+ Meer informatie

En het bad stond onder 't aanrecht...

't Lansink in Hengelo wil het best bewaarde tuindorp van Nederland blijven

6 minuten leestijd

„De luiken van de ramen, de buitendeur en de iiozijnen waren eerst bruin. Dat past niet in deze wijle. Daarom maali ili ze nu donliergroen en wit", vertelteen bewoner van tuindorp 't Lansink in Hengelo terwijl hij Pietje-precies het houtwerk van zijn huis in de oorspronkelijke kleuren schildert. Zijn activiteit illustreert hoeveel waarde de bewoners van 't Lansink hechten aan het oorspronkelijke karakter van hun wijk, die als het best bewaarde tuindorp van Nederland wordt beschouwd, 't Lansink viert eind deze, begin volgende maand zijn tachtigjarig bestaan. Het initiatief voor de aanleg van 't Lansink Icwam van de Hengelose fabrikantenfamilie Stork, die bekend stond vanwege haar progressief sociaal beleid. Het streven naar een goede verstandhouding tussen kapitaal, arbeid en leiding schreef Stork met hoofdletters. Het metaalbedrijf had rond de eeuwwisseling al een eigen ziekenfonds en een financiële regeling voor weduwen, wezen en bejaarden. Stork was bovendien het eerste bedrijf met een personeelskrant. Gezien de vooruitstrevende bedrijfscultuur was het niet verwonderlijk dat Stork zich bij de aanleg van een wijk voor het personeel vooral liet inspireren door de utopische ideeën van de Engelsman Ebenezer Howard, die hij uitte in zijn bekende "Garden Cities of tomorrow". Hem stond een stadsdeel voor ogen waarin verschillende sociale lagen harmonieus samenleven. Huizen met uiteenlopende huren en hoogwaardige architectuur moesten daarom door elkaar staan. Dat alles natuurlijk in een ruimtelijke omgeving met veel groen. De tuinstad was in de optiek van Howard niet volmaakt zonder voorzieningen zoals winkels, scholen en sportvelden.

Stylistische eenheid

Door de filosofie van Howard nauwgezet in praktijk te brengen, legde de door Stork opgerichte woningbouwvereniging in Hengelo het eerste echte tuindorp van Nederland aan, zo stellen de Overijsselse welstandsorganisatie Het Oversticht en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg na een recente studie vast. -E)e- Amsterdamse architect Karël HENGELO De woningbouw in 't Lansink is het resultaat van de vooruitstrevende ideeën van de fabrikantenfamilie Stork. Foto ANP Muller, huisvriend van Stork, maakte het ontwerp voor 't Lansink. Hij ging daarbij uit van de door eiken omzoomde erven, weilanden en houtwallen. Muller tekende een gevarieerd stratenplan en ontwierp als centrum een plein met een hotel -waar Stork zijn relaties kon onderbrengen- en een winkelgalerij. Een zandafgravingsgat zou gaan dienen als zwembad voor de bewoners van 't Lansink.

Om voldoende ruimte te scheppen hield men de woningdichtheid laag: eerst ging het om circa 20 huizen per hectare, later werden dat er 33. In totaal zouden er fasegewijs 600 woningen worden gebouw, voornamelijk twee, drie en vier onder één kap. Maar er verrezen ook vrijstaande huizen en blokken van zes tot zeven woningen.

Het streven naar stylistische eenheid stond een verscheidenheid in de vormgeving niet in de weg: sommigen woningen kregen trapgevels of witgepleisterde muren en andere houten topgevels, erkers of houten vakwerk. De daken werden afwisselend van rode en blauwe pannen voorzien. De beoogde sociale menging kreeg het meest gestalte in de eerste deel, gebouwd in de- periode 1911-1917. Hier kwamen dure alleenstaande villa's te staan tussen blokken met arbeiderswoningen. In totaal zouden er 600 huizen worden gebouwd.

Bad in keuken
- Tijdens de eerste fase bouwde men invijf verschillende huurklassen, beginnend bij 2,40 gulden per week. Toekomstige bewoners kregen de gelegenheid hun wensen over de indeling kenbaar te maken. Alle huizen kregen op de begane grond een woonkamer van minimaal 16 vierkante meter, een kleine keuken en een „mooie kamer". De meeste huizen hadden op de verdieping drie slaapkamers.

Woningen met een huur van meer dan 4,50 gulden per week beschikten over een badkamer. Bij de goedkopere typen was onder een opklapbaar aanrecht in de keuken een bad aangebracht. Toiletten met waterspoeling, gas om op te koken, elektrisch licht, ^aansluiting op het riool, en ruime tuinen aan zowel voorals achterkant waren standaard in 't Lansink.

Authentieke sfeer

Maatschappelijke ontwikkelingen -zoals het groeiend autobezit— hebben hun uitwerking op het tuindorp niet gemist. Door de uitbreiding van Hengelo heeft 't Lansink minder het karakter van een dorp gekregen, te meer doordat enkele voorzieningen teloor zijn gegaan. En er zijn schuren, schuttingen of deuren geplaatst die soms nogal uit de toon vallen. Ook komt er achterstallig onderhoud voor en er zijn nogal wat gevels verzakt als gevolg van de drassige bodem. De renovatiekosten zijn op gemiddeld 22 mille per woning begroot. - -Ondanks de slijtage is voor 't Lansink naar het oordeel van Monumentenzorg en Oversticht een opknapbeurt zeer de moeite waard. Want het tuindorp heeft nog altijd die architectonische en stedebouwkundige eenheid die de ontwerpers nastreefden. Alleen al het door fraai groen omgeven zwembad is uniek voor Nederland, hoewel de kwaliteit ervan te wensen overlaat. Andere tuindorpen van Nederland zijn volgens Monumentenzorg niet meer zo gaaf als 't Lansink. Hun authentieke sfeer is veelal verdwenen door te ingrijpende of te versnipperde renovaties.

Tuindorpgevoel

Het sociale uitgangspunt van 't Lansink staat anno 1991 ook nog kaarsrecht overeind; er wonen mensen met verschillende maatschappelijke achtergronden door elkaar — artsen, kunstenaars, directeuren, fabrieksarbeiders en onderwijzers. De leeftijden van de bewoners lopen even sterk uiteen. „Er is hier echt nog sprake een dorpse, gemoedelijke sfeer. Daarom hebben we niet voor een moderne woonwijk gekozen maar zijn we hier komen wonen", vertelt een vrouw die anderhalfjaar in het tuindorp woont.

Een man die al sinds 1930 bewoner van 't Lansink is, spreekt van „een tuindorp-gevoel, dat je niet meer kwijtraakt". Graag wijst hij op een zeer geslaagde reünie voor dorpsbewoners. De belangstelling voor het ophalen van herinneringen aan de tuindorp-tijd was zo groot, dat het statige Hotel 't Lansink alle reünisten nauwelijks kon herbergen.

Omdat de betrokkenheid van de bewoners bij het wel en wee van hun wijk groot is, staan zij positief tegenover de initiatieven van de gemeente Hengelo om maatregelen te treffen om 't Lansink als echt tuindorp te bewaren. De medewerking van de bewoners, ook in financieel opzicht, is onontbeerlijk, omdat het merendeel van hen inmiddels eige"naar van de woning is. De kansen op rijkssteun voor een opknapbeurt van 't Lansink zijn volgens Hengelo door de positief uitgevallen onderzoeken van Monumentenzorg en Oversticht vergroot.

Bekeken wordt nu of het tuindorp het stempel van beschermd stadsgezicht kan krijgen. Vooruitlopend op zo'n planologisch/juridisch kader zal de gemeente in nauw overleg met de beworiers een plan opstellen om het karakter van 't Lansink te behouden. Het is de bedoeling volgend jaar met de uitvoering ervan te beginnen. ~

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.