Bekijk het origineel

27. Het Koninklijk Ambt van Christus.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

27. Het Koninklijk Ambt van Christus.

De Christelijke Geloofsleer voor School en Huisgezin.

8 minuten leestijd

C h r i s t u s is K o n i n g van af Zijne g e b o o r t e , ook i n Zijne d i e p s t e v e r n e d e r i n g , Joh. 18 : 33—37, h o e w e l Zijne k o n i n k l i j k e h e e r l i j k h e i d zich eerst na Z i j n e o p s t a n d i n g en h e m e l v a a r t ten v o l l e openbaarde. A l s K o n i n g v e r g a d e r t C h r i s t u s de Z i j n e n, r e g e e r t en b e s t u u r t Zijne Kerk d o o r Zij n w o o rd en Zijnen G e e s t , v e r w e r f t Z i c h s t e e d s nieuwe o n d e r d a n e n , b e w a a r t ze in Z i j n e z a l i g h e i d en bes c h e r m t hen d o o r Z i j n e macht t e g e n a l l e vijanden. Het k o n i n k r i j k van C h r i s t u s is g e e s t e l i j k , b i n n en in de h a r t e n , n i e t g e b o n d e n z i j n d e aan de g r e n z en van l a n d e n en v o l k e n ; hoewel het in de w e r e ld i s , is het n i e t van d e z e w e r e l d . C h r i s t u s h e e r s c h t, wel is waar, tot nu toe in het midden Zijner v i j a n d e n , Ps. 1 1 0 : 2 , z o o d a t Hij v e l e t e g e n s t a n d e rs h e e f t ; e v e n w e l is Hij r e e d s nu de é é n i g e K o n i ng van Zijn rijk, daarom h e b b e n wij, bij de wederk o m s t van C h r i s t u s , om te o o r d e e l e n de l e v e n d en en de dood en, geene z i c h t b a r e o p e n b a r i n g van e e n d u i z e n d j a r i g k o n i n k r i j k van C h r i s t u s op a a r de t e v e r w a c h t e n.
__________
1. Het meest vinden wij Christus als K o n i n g voorspeld. Reeds Jakob wees Christus als Koning aan, zeggende: De schepter zal van Juda niet wijken, totdat Silo komt, Gen. 49 : 10. Bileam profeteerde van Zijn koninkrijk, zeggende: Er zal een schepter uit Israël opkomen, Num. 24 : 17. God beloofde aan David eenen Zoon, die tot in eeuwigheid op zijnen troon zitten zoude, 2 Sam. 7 : 13, Ps. 132 : 1 1 — 1 2; dat deze aan David toegezegde Zoon, Christus is, betuigd het woord des engels, die bij de aankondiging van 's Heeren geboorte sprak: Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God de Heere zal Hem den troon van Zijnen vader David geven. En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns koninkrijks zal geen einde zijn, Luk. 1 : 32—33. Op grond der aan hem gegevene belofte voorspelde David in zijne Psalmen dikwijls het koninkrijk van Christus. Ik toch heb Mijnen Koning gezalfd over Zion, Ps. 2 : 6. Mijn hart geeft eene goede reden op; ik zegge mijne gedichten uit van eenen Koning, Ps. 45: 1, Ps 72:89, •97, 99, 145 enz De profeten, steunende op de belofte aan David gegeven, noemen den beloofden Heiland kortweg David. En Ik zal eenen éénigen Herder over hen verwekken, en Hij y,al hen weiden, namelijk Mijnen knecht David; die zal ze weiden, en die zal hun tot eenen Herder zijn, Ezech. 34 : 23. Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeeren, en zoeken den Heere, hunnen God, en David, hunnen Koning, Hos. 3 : 5. Ziet een Koning zal regeeren in gerechtigheid, Jes. 32 : 1, Jer. 33 : 15, 16; 30 : 21. Daar de profeten onder het beeld van Davids roemrijk koningschap zoo troostrijk van het koninkrijk der genade van Christus profeteerden, ontwikkelde zich daaruit bij de Joden de verwachting van eenen aardschen koning Messias.
2. Als eeuwig God, regeert Christus wél reeds van eeuwigheid met den Vader en den Heiligen Geest over alle schepselen, maar het koninkrijk van Christus, als onze Middelaar en Verlosser, is: Zijne macht, roem en heerlijkheid, die Hij ter wille Zijner verdiensten ten goede Zijner uitverkorenen ontving , daarom is de Heere inzonderheid de Koning van Zijn volk en regeerder Zijner kerk. Voor Zijn volk is hem gegeven, alle macht in hemel en op aarde en eenen Naam, welke boven allen naam is, opdat Hij Zijn volk tegen alle vijanden bescherme en Zijn koninkrijk opbouwe in alle rijken der wereld, daarom is Christus de Koning der koningen en de Heere der Heeren; enkel in deze machtvolkomenheid kon Hij verordineeren: Gaat dan henen, predikt het evangelie aan alle kreaturen en onderwijst al de volken, Matth. 28 : 19, Mark. 16 : 15.
3. Het rijk der genade van Christus was in het Oude Testament voorspeld op al de profetische plaatsen, die van dit rijk handelen, Hos. 3 : 5 , Amos 9 : 1 1 verg. Hand. 15 : 16. De vervulling er van in het Nieuwe Testament geeft ons de Heere op verschillende wijze te kennen. Hij predikt het evangelie des Koninkrijks der hemelen, Mare. 1 : 14, Hij spreekt er van in gelijkenissen, Matth. 20 : 22. Het is een zuiver geestelijk Koninkrijk, waar noch menschelijke voordeelen, noch aardsche schatten of wereldsche eere en roem te zoeken zyn, en dat door vleeschelijke wapenen en macht niet is uit te breiden. Hierop hebben de menschen vaak niet gelet, en hebben den naasten door martelingen, vuur en zwaard tot het geloof gedwongen. Daar het zuiver geestelijk is, moet dit Koninkrijk onder elke aardsche heerschappij in de harten der geloovigen wortelen, en kent geene hinderpaal van taal en luchtstreek. Als onze Middelaar is Christus een geboren Koning, zooals Hij ook voor Pilatus beleden heeft, Joh. 18 : 37, en de Heer openbaarde ook te allen tijde Zijne koninklijke macht en heerlijkheid, en de wijzen uit het Oosten bewezen daarin de ware wijsheid, dat zij zich voor het nieuwgeboren Kindeken als voor hunnen Koning bogen.
4. De verwachting van een lichamelijk nederdalen van Christus op aarde vóór den jongsten dag, en van eene zichtbare duizendjarige heerschappij te Jerusalem (Chiliasme) is eene dwaling, die reeds vroeg in de oud-christelijke Kerk ontstond, en in de nieuwste tijden zich veelvuldig onder de gedaante van godzaligheid vertoont; daardoor loochent men ten eenemale het Koninkrijk van Christus, omdat men het eerstin de toekomst verwacht. Deze dweeperij steunt, wel is waar, schijnbaar op de woorden van Openb. 20: 1—7, maar in waarheid is het slechts de vernieuwing van de Joodsche vleeschelijke verwachting van den Messias en van een wereldsch koning. De volle glorie en macht van Zijn Koninkrijk openbaart Jesus bij Zijne wederkomst, om te oordeelen de levenden en de dooden, wanneer Iiij alle uitverkorenen tot Zijn rijk vergadert, hen de eeuwige heerlijkheid binnenleidt en alles in allen wezen zal.

EINDE DER CHRISTOLOGIE.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 september 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

27. Het Koninklijk Ambt van Christus.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 september 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken