+ Meer informatie

Bloed als bewijs

DNA doet menig misdadiger de das om

10 minuten leestijd

DNA deed Ernest Louwes de das om. Bloed op de blouse van de vermoorde weduwe Wittenberg bleek afkomstig van de 49-jarige boekhouder uit Lelystad, die afgelopen maandag door het hof in Den Bosch opnieuw tot twaalf jaar cel is veroordeeld. Steeds vaker biedt speurwerk naar erfelijk materiaal de mogelijkheid om misdadigers achter de tralies te krijgen. Het blijft echter oppassen om overhaaste conclusies te trekken. "Aan het pistool van Volkert van der G. zat celmateriaal van een ander."

In de weinig inspirerende omgeving van een Rijswijks bedrijvenpark zorgt een lijkwagen pal voor de deur van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) voor een wat sinistere aanblik. Voor DNA-expert dr. ir. Kees van der Beek is het een vertrouwd beeld. Tweemaal daags rijdt de lange, zwarte wagen voor om een lichaam te brengen voor sectie. Het NFI -voorheen het gerechtelijk laboratorium- verricht sectie op Nederlanders die een niet-natuurlijke dood zijn gestorven.

Binnen, in een van de gangen, prijkt een krantenartikel over de moordenaar van Sybine Jansons aan de muur. Mede op grond van DNA-onderzoek kwam de politie de moordenaar van het 13-jarige meisje uit Doorn op het spoor. Kortgeleden gaf de gevreesde misdadiger in zijn cel openlijk toe het kind in 1999 te hebben omgebracht. Bij de moord op een 80-jarige vrouw in St. Philipsland en ook bij de moord op het 79-jarige wandelvrouwtje in Emmen k on de politie vorig jaar na DNA-onderzoek in de omgeving de dader ontmaskeren.

Vanuit de gang, in de deuropening, mogen we een blik werpen in een van de labs, waar een vrouw -haarnetje op, mondkapje voor- boven een tafel zit gebogen. Een uitgebreide rondleiding in het laboratorium zit er niet in. Via een flinke niesbui zou DNA van bezoekers op sporenmateriaal terecht kunnen komen. Daar zitten ze bij het NFI niet op te wachten.

"Speuren naar sporen van gespuis", lokt een personeelsadvertentie aan de muur van de werkkamer van Van der Beek, plaatsvervangend hoofd van de afdeling biologie. Zelf drukt de DNA-expert, huiverig voor "sensationele verhalen", zich liever niet in turbotaal uit. "We doen hier uiterst serieus werk." Aan vragen over bizarre zaken heeft hij geen behoefte. "Voor ons is niets gek." Wat er door hem heen ging toen Saddam Hussein voor het oog van de wereld met behulp van wattenstaafjes een DNA-onderzoek moest ondergaan? "Dat is een nuttige toepassing van de wetenschap."

Honkbalknuppel

Bij het NFI komen wekelijks van ruim 230 zaken voorwerpen binnen die gevonden zijn op de plaats van een delict. Dan betreft het 200 veelplegerszaken als diefstal en (auto)inbraak. In de andere gevallen gaat het om levensdelicten (moord en doodslag), geweldsmisdrijven en overvallen. De laboranten krijgen uiteenlopende spullen op tafel. "Kleding, wapens, beddengoed, een bierflesje, een honkbalknuppel, een hakbijl", somt Van der Beek op.

Taak van de laboranten is om de voorwerpen te onderzoeken op biologische sporen, zoals bloed, speeksel, sperma en haren. Zo nodig maken de specialisten gebruik van een microscoop of een lichtbron. "Een bloedvlekje op een witte trui is makkelijk te zien, dat stukje stof kun je er zo uitknippen. Maar het is lastiger om speeksel op een bivakmuts te vinden. Daar gebruiken we een speciale lichttechniek voor, waardoor het speeksel zichtbaar wordt", zegt Van der Beek. Als een biologisch spoor is vastgesteld, proberen specialisten daaruit een DNA-profiel te verkrijgen.

Om fouten te voorkomen is DNA-onderzoek aan diverse wetenschappelijk vastgestelde criteria onderworpen, stelt Van der Beek. "Ik heb nog nooit meegemaakt dat er een ernstige fout gemaakt is in de vaststelling van een profiel." Het is mogelijk een contra-expertise uit te laten voeren bij het Forensisch Laboratorium voor DNA-onderzoek (FLDO) in Leiden.

Alle medewerkers van de biologieafdeling van het NFI moeten een antecedentenonderzoek ondergaan. Mensen die verantwoordelijk zijn voor de DNA-databank worden gescreend door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Voor de verpakking en het transport van veiliggesteld sporenmateriaal bestaan tal van procedures. Messen moeten bijvoorbeeld in kokers worden bewaard. In een poging bewijs van tafel te krijgen, kraken advocaten nogal eens harde noten over de deugdelijkheid waarmee voorwerpen worden verpakt.

Engeland

In de Nederlandse DNA-databank, die sinds 1997 bestaat, zitten op dit moment bijna 15.500 DNA-profielen. Daarvan zijn er ruim 11.000 van sporen, krap 4000 van veroordeelden en een beperkt aantal van overleden slachtoffers.

In internationaal verband slaat Nederland met de DNA-databank geen gek figuur, maar onbetwiste topper op dit terrein is Engeland. De databank van de Britten bevat DNA-profielen van ruim 2 miljoen veroordeelden/verdachten en van ongeveer 218.000 verschillende sporen. Als er een DNA-profiel van een nieuw spoor in de Engelse databank terechtkomt, is de kans 40 procent dat er onmiddellijk een overeenkomst -"hit" of "match"- met een verdachte of eerder gevonden spoor wordt aangetroffen. Daardoor worden aan de andere kant van Het Kanaal per maand gemiddeld vijftien moorden, 31 verkrachtingen en 770 autodiefstallen opgelost.

In Nederland is afname van DNA toegestaan bij verdenking van een misdrijf waar ten minste vier jaar straf op staat. Voor 2001 lag die limiet op acht jaar. In Engeland kan iemand bij veel mindere vergrijpen al worden verplicht om DNA, via bijvoorbeeld wangslijm, af te staan. "Als je in Engeland bij wijze van spreken door rood rijdt of in het openbaar plast, loop je al kans op een DNA-onderzoek", zegt Van der Beek.

De Nederlandse DNA-databank zal de komende jaren naar verwachting drastisch groeien. Eind dit jaar moet het wettelijk mogelijk zijn alsnog DNA af te nemen van mensen die vastzitten voor ernstige delicten. Binnenkort debatteert de Kamer over de kwestie. Gevolg van de wet is dat er volgend jaar in één keer 16.000 profielen aan de databank worden toegevoegd. De jaren daarna zal het bestand jaarlijks met ongeveer 6000 tot 8000 profielen groeien.

Sigaretten

De DNA-databank is een belangrijk hulpmiddel om zogeheten veelplegers -notoire inbrekers en overvallers- in de kraag te vatten. Sinds 2001 verzamelen de politieregio's Brabant-West en Utrecht DNA-sporen die worden aangetroffen bij autokraken en inbraken. Dat kan bijvoorbeeld gaan om op de plaats van het delict gevonden sigaretten of kauwgom. Inmiddels sturen alle politieregio's 'DNA-inbraakmateriaal' naar Rijswijk.

De aanpak werpt vruchten af. Van de sporen die thans worden vergeleken met het materiaal in de DNA-databank geeft 40 procent een overeenkomst. Inmiddels zijn meer dan 1500 inbrekers getraceerd die meerdere inbraken op hun kerfstok hebben. Sinds 2001 zijn op basis van DNA-onderzoek 220 verschillende groepen veelplegers geïdentificeerd, variërend van duo's die een enkele keer op dievenpad gaan tot bendes met tientallen leden.

Om de veelplegers beter in beeld te krijgen, is vorige maand besloten de DNA-databank te koppelen aan het vingerafdrukkenbestand van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), dat ruim 1 miljoen vingerafdrukken telt. "Door vergelijking van beide bestanden krijg je beter zicht op criminele samenwerkingsverbanden", legt Van der Beek uit.

Oorlelletje

DNA-onderzoek is volop in ontwikkeling. Vooruitlopend op nieuwe technieken is het sinds september 2003 wettelijk toegestaan om "uiterlijk waarneembare kenmerken" uit DNA te gebruiken voor strafrechtelijk onderzoek. Speuren naar bijvoorbeeld erfelijke ziekten bij verdachten is dus taboe.

In de praktijk gaat het vooralsnog om twee uiterlijke kenmerken: geslacht en ras. Geslacht via DNA-onderzoek vaststellen is eenvoudig, de bepaling van het ras ligt al een stuk ingewikkelder. "Als een Chinees met een neger trouwt, welk ras heeft het kind dan?" Momenteel verricht met name het Forensisch Laboratorium voor DNA-onderzoek (FLDO) in Leiden onderzoek op dat terrein. Naast het NFI is het FLDO het enige centrum waar DNA-onderzoek in strafzaken wordt verricht.

Toekomstmuziek is om uit DNA-onderzoek met zekerheid specifiekere kenmerken als oogkleur, haarkleur, los of vast oorlelletje vast te kunnen stellen. "Maar je kunt op je vingers natellen dat die gegevens op een zeker moment beschikbaar komen." Besloten is dat de overheid per keer beziet of een bepaald uiterlijk kenmerk voor de opsporing dienst mag doen.

Serieverkrachter

Nu nog vindt in Nederland in het strafrecht voornamelijk onderzoek plaats naar zogeheten autosomale DNA-profielen, zeg maar de 'normale' DNA-onderzoeken. Als zo'n profiel overeenkomt met dat van de verdachte, is vrijwel zeker de echte eigenaar van het spoor in beeld.

Een andere mogelijkheid is onderzoek naar zogeheten Y-chromosale DNA-profielen, die in de mannelijke lijn worden overgeërfd. Met dit soort onderzoek is het mogelijk om in bijvoorbeeld serieverkrachterszaken 'via een omweg' bij de dader uit te komen. Zo ondergingen in 2002 in Polen 421 mannen vrijwillig een DNA-test. Van alle mannen werd eerst een Y-chromosaal DNA-profiel afgenomen. Toen kwam één man in beeld. Zijn Y-chromosale DNA-profiel kwam overeen met celmateriaal dat op de verkrachte slachtoffers was gevonden. Hij kon de dader echter niet zijn, omdat zijn 'normale' DNA-profiel geen "hit" gaf. De politie zat nu echter wel dicht bij het vuur. Een broer van de man werd als de echte serieverkrachter ontmaskerd.

KADER

"Fouten bij uitleg DNA-onderzoek heel goed mogelijk"

Het staat "buiten kijf" dat DNA-onderzoek in strafzaken een "krachtig opsporingsmiddel" is. Maar politie en justitie moeten beducht zijn voor valkuilen, waarschuwen DNA-experts. "Toepassing van DNA-onderzoek is verre van eenvoudig."

DNA als enig bewijsmiddel is niet toereikend om iemand te veroordelen, schetst DNA-expert Kees van der Beek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). "Stel dat een vrouw zegt dat ze verkracht is. Er blijkt inderdaad celmateriaal van de man bij haar te zijn aangetroffen. Maar dat wil nog niet zeggen dat de man een verkrachter is. De vrouw kan liegen. Het seksuele contact kan vrijwillig zijn geweest."

Politie en justitie moeten oppassen zich niet te laten meeslepen door DNA-vondsten. "Neem het pistool van Volkert van der G. Op zijn wapen is DNA-materiaal van iemand anders aangetroffen. Door veel ander bewijsmateriaal weten we echter dat dat DNA niet van de moordenaar is."

Moeilijk

Ook dr. P. de Knijff, directeur van het Forensisch Laboratorium voor DNA-onderzoek (FLDO) in Leiden, wijst op het gevaar van verkeerde interpretatie van DNA-onderzoeksrapporten. "DNA-rapporten zijn en blijven moeilijk voor de niet-ingewijde jurist", schrijft De Knijff in de deze maand verschenen bundel "Forensische expertise" van het wetenschappelijk onderzoekscentrum WODC van het ministerie van Justitie. Vergissingen of fouten in de uitleg van DNA-bewijs zijn "heel goed mogelijk", schetst hij. "Zelfs wanneer de DNA-deskundige voor de rechtbank of het hof moet verschijnen is deze sterk afhankelijk van de vragen, omdat hij bij de ondervraging geen sturende rol heeft."

De Leidse deskundige zet uiteen hoe het openbaar ministerie tijdens de herziening van de Puttense moordzaak in 2002 flink de mist in ging bij de uitleg van een rapport over DNA. De Knijff had tijdens de zitting betoogd dat een haar op de trui van slachtoffer Christel Ambrosius een zogeheten mitochondriaal DNA-profiel (dat in de vrouwelijke lijn wordt doorgegeven) bevatte dat volledig overeenkwam met het profiel van de toen verdachte Wilco Viets. Daarbij tekende de DNA-expert echter aan dat ook familieleden van Viets en een onbekend aantal anderen hetzelfde DNA-profiel kunnen hebben. Het OM presenteerde het DNA-onderzoeksresultaat echter als een "keihard daderspoor." De Knijff veegt de vloer aan met die redenering. "Gelukkig heeft het hof van deze verkeerde en bevooroordeelde beargumentering weinig heel gelaten."

Schertsvertoning

De Knijff pleit voor meer aandacht voor de wetenschappelijke aspecten van bewijsmateriaal in de opleiding. Niet alleen officieren van justitie, advocaten en rechters, ook beleidsambtenaren doen er goed aan zich te laten bijspijkeren op dat gebied. "DNA-profielen en DNA-databases zullen in de toekomst een nog grotere rol gaan spelen. De toenemende complexiteit van de analysemogelijkheden zal ook in meer complexe rapporten resulteren." Als de kenniskloof niet wordt gedicht, dreigt ondervraging van DNA-experts in de rechtszaal uit te monden in een "schertsvertoning."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.