Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

I. Van het bestaan van God. (Vervolg.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

I. Van het bestaan van God. (Vervolg.)

De christelijke geloofsleer voor school en huisgezin.

5 minuten leestijd

4. De natuurlijke Godskennis wordt verder door het menschelijke geweten gestaafd. Het geweten, deze rechter in ons binnenste, die elke onzer daden voor zijnen rechterstoel daagt, en die prijst of laakt, goedkeurt of straft, heet met volle recht de inwendige getuige Gods. Het geweten bevindt zich in den mensch, eer het hem door opvoeding ingeplant wordt;, en doordien het gedurig omziet naar een zekeren onzichtbaren Rechter, bewijst het, dat het zich Gode nabij gevoelt, van Hem afhangt en Hem verantwoording schuldig is. Men schrijft in de maatschappelijke samenleving aan het geweten eene groote macht toe over de gedachten en handelingen der menschen, en toch is deze invloed zeer problematisch of twijfelachtig. De mensch meent, zoolang hij een goed geweten heeft, dat hij recht handelt en niets behoeft te vreezen; gewoonlijk echter houdt hij het slapend geweten voor een goed geweten. Het geweten is geen zelfstandige rechter , maar het richt zich in zijne oordeelen naar de omstandigheden en de opvoeding ; het geweten is als was, waarop de verschillendste vormen of figuren kunnen afgedrukt worden. Daarom is het geweten der volken geheel verschillend ontwikkeld, naar gelang hunner godsdienstige meeningen en hunner nationale gewoonten. Het geweten van den menscheneter oordeelt geheel anders over moord, als het geweten van den beschaafden Europeer; het geweten van een Heiden is geheel verschillend van het geweten van een Christen; en in het Christendom oordeelt het gereformeerd geweten gansch anders, dan dat van eenen Roomsche. En niet slechts de godsdienstige beschouwingen, maar ook de maatschappelijke stand en het beroep oefenen grooten invloed op het geweten; een koopman heeft een ander geweten dan een geleerde. Daaruit kunnen wij opmaken, hoe partijdig en onrechtvaardig een oordeel zijn kan , al is dit naar het beste weten en geweten geveld, — waarop zich de menschen zoo gaarne beroepen; ook het beste geweten zal oordeelen , naarmate de mensch vóór of tegen de zaken ingenomen is ; de Heiden, de Jood en de ongeloovige oordeelen over de Christelijke geschiedenis geheel anders, dan de geloovige Christen; de Roomsche geschiedschrijver veroordeelt ook de beste daden der hervormers en loochent eiken zegen van den stroom der Reformatie, en dat overeenkomstig zijn vermeende beste geweten. (Handel. 26 : 9; Joh. 16: 2.)
Ook bij het houden der zedewet heeft het geweten niet zulke macht, als men er gewoonlijk aan toeschrijft, omdat het met zijne wroegingen en bestraffingen altijd eerst na de begane daad komt, geenszins echter voor het booze bewaart noch daartegen waarschuwt. Slechts het geweten, gescherpt door Gods Wet en geheiligd door den Heiligen Geest en door het geloof van den Zone Gods, heeft eenen heilzamen invloed op de gedachten en daden der menschen, en kan tegen de zonde waarschuwen. Denk aan Jozef in Egypte. Gen. 39 : 8, 9.
5. De natuurlijke Godskennis wordt eindelijk bewezen door de overeenstemming der volken. Bij alle volken, ook bij de wildste en minst ontwikkelde, vinden wij eenige sporen van godsdienst en eenen zekeren vorm van godsvereering , waardoor de volken betuigen, dat zjj bewustheid hebben van het bestaan van een zeker Goddelijk Wezen, dat boven hen staat. Dit historisch verschijnsel heet de O v e r e e n s t e m m i n g der Y o l k e n (consensus gentium).
Op deze overeenstemming dor volken doet ons reeds Cicero letten Tusc: 1, Cap. 13, wanneer hij zegt, dat er geen volk bestaat, hoe wild en onmenschelijk ook, zonder eenige ingeschapene kennis van God. Hij voegt daarbjj, dat het geloof in God geen afgesproken werk of gemeenschappelijk overleg is; dat dit gevoel van nature bestaat, en niet door wetten ontstond, en dat men de overeenstemming der volken voor eene wet der natuur moet houden. — Wat bewijzen de volken door hunnen godsdienst anders, dan dat zij weten, dat zij hunnen oorsprong uit God namen; dat boven hen eene zekere Godheid bestaat, met wie zij eonigermate samenhangen, hoewel zij in waarheid niet weten, wie deze Godheid is, noch hoe men tot haar komei) kan.
6. Deze overeenstemming der volken in het erkennen van een zeker hoogste Wezen over zich, heet n a t u u r 1 ij k e - g od sd i e n s t . Daarvan zijn onderscheidene soorten onder de volken bekend. De voornaamste zijn: Het P a n t h e ï s m e , dat Gods wezen met de wereld vereenzelvigt; daarin gaat het begrip van Gods Persoonlijkheid en van de persoonlijke onsterfelijkheid des menschen verloren, evenzeer als de beteekenis van het onderscheid tussclien goed en kwaad. — H e t D u a l i s m e stelt eene goede en eene kwade godheid als twee gelijkstaande wezens naast elkander, zoodat het rijk des lichts en het rijk der duisternis op éénen trap staan (Ormuzd en Ahriman der Perzen). — liet P o l y t h e ï s m e (Veelgodendom) veronderstelt vele goden en vereenzelvigt de verschillende natuurverschijnselen met bijzondere goddelijke wezens. (Heidenen, Grieken, Romeinen). — Het S a b e i s m e of de sterrendienst houdt de hemellichamen in hunne vaste en onveranderlijke orde en in hunnen goeden en kwaden invloed op het endermaansche voor den oorsprong der Goddelijke macht. — Het P e t i s c h m e (van het Portugeesche woord fetischo) is de laagste trap van Godsvereering en stelt geheel naar welgevallen, zonder eenigen regel, schepselen of gesneden beelden (steenen, dieren) tot goden, waarvoor men zich buigt (de Negers in Guinea e. a. Heidensche volken).
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 juli 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

I. Van het bestaan van God. (Vervolg.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 juli 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken