Bekijk het origineel

Ie Afdeeling. Leer van Christus (Christologie).

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ie Afdeeling. Leer van Christus (Christologie).

Derde deel. De leer van den Middelaar en van Zijn werk (Mesitologie.)

12 minuten leestijd

XVII. GODS EEUWIG BESLUIT TER VERLOSSING.
G o d e z ij n al Z ij n e w er k en van e e u w i g h e i d bek e n d , Handel. 15: 18. Deze w a a r h e i d b e t u i g t onsr dat Adams val God g e e n s z i n s v e r r a s t noch Zijn v o o r n e m e n v e r i j d e l d heeft. E v e n a l s God dezen val h e e f t v o o r z i e n , zoo heeft Hij d i e n ook n i e t d o or Z i j n e t u s s c h e n k o m s t v e r h i n d e r d , het oog hebbende op eene r i j k e r e o p e n b a r i n g Zijner h e e r l i j k h e i d en g o e d e r t i e r e n h e i d , die in de v e r l o s s i n g u i t b l o nk ( d o o r het herstel van dezen val). Z u l k s alles komt v o o r t uit Z ij n e e u w i g besluit.
De mensch heeft door zijne zonde zich z e l v en van alle g e l u k z a l i g h e i d b e r o o f d , weet raad noch l i u l p e meer, en is d o o d in z o n d e n en overtredingen.
Maar God o p e n b a a r t hier w a a r 1 ij k Z ij n e n h e i 1 sraad op de h e e r l i j k s t e wijze en b e g i n t dadel ij k met de u i t v o e r i n g van Zijn e e u w i g voornemen. De v e r l o s s i n g des z o n d a a r s is eene n i e u w e schepping; e v e n a l s de e e r s t e s c h e p p i n g eene vrije daad wasvan de l i e f d e en macht des d r i e ë e n i g e n Gods, zoo is de tweede schepping of v e r l o s s i n g eene vrije daad der genade van den d r i e ë e n i g e n God. In het e e u w i g b e s l u i t ter v e r l o s s i n g zijn a l l e drie P e r - sonen der D r i e ë e n l i e i d b e t r o k k e n ; in den eeuwigen V r e d e r a a d spreekt de H e i l i g e D r i e ë e n l i e i d evenals bij de eerste s c h e p p i n g : Laat Ons menschen maken naar Ons b e e l d , naar Onze g e l i j k e n i s , Gen, 1 : 26. God V a d e r b e s l o o t bij Zichzelven den mensch te v e r l o s s e n ; God Zoon nam het op Z i c h de verl o s s i n g ten u i t v o e r te b r e n g e n , en de H e i l i ge G e e s t e i g e n t den zondaar de g e r e c h t i g h e i d van C h r i s t u s toe. En zoo staan de e e r s t e scheppingen de n i e u w e s c h e p p i n g in verband met e l k a a r, g e l ij k ook A d a m een v o o r b e e l d van C h r i s t u s genoemd wordt. Rom. 5 : 14; 1 Cor. 15 : 21—22, 45—49.
H e t m i d d e l p u n t van Gods e e u w i g b e s l u i t is ' C h r i s t u s J e s u s , als de M i d d e l a a r Gods en der m e n s c h e n , 1 Tim. 2 : 5; d e r h a l v e heet Hij een o n b e s t r a f f e l i j k en o n b e v l e k t Lam, voorgekend voor de g r o n d l e g g i n g der w e r e l d , 1 P e t r . 1 : 19—20, en a l l e s , wat God t e r onzer v e r l o s s i n g b e s l o o t , h a n gt af van dezen M i d d e l a a r . Het e e u w i g e b e s l u i t ter v e r l o s s i n g gaat s l e c h t s de u i t v e r k o r e n e n aan en g e e n s z i n s het g e h e e l e m e n s c h e l i j k e g e s l a c h t al te g a d e r.
__________
1. Bestaat Gods eeuwig besluit of bestaat het niet, daarover behoeven wij ons het hoofd niet te breken, daar de Schrift het helder aantoont. Gode alleen is de eer, dat Adams val Hem niet onvoorbereid vond, anders ware God Zelf gelijk geweest nan dien onvoorzichtigen bouwmeester, die eenen toren begon te bouwen zonder de kosten te berekenen, waarmede hij dien kon ten einde brengen, Luk. 14 : 28—36. De Heilige Schrift vestigt herhaaldelijk onze aandacht op dit eeuwig besluit, het aanwijzende als de bron onzer verlossing; gelijk God niets heeft daargesteld zonder plan of orde, zoo is ook het verlossingsplan niet bij toeval ontstaan zonder voorafgaand besluit.
Uit dit besluit komt voort de uitverkiezing en de voorverordineering, en het heeft plaats gehad voor de grondleggingder wereld, Ef. 1 : 4—9; Hand. 4 : 28; Ef. 3 : 1 1 . Door den bepaalden raad en voorkennis Gods is Christus overgegeven, Hand. 2 : 23. Dit eeuwig besluit is voortgesproten uit het welbehagen Gods, daarin bestaande, dat Hij Zich over onze ellende ontfermd heeft: geenszins met het oog op een voorgezien geloof of eenige hoedanigheden en werken der menschen alsof God, geweten hebbende, dat de uitverkorenen gelooven zouden, hen derhalve heeft uitverkoren. Stellig neen — want daardoor zou weder alles op onze verdiensten neergekomen zijn, daar het geloof dan een verdienstelijk werk ware.
Die ons heeft zalig gemaakt en geroepen met eene heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jesus vóór de tijden der eeuwen, 2 Tim. 1 : 9. Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme, Efeze 2 : 8—9.
Het éénige wat God tot dit eeuwig besluit heeft bewogen, is liefde tot de verlorenen, de onwaardigen, ja zelfs tot de vijanden: Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, door Zijne groote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus — uit genade zijt gij zalig geworden — Efeze 2 : 4—5. Evenwel is Gods liefde, die ter zaligmaking van zondaren strekt, niet in strijd met Zijne gerechtigheid, neen God bewijst Zijne liefde slechts op grond van genoegdoening, en zoodoende is deze liefde te gelijk rechtvaardig en heilig, terwijl zij anders slechts zwakheid ware. Derhalve wordt gezegd , dat Christus overgegeven is door den bepaalden raad Gods, opdat door Zijnen dood aan de gerechtigheid Gods genoeg geschiede, en God Zijne liefde tot zondaren openbaren konde, Handel. 2 : 28. Hoezeer Gods liefde en genade zich niet buiten Zijne gerechtigheid om aan ons menschen betoonen, wijst Jesaja 53 : 10 aan: Doch het behaagde den Ileere Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijne ziel zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zoo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen, en het welbehagen des Heeren zal door Zijne hand gelukkiglijk voortgaan.
2. Volgens de duidelijke leer der Schrift betreft dit eeuwig besluit alleen de uitverkorenen en geenszins alle menschen zonder onderscheid, wat met andere wToorden beteekent, dat hetzelve particulier en niet algemeen is. Wel is waar beweren allen, die Gods verborgenheid met hun verstand beoordeelen en niet door den Geest van Christus, dat Gods genade algemeen is, dat zij zich over alle menschen uitstrekt en geene beperking duldt.
Daartoe beroepen zij zich op de woorden des Heeren: Want alzoo lief heeft God de wereld gehad , dat Hij Zijnen eengeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe, Joh. 3 : 16; en: Hij (Christus) is eene verzoening voor onze zonden, en niet alleen voor de onze, maar voor de zonde der geheele wereld 1 Joh. 2 : 2; en: Welke (God) wil, dat alle menschen zalig worden en tot kennis der waarheid komen, 1 Tim. 2 : 4.
Evenwel kan men uit deze teksten slechts dan de algemeene genade bewijzen, als men deze plaatsen uit haar verband rukt. Het woord „wereld'' beteekent in de Schrift niet het geheele menschelijke geslacht, maar hetgeen door de Joden als van God verwijderd en als in de slavernij der zonde liggende werd beschouwd; de „Heidenen" staan in tegenstelling der „Joden'', en de Heere Jesus wil aan Nikodemus betuigen, dat de Heidenen met de Joden deel hebben aan het heil van Christus, gelijk God aan Abraham beloofd heeft, dat in zijn Zaad gezegend zouden worden alle volken der aarde, Gen. 22 : 18. Aan den anderen kant wijst de Heere met nadruk op het geloof: Opdat een iegelijk, die g e l o o f t , niet verderve; het enkel deel-uitmaken van „de wereld" geeft ons nog geen recht op de zaligheid, alléén het geloof, en het geloof is eene gave van den Heiligen Geest. Het geloof is niet aller, 2 Thessal. 3 : 2. Indien het woord „wereld" de algemeene genade in zich sloot, dan zou de Heere gezegd hebben: Opdat de wereld niet verderve, maar Hij zegt: Opdat een iegelijk, die gelooft, niet verderve. En als de Apostel Paulus zegt: dat alle menschen zalig worden, dan meent hij a l l e r l ei menschen uit alle natiën en tongen. God sluit niemand derhalve van de zaligheid uit, omdat hij wellicht tot deze of gene natie behoort: „Ik verneem in der waarheid, dat God geen Aannemer des persoons is, maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam, Hand. 10: 34, 35.
3. Tegenover deze enkele teksten, die slechts door misverstand de algemeene genade schijnen te leeren, hebben wij de doorloopende en duidelijke leer der Schrift, dat God in Zijn eeuwig besluit ter zaligheid slechts de uitverkorenen opneemt, en dat Gods genade particulier is. De Heere Jesus zegt Zelf: Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, Joh. 17: 9. Yelen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. Matth. 20 : 16. Toen de Apostelen het Woord Gods predikten, heet het: En er geloofden zoovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven, Handel. 13 : 48. Zie verder: Rom. 8 : 29 ; Rom. 9; Gal. 4 : 3; 2 Tim. 2 : 19; Matth. 7 : 1 4 ; 1 1 : 2 5 , 2 6 ; 13 : 11 — 13, 47 en 48; Joh. 6 : 44.
Het hardnekkig vasthouden aan de algemeene genade komt steeds voort uit een hart vol eigengerechtigheid, alsof God de werken, het vermeende geloof of de volharding in het geloof, in aanmerking nemen moest, en alsof de mensch toch eenigszins vrij ware, om iets tot zijne zaligheid bij te dragen door niet de genade te wederstaan. God moet niet allen roem wegdragen van onze zaligheid: de mensch wil ook een weinig eer voor zich behouden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 april 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Ie Afdeeling. Leer van Christus (Christologie).

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 april 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken