Bekijk het origineel

VIII. Toch volbracht.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VIII. Toch volbracht.

Eene levenstaak

7 minuten leestijd

Niet lang na deze dingen treffen wij Tyndale en Roy in -veiligheid te Worms, Luthers stad, aan. 't Was hun gelukt, hunnen vijanden te ontkomen en den Rijn opvarende zich naar Worms te begeven. Bovendien hadden zij hunnen kostbaren schat, de Bijbelvertaling, veilig geborgen, met zich gevoerd, alsook het reeds afgedrukte gereed liggende gedeelte, de uitgave van het Nieuwe Testament in quarto.
Natuurlijk bleef deze vlucht bij de vijanden niet onopgemerkt en begrepen zij zeer goed, dat het onheil, 't welk zij duchtten en gehoopt hadden te voorkomen, nu vroeg of laat toch zou plaatsgrijpen. Wel stond het buiten hunne macht, te verhinderen, dat te Worms het kettersche werk voortgang had, maar toch deden de raadsheer Rinck en de deken Cochlaeus, wat zij konden.
Zij schreven namelijk aanstonds brieven aan den koning van Engeland, kardinaal Wolsey en den bisschop van Rochester, Fisher, om hen te waarschuwen. Zij drongen er op aan, dat deze hooggeplaatste personen alle maatregelen namen, „opdat zij met de grootste naarstigheid zorg droegen, dat niet dit hoogst verderfelijk handelsartikel in alle havens van Engeland werd binnengevoerd".
Intusschen zett'en Tyndale en zijne vrienden hun werk voort.
Wij hebben daaromtrent een merkwaardig bericht in het dagboek van den bekenden Dr. Spalatinus.
In den zomer des jaars 1526 was nameljjk de Duitsche Rijksdag te Spiers bijeen. Daar bevond zich o a. de keurvorst Jolian van Saksen, in de geschiedenis der Kerkhervorming welbekend. Deze bleef verscheidene maanden te Spiers, en Spalatinus was bij hem. De laatste nu teekent in zijn dagboek aan : „Op den Zaterdag na St. Laurens (den 10den Augustus) keerde onze vorst, de keurvorst van Saksen, na in de woning van den landgraaf van Hessen eene predikatie gehoord te hebben, naar zijn huis terug. Buschius vertelde ons bij het avondeten, dat te Worms (dit ligt niet ver van Spiers) 6000 exemplaren van het Nieuwe Testament in het Engelsch werden gedrukt.
Het boek werd vertaald door eenen Engelschman, die daar vertoefde met twee of drie zijner landgenooten (wier namen niet genoemd worden) en die zoo geleerd was in zeven talen, — Hebreeuwsch, Grieksch, Latijn, Italiaansch, Spaansch, Engelsch e n Franach, — dat, welke hij ook sprak, gij geloofd zoudt hebben, dat het zijne moedertaal was. De Engelschen hebben trouwens zulk eene begeerte naar het Evangelie, schoon de koning het tegenstaat en afkeurt, dat zij zeggen, dat zij een Nieuw Testament zouden koopen, al kostte ook elk 10 000 aan geld."
Men zal opmerken, dat hier gesproken wordt van z e s d u i - z e n d exemplaren. Dit is nagenoeg zeker zoo te verstaan, dat de helft van dat getal de uitgave i n q u a r t o vormde, welke Tyndale nu in of nabij Worms liet voltooien. De andere drie duizend vormden de uitgaaf i n o c t a v o , een tweede druk dus, die te Worms verscheen, waar Tyndale en Roy in October 1525 kwamen en de eerste denkelijk tot Mei 1527 bleef
Aan deze tweede uitgaaf voegde Tyndale toe een „Woord aan den lezer":
„Ik vermaan u, lezer, dat gij naarstigheid doet, om te komen met een rein gemoed en, gelijk de Schrift zegt, met een eenvoudig oog, tot de woorden des heils en des eeuwigen levens, door welke, indien wy ons bekeeren en ze gelooven, wij herboren, nieuwgeschapen worden en de vruchten van Christus' bloed genieten. Dat bloed roept niet om wraak, gelijk het bloed van Abel, maar heeft het leven, liefde, gunst, genade en zegen verworven en al wat in de Schriften is beloofd aan hen, die God gelooven en Hem gehoorzaam zijn. Dat bloed staat tusschen ons en de gramschap, vergelding, vloek en al datgene, waarmee de Schrift de ongeloovigen en ongehoorzamen dreigt, die weerstaan en niet in hun hart erkennen, dat de Wet Gods is gepast, volkomen, rechtvaardig en behoort te zijn, zooals zij is-
„Let op de klare en duidelijke plaatsen in de Schriften, en geef aan de moeilijke plaatsen geene verklaring met de eerste in strijd. Maar, gelijk Paulus zegt, laat alles zijn overeenkomstig en naar den aard des geloofs.
„Let op het verschil tusschen de Wet en het Evangelie. De eene vraagt en eischt, het andere vergeeft en wischt uit. De eene dreigt, het andere belooft alle goeds aan hen, die hun betrouwen stellen op Christus alleen. Evangelie beduidt blijde boodschap, en is niet anders dan de belofte van goede dingen.
„Niet alles is Evangelie, wat in do Evangelieboeken staat geschreven. Want indien de Wet er niet in gevonden werd, zoo kondt gij niet weten, wat het Evangelie beduidt. Evenzoo zoudt gij vergeving, gunst en genade niet verstaan, indien de Wet u niet bestrafte en uwe zonde, misdaad en overtreding u duidelijk maakte.
„Bekeer u en geloof het Evangelie, zooals Christus zegt in het eerste Hoofdstuk van Markus. Pas de Wet toe op uwe daden, opdat gij beproeft, of gij op den bodem uws harten lust vindt tot de woorden der Wet. Dan zult gij gewisselijk boete doen en in uzelven zekere smart, pijn en verdriet in uw hart gevoelen, omdat gij niet met vollen lust de geboden der Wet kunt vervullen.
„Pas het Evangelie toe, dat is te zeggen de belofte, op de verdienste in Christus en op de genade en de waarheid Gods. Dan zult gij niet wanhopen, maar gevoelen, dat God een vriendelijk en genadig Yader is. Zijn Geest zal in u wonen en sterk in u worden, en de belofte zal u ten laatste gegeven worden, (maar niet zoo aanstonds, opdat gij uzelven niet vergeet en zorgeloos wordt), en alle boosheid zal u vergeven worden om den wille van Christus' bloed. Beveel u geheel aan Hem, zonder uwe goede of uwe slechte daden in aanmerking te nemen.
„Nu een verzoek aan hen, die Christelijke kennis bezitten. Dit weet ik en mijn geweten getuigt het, dat ik met zuivere bedoeling, eenvoudig, oprecht heb vertaald, in zooverre God mij kennis en verstand gaf. Moge de gebrekkelijkheid van het werk voor dezen eersten keer hen niet hinderen, maar zij bedenken, dat ik niemand had, om na te volgen, dat er ook geene Engelsehe vertaling van bestond, om mij te helpen, of iets dergelijks de Schrift aangaande. Bovendien, bepaalde nood en hindernis, (God is getuige), de kracht te boven gaande, — welke ik niet meêdeelen wil, opdat wij niet schijnen onszelven te roemen, — zijn oorzaak, dat vele dingen ontbreken, die noodzakelijk vereischt worden.
„Beschouw dit werk als iets nog niet voltooid, ontijdig geboren als 't ware, als veeleer begonnen dan voleindigd. Later (als God ons daartoe heeft bestemd) zullen wij het maken, als 't zijn moet, en wegdoen, wat te veel mocht zijn, en toevoegen, wat uit achteloosheid mocht zijn voorbijgezien. Wij zullen pogen korter te zeggen, wat nu breed is vertaald, en lieht te geven, naar dat noodig is; voor enkele plaatsen beter Engelsch opsporen en er ook eene tafel bijvoegen ter verklaring van min gebruikelijke woorden. Wij zullen aantoonen, hoe de Schrift vele woorden gebruikt, die door het gewone volk anders verstaan worden, dan de zin is, en wij zullen met eene verklaring hulp bieden, waar uit de eene taal moeielijk in de andere iets is weêr te geven. Wij zullen, om zoo te zeggen, trachten het beter toe te bereiden en meer geschikt te maken voor de zwakke magen. Hun, die geleerd en bekwaam zijn, verzoeken wij, daartoe meê te werken en tot den opbouw van Christus' lichaam, ('t welk is de vergadering van hen, die gelooven), die gaven te besteden, welke zij van God tot dat doel hebben ontvangen.
„De genade, die van Christus afdaalt, zij met hen, die Hem liefhebben. „Bidt voor ons".
Aldus dit schoone stuk. Zien wij verder, welken steun Tyndale bij zijnen arbeid had.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 mei 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

VIII. Toch volbracht.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 mei 1894

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken