zal de koninklijke weg van het kruis gaan.

Troost
Het derde en uitvoerigste werk gaat over de innerlijke troost. De ware troost is uitsluitend in God gelegen. Het is daarom zoet de wereld te versmaden en Hem te dienen. De gelovige belijde zijn eigen zwakheid, verdrage alle tegenslagen geduldig en hope op de Heere. Thomas geeft aan dat de mens niets goeds van zichzelf heeft en dat hij zich op niets beroemen kan. Zijn vroomheid komt goed tot uitdrukking in het volgende citaat: „Want Gij, Heere mijn God, zijt boven alle dingen de Algoede, Gij alleen de Allerhoogste, Gij alleen de Almachtige; Gij alleen de Algenoegzame en AllesvervuUende; Gij alleen de Allerzoetste en Alvertroostende; Gij alleen de Allerschoonste en AUerliefderijkste; Gij alleen de Alleredelste en Heerlijkste boven alles; in Wien alle goed tegelijk en volkomen is, en altijd geweest is en zijn zal." De inleving van zijn blijvende onvolkomenheid doet hem bijna bezwijken van verlangen naar het verkeren met Jezus in de hemel. Het laatste deel van "Over de navolging van Christus" bevat een godvruchtige opwekking tot de communie. Met eerbied en met een biddend hart moet men deelnemen aan dit heilig sacrament. Tot de nodige voorbereiding behoren het onderzoek van het eigen geweten en het hartelijke voornemen om zich te beteren. De offerande van Christus lere de mens dat hij zichzelf en al het zijne aan Christus heeft over te geven. Uitvoerig wordt de brandende begeerte naar de vereniging met Christus in het sacrament behandeld: „Wie geeft, Heere, dat ik U alleen vind en voor U opene heel mijn hart, en U geniete zoals mijn ziel begeert?"

Rooms-katholicisme
Hoewel bij de spiritualiteit van Thomas a Kempis allerlei kerkelijke instellingen naar de achtergrond verdwijnen, is hij een echte rooms-katholiek. De communie staat hoog genoteerd en de figuur van de priester is voor hem erg belangrijk. Hij kent een verering van de heiligen en van Maria. In het klooster voelt hij zich op aarde thuis. Hij aanvaardt de roomse kerkregering, met inbegrip van de paus. Hoe is het dan mogelijk dat diverse oudvaders toch hoog van hem opgeven en dat Voetius zijn hoofdwerk een plaats na de Bijbel geeft? Voetius kan "Over de navolging van Christus" zo positief beoordelen, omdat hij van mening is dat het vierde boek ervan, over de communie, niet van Thomas zelf is. Dit inzicht wordt door andere oude schrijvers gedeeld. Het geschrift wordt hierdoor in één keer heel wat minder rooms van aard. Uiteraard kent Voetius de resterende typisch roomse passages. Hij kan zich hiermee niet verenigen, maar ze wegen voor hem niet op tegen de protestantse trek van fundamentele aard die hij in het werl<; vindt, en wel de onverdienstelijkheid van de goede werken. Zo luidt het opschrift van een van de hoofdstukken: "Dat de mens niets goeds van zichzelf heeft en zich op niets beroemen kan". Tevens is Voetius vol lof over de schriftuurlijke taal en stijl die A Kempis hanteert. Naar zijn inzicht toont "Over de navolging van Christus" aan dat in de duisternis van de paapse dwaalleer het licht toch geschenen heeft. En nog helder ook. De waarheid is van goddelijke oorsprong. Daarom is zij zo krachtig dat zij zich in een man als Thomas door het keurslijf van de roomse inzichten heen baan gebroken heeft.

Verklaring
Opmerkelijk is het dat er zelfs mannen zijn die het vierde boek -maar dan altijd aan de gereformeerde dogmatiek aangepast- in hun waardering betrekken. De vader van de Nadere Reformatie, W. Teelhnck, verwerkt een groot deel ervan in een van zijn eigen geschriften. Eerder heeft de exmonnik en predikant P. Baers in zijn prekenbundel over het Avondmaal het een en ander daaraan ontleend. Later doet W. Sluiter dit in zijn gedichten. De met Van Lodensteyn bevriende A. Godart levert een vertahng van het hele vierde boek. Valt er een verklaring voor de wonderlijke waardering bij onze oudvaders voor A Kempis te geven? Ik meen van wel en zoek die in de volgende richting. De reformatoren hebben hun beste krachten gegeven aan een bijbelse hervorming van de dogmatiek, de kerkregering en de liturgie. Deze gebieden eisten hun volle aandacht op, ook in hun publikaties. Zij kwamen echter niet of nauwelijks toe aan de vorming van een eigen gereformeerde vroomheid en of spiritualiteit. Wanneer de tweede generatie hierom verlegen komt te zitten, kan zij niet terugvallen op de reformatorische erfenis en moet zij bij gebrek aan beter haar toevlucht zoeken bij de voorreformatorische devotie. Als zij daarbij de ervaring opdoet dat die vroomheid heel wat bijbelser is dan zij gedacht heeft, kan die nauwelijks kwaad meer doen. Vandaar dat Thomas a Kempis door hen gezien wordt als een licht in de duisternis. Bij deze typering en waardering sluit ik mij aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.