Bekijk het origineel

De Voorbereiding.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Voorbereiding.

Eene levenstaak

6 minuten leestijd

„O Godsopenbaring, gij toorts der waarheid, gij vuurkolom, gij zon van het geestelijk uitspansel, hoeveel zijn wij verschuldigd aan die heilige mannen van ouds, die door hun leven en sterven aan Engeland de onschatbare erfenis gaven van uwe ontsloten boekrollen, weergegeven in onze moedertaal, en scherpsnijdend meer dan een tweesnijdend zwaard.
„Gij hebt koningen, Apostelen, Profeten en martelaars onderwezen. Uwe bladzijden zijn bezegeld met het édelst bloed der aarde, ook met het beste bloed van Engelands geloovigen. De klank uwer woorden heeft zich vermengd met de kreten uit de pijnkamer, en uwe jubeltonen zijn gehoord aan den vuurpaal!
De laatste adem des martelaars heeft uwe woorden gestameld; lippen, die zich voor altijd zouden sluiten, konden ze nog in half afgebroken volzinnen doen verstaan; oogen, die weldra zouden verstijfd zijn, werden nog door eenen laatsten glimlach verhelderd, als uwe eenvoudige en toch zoo verheven woorden werden vernomen !
„Gij leiddraad door de wildernis, gij heerlijkste bruidschat der verloofde maar nog niet in vollen echt met den eeuwigen Bruidegom vereende Kerk, gij poolstar der door storm geslingerde ziel, gij grondwet onzer eeuwige vrijheid, gij wapenrusting van Christus' strijdende Kerk hier op aarde, moge uwe waarheid voor altijd den vrijen loop hebben en verheerlijkt worden op Engelands grond. Mogen, in theorie en in practijk, wjj onze volksvrijheid, onze maatschappelijke, burgerlijke en godsdienstige vrijheden steeds gronden op uwe geboden.
„Gezegend zij de nagedachtenis van elk dergenen uit de schare, wier levenstaak en stervensroem ons het Woord Gods schonk, dat door de kracht des Heiligen Geestes ons kan „„wijs maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk is in Christus Jesus" ".
Alzoo sprak eens, en met veel recht, de vrome geschiedschrijver van Engelands martelaren. Wat gewichtige rol Engeland vervuld heeft met betrekking tot de kennis en verbreiding des Woords zeiden wij reeds. Wij konden er bijvoegen, dat het. gelijk onze geschiedenis toont, een zeer belangrijk deel heeft gehad in den strijd voor de verdediging der waarheid. Nederland heeft in dit opzicht reeds van ouds de grootste verplichtingen aan Brittanje, gelijk dit wederom aan Nederland. Eu ook in onze dagen zou — 't mag niet vergeten — het gelaat des aardrijks, ook wat de geestelijke dingen betreft, gaiiach anders zijn, indien Engeland er niet ware. Des Heeren raad heeft dit volk eene groote taak toegedacht en wij kunnen dit slechts met dank, erkennen.
Volkomen juist is het dan ook, als op de schoone woorden, zoo even aangehaald, deze volgen, op welke wij wijzen, wijl die als het ware eene inleiding zijn tot datgene, waarmeê wij ons gaan bezighouden:
„Engeland mag in het bijzonder aanspraak maken op eene oorzaak van roem op geestelijk gebied, onder de volkeren van den nieuwen dag, namelijk door zijne krachtige pogingen om de uitgaven van den Bijbel goedkoop te doen zijn en alzoo het Woord Gods overal te verspreiden.
„De geschiedenis van den Engelschen Bijbel is belaugwekkend. Het eerste vertaalde gedeelte, dat wij kennen, was het Psalmboek, door Richard Rolle, kluizenaar te Hainpole, in de dertiende eeuw. Toen kwam in 1380 de (reeds door ons vermelde) vertaling van Wycleffe, naar de Latijnsche Vulgata (de in de Roomsche Kerk geldige overzetting).
„Doch de kunst zou nu de dienares der waarheid worden en eene uitvinding de Godsopenbaring algemeen maken. Immers de Bijbel kon geen volksboek worden vóór de uitvinding der drukkunst. Het eerste g e d r u k t e deel des Bijbels nu was Tyndale's Nieuw Testament, dat in 1526 verscheen en vier jaar later werd herdrukt. De eerste geheele Bijbel was die van Coverdale in 1535, waarvan reeds na twee jaar een nieuwe druk verscheen.
