Bekijk het origineel

Van de rechtvaardigmaking des zondaars voor God. 1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van de rechtvaardigmaking des zondaars voor God. 1)

5 minuten leestijd

Het heil komt tot ons van den Heer,
Genade wou 't bereiden;
Geen werken kunnen immermeer
Ons tot genezing leiden.
't Geloof ziet Jesus Christus aan,
Die heeft voor ons genoeggedaan,
Is Middelaar geworden.

Daar wij, wat 's Heeren heil'ge Wet
Gebiedt, niet houden konden,
Ontstak Gods groote toorn. Wie redt,
Wie helpt ons, zoo vol zonden.
Vleesch zijn wij, en de Heer eischt Geest,
Dat is Zijn heil'ge wil geweest;
Dus was 't met ons verloren.

Daar kwam de valsche waan nog bij:
God had Zijn Wet gegeven,
Als konden van ons zelven wij
Volkomen daarnaar leven;
Daar ze ons juist tot een spiegel strekt,
Die ons der zonden aard ontdekt,
Wier ketenen wij dragen.

Onmooglijk was 't, in eigen kracht
De zonden ooit te laten;
Al wie 't beproefde, ervoer de macht
Der zonde boven maten.
Juist oorzaak nam zij aan 't gebod ;
Zoo was dan de eeuw'ge dood ons lot,
Wijl wij de zonde dienden.

Toch moest het recht der Wet vervuld ,
Of ieder 't loven derven;
Daarom liet God voor onze schuld
Zijn Zoon aan 't kruishout sterven.
Die heeft vervuld den eisch der Wet,
En ons van 's Vaders toorn gered,
Wiens vloek ons allen drukte.

En daar de Wet nu is voldaan
Door Hem, Die kwam van boven,
Zoo leert een Christen hier verstaan
Den aard van 't waar gelooven.
Niets moer dan: Heere, Gij zijt mijn',
Uw dood zal mij het leven zijn,
Daar Gij voor mij betaaldet!

Geen twijfel mag hieraan bestaan,
Uw Woord kan niet bedriegen.
Zijt niet versaagd, zoo spreekt Ge ons aan,
En zou Uw waarheid liegen ?
Die Mij gelooft en wordt gedoopt,
En dus om niet den hemel koopt,
Zal nooit den hemel missen.

Voor God rechtvaardig is alleen,
Die dit geloof mag vatten,
't Geloof is ons 't bewijs meteen
Van alle ware schatten,
't Geloof heeft steeds aan God genoeg;
Maar, zoo 't geloof geen vruchten droeg,
Was 't ook geen waar geloove.

De Wet ontdekt ons onze schuld,
Zij doet 't geweten beven;
Maar 't Evangelie spreekt: Vervuld
Is de eisch der Wet ten leven.
Kruip naar het kruia, buig daar u neer,
Want 't werk der Wet kan nimmermeer
U rust of vrede schenken.

Toch zal niet zonder werken zijn
Al wie oprecht geloofd heeft;
Een dood geloof is niets dan schijn,
Een vorm, dien men geroofd heeft,
't Geloof rechtvaardigt wel alleen,
Maar 't dient den naasten ook meteen,
En leeft in goede werken.

't Geloof grijpt Jesus Christus aan,
Zijn werk, Zijn kruis, Zijn sterven,
Waardoor Hij heeft voor ons voldaan,
Die 't leven moesten derven.
Onze eigene gerechtigheên
Zijn, als een kleed, in 't slijk vertreên,
Wegwerpelijk bevonden.

Doch, heeft men door 't geloof van God
Gerechtigheid verkregen,
Dan leeft men in 't vervuld gebod,
En Wandelt in Zijn wegen.
Daar hij, die booze werken drijft,
Niet in het waar geloove blijft,
Maar 't metterdaad verloochent.

Al wie gena van God den Heer
In Christus heeft verkregen,
Houdt Hem voor oogen, buigt zich neer,
Zoekt Hem in al Zijn wegen;
Hij looft en dankt Hem, prijst Zijn Naam,
Bedwingt zijn vleesch en lusten saam:
Zoo loopt de weg ten leven.

Maar die gerust daarhenen gaat,
Om naar zijn lust te leven,
En 't vleesch den vrijen teugel laat,
Zijn zin genoeg wil geven;
Den Heer niet bidt, dat Hij hem leid',
En door den Heil'gen Geest bereid',
Die loopt den weg ter helle.

Daartegen strijdt elk, die gelooft,
Houdt, wat hem is gegeven,
Dat vleesch noch wereld 't hem ontrooft,
Hij jaagt naar 't eeuwig leven.
En daar hij God dient, eert en prijst,
Door liefde zijn geloof bewijst,
Voelt hij zich vrij en veilig.

De hoop verwacht op 's Heeren tijd
Wat 't Woord van God wil werken,,
En als het komt, is zij verblijd,
Zij stelt den Heer geen perken.
Hij weet, wat noodig voor ons is,
Hij kent Zijn tijd., Hij komt gewis,
Wij blijven Hem vertrouwen.

Ja, scheen het zelfs, of God niet wil,
Laat u dat niet ontroeren,
Zóó 't gaat, is 't goed; verbeid Hem stil,
Laat niets uw ziel vervoeren;
Genoeg zij u Zijn Woord alleen,
Al sprak uw hart wantrouwend: neen,
Vrees niet, geloof alleenlijk.

Aan Vader, Zoon en Heil'gen Geest
Zij lof en prijs gegeven!
Die ons genadig is geweest,
Schenkt eens ons 't eeuwig leven.
Om de eere Zijner Majesteit,
Heeft Hij den Zijnen heil bereid;
Zoo wordt Zijn Naam geheiligd.

Zoo koom Zijn Rijk, Zijn wil geschied'
Daarboven, hierbeneden;
Het daaglijksch brood ons heden bied',
Vergeef ons overtreden,
Als wij doen onzen schuldenaar;
Leid ons niet in verzoeking, maar
Red van den booze ons. Amen.


1) Vertaling van het Hoogduitsche lied van Paulus Speratus: Es iat daa Heil •«na 'kommen her u. a. w. — Speratus (uit het Zwahisch geslacht der vort Spretten, & Hutilia) werd 13 (17) Dec. 1484 geboren; langen tijd toefde hij te Parijs, bezocht de Italiaansche academiën, en studeerde te Augsburg, Wiirzburg, Salzburg en Weenen in de theologie. Te Weenen in de St. Stephaui-Kerk de reine leer des Evangelies belijdende werd hij gevangen gezet. In 1523 kwam hij te Wittenberg met Luther iu kennis, die hem aan hertog Albrecht van Pruisen aanbeval; deze benoemde hem 1524 tot hofprediker en later tot bisschop te Liebmiihl. Met Joh. llrisraanu en Joh. Poliander legde hij in Pruisen den grond voor de belijdenis der Evangelische waarheid, hij overleed 17 Sept. 1554.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 november 1890

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Van de rechtvaardigmaking des zondaars voor God. 1)

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 november 1890

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken