Bekijk het origineel

Aanteekening op Mattheüs 6 : 24—33,

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Aanteekening op Mattheüs 6 : 24—33,

6 minuten leestijd

Vers 24. N i e m a n d kan twee h e e r e n d i e n e n: w a n t of hij zal den e e n e n h a t e n en d e n a n d e r en l i e f h e b b e n , of hij zal den e e n e n a a n h a n g e n en d e n a n d e r e n v e r a c h t e n ; gij k u n t n i e t God dien e n en den Mammon. Wie zegt dit alles? Hij, Die arm werd, om ons rijk te maken. Hij, Die weet, hoe Zijne discipelen bezorgd kunnen zijn, om eerlijk door dit leven te komen. Tot ons zegt de Heere het; tot de rijken niet alleen, maar ook tot de armen.
Vers 25. D a a r o m zeg Ik u: Z i j t n i e t b e z o r gd voor uw l e v e n , wat gij e t e n en w a t g i j d r i n k en z u l t , n o c h voor uw l i c h a a m , w a a r m e d e g i j u k l e e d e n z u l t : is h e t l e v e n n i e t m e e r d a n h e t v o e d s e l, en h e t l i c h a a m d a n de k l e e d i n g ? Dit keert de mensch om en denkt aldus: De spijs is meer dan het leven, en de kleeding meer dan het lichaam. Daarom verderft hij zich met de spijs en doet het lichaam geweld aan met de kleeding.
Vers 26. A a n z i e t de v o g e l e n des h e m e l s , d a t zij n i e t z a a i e n , noch m a a i e n , n o c h v e r z a m e l e n in de s c h u r e n , en uw h e m e l s c h e V a d e r v o e d t n o c h t a ns d e z e l v e : g a a t g i j d e z e l v e n i e t z e e r v e e l t e b o v e n?
Zij vinden hun voedsel, ook al ligt de sneeuw hoog; evenwel zijn zij niet verlost en gekocht gelijk gij met het bloed van Christus. God gaf toch Zijnen Zoon niet voor de vogels.
Vers 28 en 29. A a n m e r k t de l e l i ë n , Ik zeg u, d a t ook S a l o m o , in al z i j n e h e e r l i j k h e i d , n i et i s b e k l e e d g e w e e s t g e l i j k e e n e van deze. Die dit zeide, heeft Salomo gezien in zijne heerlijkheid, ja hem daarin gesteld.
Vers 30. I n d i e n nu God h e t g r a s des v e l d s , dat h e d e n i s , en m o r g e n in d e n o v e n g e w o r p e n w o r d t, a l z ó ó b e k l e e d t , z a l H i j u n i e t v e e l m e e r k l e e d e n, g i j k 1 e i n g e l o o v i g e n ? — „Kleingeloovigen", — gij gelooft zoo weinig en kunt u geen begrip vormen van hetgeen God kan doen.
Vers 32. W a n t al d e z e d i n g e n z o e k e n de H e i d e - n e n ; wan[t uw h e m e l s c h e V a d e r weet, d a t g i j al d e z e d i n g e n b e h o e f t . Wanneer gij zulks doet, zoo veroordeelt gij uzelven, dat gij Heidenen zijt. Wanneer deze Vader het weet, zoo zal Hij het ook maken; Hij is toch meer dan een aardsche vader, dan eene aardsche moeder.
Vers 33. Maar z o e k t e e r s t h e t K o n i n k r i j k Gods e n Z i j n e g e r e c h t i g h e i d , en al d e z e d i n g e n z u l l en u t o e g e w o r p e n w o r d e n . Zorg eerst en voornamelijk, dat gij koning wordt, dan hebt gij alles. Zorg eerst, dat gij den scepter hebt, dan kunt gij bevelen over hemel en aarde.
En dat is de gerechtigheid van dit Rijk, dat gij uwen naaste laat, wat hij heeft en u niets aanmatigt, ook niet over hetgeen uw naaste heeft, beschikt, bijv. met borgen en leenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Aanteekening op Mattheüs 6 : 24—33,

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 januari 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken