+ Meer informatie

Feiten over dood Lin Biao: Blik in China's politieke beerput

12 minuten leestijd

Om een aantal belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van de Chinese Volksrepubliek hangt een schier ondoordringbare waas van complete geheimzinnigheid of de waas van een simpele verklaring van de communistische machthebbers die kritisch ingestelde waarnemers van de Chinese gang van zaken allerminst bevredigt. Dat laatste geldt zeker voor de plotselinge dood van Lin Biao (nieuwe Chinese transcriptie voor Lin Piau) in 1971.

Op Mao na was Lin Biao de machtigste man in de Volksrepubliek, bovendien een man die officieel aangewezen was als Mao's opvolger op het negende partijcongres van de Chinese Communistische Partij in 1969. Over deze geheimzinnig aandoende (politieke) val en dood van Lin Biao schreef professor Zürcher (hoogleraar te Leiden in de geschiedenis van Oost-Azië) in 1981: „Na 1969 werd de Chinese politiek kennelijk overheerst door factiestrijd van ongekende hevigheid en grilligheid."
„De val van maarschalk Lin Piau (tijdens de Culturele Revolutie Mao's naaste medewerker en kort daarop zelfs aangewezen als zijn opvolger) in september 1971 is nog steeds omgeven door mysterie, maar de eenvoudigste verklaring is toch wel dat deze het gevolg was van een heftig conflict tussen de zich herstellende partij en het door Lin geleide, in de vorige jaren in macht toegenomen leger."
Slaan wij de „Geschiedenis van China" van de historicus drs. D. van der Horst op het onderwerp van Lins val en dood na dan lezen wij: „Nieuwe spanningen binnen de leiding kregen een dramatische ontknoping in de dood van Lin Piao, september 1971. Hij zou vergeefs hebben getracht een militaire staatsgreep te plegen en daarna, bij een poging per vliegtuig naar de Sovjet-Unie te ontkomen, boven Mongolië zijn neergestort."
Sinds kort is de val en dood van Mao's opvolger weer in de publiciteit gekomen door het verschijnen van het boek „De samenzwering tegen Mao", een boek dat gelijktijdig in de VS, Groot-Brittannië en ons land werd uitgebracht onder de schuilnaam van Yao Ming-le.

Schokkende feiten
„De samenzwering tegen Mao" belooft volgens de flap nogal wat: „Geheime documenten brengen nieuwe schokkende feiten aan het licht over de dood van Lin Biao." De Nederlandse vertaling is voorzien van een voorwoord van de gerenommeerde sinoloog Simon Leys (ook een pseudoniem!).
In grote heldere lijnen schetst Leys eerst de politieke afgang van Mao na de grandioze mislukking van diens massacampagne van de „Grote Sprong Voorwaarts" naar het utopische communistische einddoel in 1958/59 en de politieke come-back van de Voorzitter door middel van het ontketenen van de chaos en het bloedvergieten van de Culturele Revolutie.
Een niet geheel geslaagde come-back omdat zijn „trouwste strijdmakker" Lin Biao als belangrijkste bondgenoot tijdens de Culturele Revolutie eveneens en plein public bewierookt werd en tevens als minister van defensie een machtige rivaal bleek te zijn geworden nu het leger op het eind van de jaren zestig in de Volksrepubliek de feitelijke macht in handen had genomen.
Simon Leys twijfelt er niet aan dat Mao Lin Biao heeft laten vermoorden. Dat was zó Mao's regeerstijl! Over de officiële versie van Beijing oordeelt Leys: „De stuntelige, doorzichtige leugens die Beijing haastig opstelde onder het mom van een verklaring, maakten het alleen maar duidelijker dat de hele zaak doorgestoken kaart was.
De affaire Lin Biao, zoals die uit de koker van Mao's vertrouwelingen kwam, was slechts een rookgordijn dat nauwelijks voldoende was om een zelfs nog verschrikkelijker en gruwelijker werkelijkheid te verbergen: Lin Biao was vermoord, in China, en op bevel van Mao."
Op de bladzijden 10 en 11 van zijn inleiding stelt Leys een aantal indringende vragen bij de officiële Chinese versie inzake Lin Biao's dood, veroorzaakt als die zou zijn door een vliegtuigongeluk. Blijven toch de vragen nog onbeantwoord: hoe kwam Lin Biao om het leven en onder welke omstandigheden geschiedde dat? Het boek „De samenzwering tegen Mao" pretendeert op deze vragen een antwoord te geven!

Zedelijk peil
En om het maar direct te zeggen: met die pretentie hebben wij de nodige moeite. Niet dat het boek niet boeiend geschreven en samengesteld is uit diverse zeer geheime Chinese documenten. Wij kunnen het van harte aanbevelen als ontspannende zomerlectuur, lectuur die bovendien op een onthullende wijze het lage zedelijke peil blootlegt van de toenmalige Chinese politieke elite. Een politieke elite die zich in het Westen in de toenmalige zich „progressier noemende linkse kringen in een grote, zij het totaal onverdiende populariteit mocht verheugen! In het kort samengevat komt de inhoud van „De samenzwering tegen Mao" hierop neer dat. Lin Biao en diens zoon Lin Liguo eerst afzonderlijk (daarbij geholpen door een aantal hooggeplaatste medestanders) en later gezamenlijk komplotteren tegen Mao om die sluwe vos te slim af te zijn. Hun moordplannen falen (onder andere het opblazen van Mao's trein na een bezoek van de Voorzitter aan Zuid-China) door uiten afstel.
Hierna haalt de ingelichte Mao (het wemelt in het boek van spionnen van weerszijden) beslissend uit door onverhoeds Lin Biao en diens echtgenote Ye Qun 's avonds laat op de terugweg naar huis, na hen eerst vorstelijk op een diner te hebben onthaald, op een gruwelijke wijze in hun auto om te laten brengen:
In paniek vlucht Lins zoon Lin Guo dan samen met een aantal medesamenzweerders naar de Sovjet-Unie per vliegtuig en wordt vervolgens boven Mongools grondgebied neergehaald.
Het grote probleem bij het bestuderen van Yao Ming-le's boek wordt gevormd door de grote hoeveelheid praktisch niet kritisch te controleren details van diverse staatsgreep- en moordplannen. Natuurlijk, al die details worden keurig netjes uit geheime documenten geciteerd, maar ondertussen zou het zeer prettig zijn wanneer sinologen die bewuste documenten in alle openbaarheid na konden trekken.
Bovendien doet het staatsgreep- annex moordplan van Lin Biao op Mao Zedong wel heel erg fantastisch aan om voor authentiek gehouden te kunnen worden, dunkt ons.

Conflict
Want wat te denken van Lin Biao's plan om eerst opzettelijk een gewapend conflict met de Sovjet-Unie aan de noordgrens te creëren als dekmantel voor de moord op Mao en diens „aanhangers door dik en dun" (in het boek worden in de zeer nuttige lijst van namen een aantal personen uit Lin Biao's groepering gekarakteriseerd als aanhangers door „dik en dun") om na het slagen van Mao's liquidatie vrede te sluiten en nauwe samenwerking te zoeken met de Sovjet-Unie.
En dat allemaal ten tijde van de toenadering tussen de Volksrepubliek en de VS op diplomatiek gebied. Kortom, „De samenzwering tegen Mao" roept bij de lezer nogal wat vraagtekens op.
Wat is waar van dit relaas? Die vraag komt bepaald niet bij ons op omdat wij Mao en de rest van China's politieke elite ten tijde van de Culturele Revolutie niet in staat zouden achten tot de door Yao Ming-le zo uitgebreid beschreven smerige plannen en daden.
Het dunkt ons een goede zaak om bij een controversieel aandoend boek kennis te nemen van de mening van een aantal deskundigen, in dit geval van sinologen en burgers van de Volksrepubliek zelf die de affaire Lin Biao bewust hebben meegemaakt. Wat die laatstgenoemde groep van gewone Chinese burgers betreft boften wij reuze toen met het schrijven van deze recensie juist het twaalfde nummer verscheen van The New York Review of Books waarin Liang Heng (die in 1981 de Volksrepubliek mocht verlaten omwille van zijn huwelijk met de Amerikaanse docente Judith Shapiro) Yao Ming-le's boek uitvoerig bespreekt en becommentarieert..
Behalve het commentaar van Simon Leys en Liang Heng kwamen ons nog de recensies van Dick Wilson (in The Times Literary Supplement van 24 juni) en Judith Shapiro (in het Amerikaanse blad The New Republic van 13 juni) onder ogen. Van deze vier recensenten is Dick Wilson het minst ingenomen met Yao Ming-le's publikatie. Hij achtte het zeer wel mogelijk dat louter commerciële overwegingen geleid hebben tot de compilatie van het, dat geeft hij ook toe, sensationele boek.

Exclusief
Simon Leys kreeg het manuscript van 'het boek eind '82 op zijn bureau: „Ik ken de auteur niet. De uitgever kon me slechts vertellen dat hij een Chinees is die met gegronde redenen was te vertrouwen; hij had toegang tot exclusieve, geheime informatie en hij moest volledig, anoniem blijven." Derhalve, zo concludeert Leys, „kan ik natuurlijk geen gevolgtrekkingen maken betreffende de historische juistheid van zijn relaas." Ook Leys heeft het boek gefascineerd gelezen. Hij besluit zijn inleiding tot de Nederlandse uitgave aldus: „Het sinistere, politieke milieu dat in dit boek wordt beschreven, zal ongetwijfeld vele mensen in het Westen schokken en ergeren, maar voor elke Chinese lezer roepen deze bladzijden een werkelijkheid op waarmee ze maar al te grimmig vertrouwd zijn. De psychologie, het gedrag en de levensstijl van de heersende klasse worden hier getrouw beschreven."
Op dezelfde toon schreef Judith Shapiro in haar recensie over „De samenzwering tegen Mao" door op te merken: „But perhaps the most important lesson of The Conspiracy and Death of Lin Biao is the implied contrast between life among the leaders and life among the masses."
De recensie die ons het meest bekoord heeft was die van Liang Heng, die in feite ook „het dichtst bij het vuur gezeten heeft". Hoe werd hij geconfronteerd met de affaire Lin Biao? En bovenal: hoe kijkt hij aan tegen het boek van de onbekende Yao Ming-le?
Om met een gedeeltelijk antwoord op de laatst opgeworpen vraag te beginnen citeren wij de volgende passage uit Liangs betoog die inhaakt op de door hem geconstateerde twijfels die verschillende recensenten en geleerden hebben geuit ten aanzien van de authenticiteit van Yao Ming-le's versie van de affaire Lin Biao: „Door echter uitsluitend de aandacht te richten op het probleem van de authenticiteit kan de waarde van het boek verduisterd worden. Uiteindelijk dienen we te bedenken dat heel weinig Chinezen het aan zouden durven om een dergelijk document aan te bieden aan het Westen, en het boek biedt een zeldzame en overtuigende schildering van de leef- en handelwijze van China's topleiders ten tijde van de Culturele Revolutie.

Objectiviteit
Het boek heeft de bijkomende verdienste de aandacht te vestigen op één van de grote mysteries uit de eigentijdse Chinese geschiedenis — de plotselinge dood van Voorzitter Mao's trouwste wapenbroeder en gekozen opvolger — op een tijdstip dat Mao zelf zowel in China als in het Westen met een grotere objectiviteit dan ooit tevoren opnieuw wordt beoordeeld."
Hoewel Lin Biao in september 1971 stierf werd dat nieuws aan gewone Chinese burgers, zoals Liang Heng, pas tien maanden later bekendgemaakt. Liang Heng studeerde toen (juli 1972) op een middelbare school in de provincie Hoenan. Dat er iets bijzonder belangrijks respectievelijk verschrikkelijks moest zijn gebeurd bleek uit het feit dat de partijleden onder Liangs docenten en medestudenten uit de lessen werden gehaald en gedurende een week opgesloten werden voor het volgen van bijeenkomsten in het gebouw van het plaatselijke „Revolutionaire Comité". De zomerhitte ten spijt werd het partijgebouw compleet van de buitenwereld afgeschermd opdat er ook maar niets zou uitlekken van de voorlichtingsbijeenkomsten. Toch werd dit niet voorkomen! Toen namelijk een partijlid werd toegestaan zijn zieke vrouw te bezoeken lekte het „ongelofelijke nieuws" van Lin Biao's moordplannen op „onze geliefde Voorzitter Mao" uit alsmede Lins dood door een vliegtuigongeluk boven Mongolië.
Het nieuws, zo betoogt Liang Heng, kón door de mensen gewoon niet aanvaard worden, maar er moest toch wel wat van waar zijn aangezien het loslippige partijlid onmiddellijk zijn partijlidmaatschap verloor en een gevangenisstraf kreeg opgelegd van anderhalf jaar wegens een inbreuk op de partijdiscipline.
Al snel werden trouwens de niet-partijleden voorgelicht, eveneens door een week lang geconfronteerd te worden met officiële partijdocumenten inzake de affaire Lin Biao plus de daarop volgende discussies, dat wil zeggen het voortdurende verplichte bekritiseren van Lin Biao's politieke lijn en gedrag. Veel van het bronnenmateriaal uit Yao Ming-le's boek kende Liang Heng derhalve al. Gedurende die indoctrinatieweek kreeg Liang naast de bekentenissen van Lin Biao's en Lin Liguo's medesamenzweerders ook te horen hoe mild Voorzitter Mao was blijven denken en handelen ten opzichte van de verrader Lin Biao! Mao had hem rustig laten vluchten; „het noodlot" had Lin gestraft voor diens misdaden.
Wat een geestelijke klap betekende die voorlichtingsweek voor Liang Heng en zijn medestudenten! Had immers kameraad Lin Biao hen niet voortdurend aangespoord om Voorzitter Mao 's ochtends bij het opstaan „om advies te vragen" staande voor zijn portret? Had Lin Biao niet voortdurend staan zwaaien met Mao's Rode Boekje? Was Lin Biao niet vanaf de jaren dertig Mao's trouwe medestrijder geweest?
Geen wonder dat de voorlichtingsbijeenkomsten in het kader van de affaire Lin Biao volgens Liang Heng „de twijfels aangaande het Chinese socialisme hebben gezaaid" bij veel Chinese jongeren, twijfels die sindsdien alleen maar zijn toegenomen. Liangs recensie leest als een authentiek ego-document over de diepe ontgoocheling van de Chinese jeugd ten aanzien van de communistische politieke pretenties.
Ronden wij deze beschouwingen over de nog steeds mysterieus blijvende dood van maarschalk Lin Biao -af met twee door Liang Heng gedane suggesties die ons het overwegen waard lijken. De eerste suggestie betreft het probleem waarom Lin Biao bij Mao Zedong in politieke ongenade leek tevallen in de zomer van 1970 waarop Lin de bui niet af wilde wachten en zijn moordplannen ging smeden.
Liang Heng suggereert dat Mao bang was geworden verantwoordelijk te worden gesteld voor de verschrikkelijke gevolgen van de door hem ontketende Culturele Revolutie en derhalve in Lin Biao een geschikte zondebok meende gevonden te hebben om daarmede zelf buiten schot te blijven. De tweede suggestie gaat in op het probleem van de autfienticiteit van de tekst van „De samenzwering tegen Mao".

Roddel en fantasie
Liang wenst allesbehalve alle daarin voorkomende details met huid en haar te slikken. Hij suggereert dat het boek gedeeltelijk berust op officiële documenten uit de Volksrepubliek, gedeeltelijk op geruchten en roddelpraatjes over de levenswijze van hooggeplaatste autoriteiten, gedeeltelijk op pure fantasie. Voorts is hij van mening dat de orignele Chinese tekst (want daar twijfelt hij niet aan) door een handige Westerse bewerker is bijgeschaafd voor „buitenlandse consumptie"!
Ook al mocht „De samenzwering tegen Mao" slechts een historische roman blijken te zijn, dan nog, zo poneert Liang Heng, heeft het boek een grote historische betekenis in de zin van een juiste weergave van de denk- en handelwijze van de Chinese politieke elite ten tijde van de Culturele Revolutie. Voegen wij daaraan toe dat de prijs van de Nederlandse uitgave buitengewoon billijk is gehouden.

N.a.v. „De samenzwering tegen Mao", door Yao Ming-le; Uitgeverij Veen, Utrecht/Antwerpen, 1983; 221 blz., prijs ƒ 19,50.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.