+ Meer informatie

Genesis 2 en 3

4 minuten leestijd

8

In ons vorige artikel hebben we een betrekkelijk lang gedeelte uit het betoog van prof. Oosterhoff geciteerd. We herhalen daaruit een enkele uitspraak: „De bijbelschrijver tekent op symbolische wijze, dat alle grote wereldrivieren uit het paradijs ontspringen.”.

De schrijver gaat nog verder en het lijkt ons goed daarvan nog iets over te nemen. „Voor de oosterling betekende water leven. Rivieren brengen leven en vruchtbaarheid. Een boom, geplant aan waterstromen (Ps. 1 : 3), geeft vrucht. Geen water betekent dorheid, onvruchtbaarheid en dood. Dat de rivieren vruchtbaarheid en leven brengen is nog iets uit het paradijs. In alle vruchtbaarheid en schoonheid in de wereld mogen we nog iets zien uit het paradijs. Vanuit het paradijs gaan de rivieren door de wereld. Dat moet men niet geografisch, maar symbolisch nemen.”

Prof. Oosterhoff bouwt voort op gegevens in het boek Genesis, waarvan hij zelf moet zeggen, dat er niet eenstemmig over wordt gedacht en die hij een eigen uitlegging geeft. Daarmee komen we op het terrein van wetenschappelijke beschouwingen, die niet de Schrift tot grondslag hebben.

Prof. Aalders gaat in Zijn Korte Verklaring op het boek Genesis niet zo ver. Hij erkent eerlijk, dat we het niet weten. Dat siert een wetenschappelijk man als prof. Aalders geweest is. Hij had natuurlijk ook wel een hypothese kunnen opmaken en dan allerlei beschouwingen daaraan kunnen verbinden, maar hij deed het niet. Daarvoor kunnen we hem dankbaar zijn. Daarom treft het, dat prof. Oosterhoff, die erkennen moet, dat de oplossing nog niet gevonden is, aan zijn veronderstelling zulke verstrekkende conclusies verbindt. We weten niet hoe de juiste voorstelling van de vier rivieren moet zijn, maar prof. Oosterhoff gaat er in feite van uit, dat hij het wel weet.

De schrijver wijst nog op Ezechiël, op Ps. 46 : 5 en andere plaatsen om zijn gevoelen te verdedigen. We willen hem nog even het woord geven: „Vanuit de tempel evenals eens vanuit het paradijs, gaat leven en vruchtbaarheid door de hele wereld.

We kunnen ook denken aan Ps. 46 : 5: de beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods (St. Vert.). Die rivier is de beek Gods, die vol water is (Ps. 65 : 10). Het wil zeggen, dat Jeruzalem wordt tot een paradijs. Jesaja zegt ook, dat Jeruzalem een plaats van rivieren en brede stromen zal zijn (Jes. 33 : 21). Dat zien we in het boek Openbaring vervuld in het nieuw Jeruzalem (21 : 2). Daardoorheen stroomt de paradijsrivier, die ontspringt uit de Troon van God en van het Lam (geen zegen dan uit God en de gekruiste Christus) en overal waar de rivier komt is leven en vruchtbaarheid (22 : 1 vv). Dat bedoelt ook Gen. 2 te zeggen. Vanuit het paradijs gaat leven en vruchtbaarheid de hele wereld door. Waar en hoe de rivieren ook mogen lopen, hoe hun naam ook moge zijn, de vruchtbaarheid, die ze brengen, stamt uit het paradijs, d.w.z. ze is van God en openbaring van zijn goedheid.” Dit is dus de persoonlijke opvatting van prof. Oosterhoff, namelijk, dat we hier te maken hebben met een symbolische weergave van de werkelijkheid.

We hebben getracht ons voor te stellen, wat dit concreet betekent. De schrijver houdt vast aan de werkelijkheid, maar die is op een symbolische wijze beschreven. Dus we hebben niet een letterlijke weergave van de werkelijkheid. In werkelijkheid was het anders. De rivieren liepen niet zoals de bijbelschrijver dat meedeelt, want hij geef het op symbolische wijze weer. De rivieren liepen anders dan voorgesteld wordt. Maar dan vallen de werkelijkheid en de symbolische weergave daarvan niet samen. Bij een zuivere, letterlijke weergave van de feiten kan iemand zich een voorstelling daarvan maken. Dat is bij een symbolische weergave van de feiten niet mogelijk. Hier verdwijnt de werkelijkheid achter het symbool. De werkelijkheid is niet allereerst van betekenis, maar wel het symbool. De bijbelschrijver brengt feitelijk niets meer dan een boodschap, die hij plaatst in het raam van de tijd, waarin hij deze boodschap overbrengt. De werkelijkheid komt op de achtergrond, maar ook de Heere Zelf, Die Zich openbaart.

Prof. Oosterhoff houdt in zijn werk voortdurend de gedachte van een symbolische weergave van de werkelijkheid voor ogen. De hoogleraar kan ons echter niet overtuigen van de juistheid van zijn zienswijze. Hebben we hier niet te maken met inlegkunde? Ondermijnt de schrijver op deze wijze niet de zekerheid der dingen?

We blijven vasthouden aan het Schriftverhaal als een letterlijke mededeling van de feiten. En we erkennen, dat we niet juist kunnen omschrijven waar het paradijs en de onbekende rivieren zijn te zoeken en dat we niet weten hoe we de gemeenschappelijke oorsprong van de vier rivieren ons moeten indenken. We willen daar niet indringen, maar onze onkunde belijden. We hebben het onderwijs van Gods Geest nodig om het Woord des Heeren recht te verstaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.