„In 1540 kwam de groote Bijbel van Cranmer uit, die met koninklijke goedkeuring in de kerken werd ingevoerd, doeh drie jaar daarna door den invloed der pausgezinden verboden werd. De zoogenaamde Bisschops-Bijbel verscheen in 1568 en de „geauthoriseerde Vertaling" in 1611, dus een vijf en twintig jaar nog vóór onze Statenvertaling. De vertaling van 1611 wordt nog bijna overal gebruikt en is door de nieuwe overzetting, die eenige jaren geleden werd voltooid, volstrekt niet op den achtergrond geraakt.
„Evenmin heeft de bul, die paus Pius VII in 1816 tegen de Bijbelgenootschappen uitvaardigde, welke hij eenen listigen aanslag des Boozen noemde, strekkende om den waren godsdienst te ondermijnen, kunnen verhinderen, dat het Woord Gods steeds meer en meer zijnen vrijen loop heeft".
__________
De man, door wiens arbeid het eerst Gods Woord, in het Engelsch, gedrukt, voor allen toegankelijk, verscheen, en die dat werk met belangrijke toelichtingen verrijkte, hij is het, met wien wij ons, gelijk later in het bijzonder met zijn werk, zullen bezighouden. Zijn naam is William Tyndale of Tyndal.
Gelijk omtrent meer mannen van naam uit oude tijden, heerscht omtrent Tyndale's vroegste jaren onzekerheid Waarschijnlijk werd hij tusschen de jaren 1484 en 1486 geboren te Stinchcomb of North Nibley in het graafschap Gloucester.
Reeds vroegtijdig bezocht hij de welbekende hoogeschool te Oxford, waar hij zich ijverig in de wetenschap oefende, maar bij alle menschelijke wijsheid vooral de hoogste niet vergat. Hij studeerde talen, maar vooral onderzocht hij de Heilige Schrift, in welker verklaring hij zelfs zijne medestudenten onderrichte. Hij stond toen reeds als een vroom man van een onberispelijk leven bekend.
Van Oxford ging Tyndale naar Cambridge, aan welks hoogeschool hij verder studeerde, zich steeds oefenende in de Schrift.
Na volbrachte studie begaf hij zich naar Gloucestershire, waar een edelman woonde, Welch geheeten, wiens kinderen door Tyndale eenigen tijd werden onderwezen.
Nu was deze edelman zeer gastvrij. Zijne tafel was om zoo te zeggen voor ieder toegankelijk. Verscheidene abten, dekens, kerkelijke ambtsdragers en geleerden, van welke mannen velen aanzienlijke bedieningen in de Kerk bekleedden, verschenen vaak bij Welch aan tafel. Zoo kwam Tyndale, zelf een geleerde, weldra met hen in aanraking.
't Waren toen moeilijke tijden ; de Hervorming was komende. Erasmus gaf zijne geschriften uit, waarin de gebreken der Kerk werden aan de kaak gesteld. Luther begon op te treden en tegenover menschelijk gezag het Woord Gods, tegenover den paus den Christus te stellen. Overal raakten de gemoederen in beweging, bij geestelijken en leeken. De eersten vreesden veelal, evenzeer als de laatsten hoopten, en 't was begrijpelijk, dat ook de geleerden, aan de tafel van Welch vereenigd, telkens en telkens weer op hetzelfde onderwerp kwamen: den toestand der Kerk, het optreden van mannen als Erasmus en Luther, en bovenal de waarheid en het gezag van Gods Woord.
Even begrijpelijk echter was, dat een man als Tyndale, welervaren in de Schrift, al spoedig met de geestelijken en geleerden in geschil raakte, te meer daar vaak vragen van schriftuurlijken aard werden behandeld. Hij was nu „verder gerijpt in de kennis van Gods Woord", en dat, naar 't schijnt, minder door 't geen hij vernam van Luthers leeringen en diens strijd tegen Rome, dan wel door eigen, zelfstandig en ernstig onderzoek van de Schrift.
De geleerde heeren aan de tafel van Welch zouden het ervaren !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 januari 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

De Voorbereiding.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 januari 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken