Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Aanteekening op Psalm 90 : 14—17.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Aanteekening op Psalm 90 : 14—17.

10 minuten leestijd

„V e r z a d i g ons in den m o r g e n s t o n d met Uwe g o e d e r t i e r e n h e i d , zoo z u l l e n wij j u i c h e n , en v e r b l i j d z i jn i n al o n z e d a g e n ."
Ja, het mag wel gedurig opnieuw onze bede zijn, dat de Heere ons uit Zijne volheid zegene met Zijne goedertierenheid, te midden van allerlei wederwaardigheden dezes levens. Die goedertierenheid des Heeren, die in het Woord Gods zoo gedurig wordt geprezen, is juist het kostelijkste voor den mensch.
Als wij daarmede worden gezegend, als die ons sterkt en steunt, als die ons voor en na wordt verleend, wat kan ons dan schaden? Om der zonde wil kunnen allerlei leed en beproeving niet uitblijven, maar laat ons tot den Heere de toevlucht nemen in het gebed, dat Hij ons weldra weder daaruit verlosse; dat Hij ons uit de duisternis wederom spoedig het licht doe verrijzen; dat Hij haastiglijk kome, om ons uitkomst te schenken uit allerlei lijden en nood. Het gaat er om, dat wij ons uit allerlei wegen, die tegen vleesch en bloed ingaan, uit allerlei wegen van strijd en aanvechting niet eigenwillig uitrukken, maar dat wij verdragen; dat wij niet verloochenen de lankmoedigheid, de lijdzaamheid, de hope, de gehoorzaamheid des geloofs. En daarom, laat ons volharden in het gebed om de goedertierenheid Gods over ons; dat die ons uitredde; dat God al Zijne goedheid, Zijne ontferming over ons uitbreide en het alles voor ons ten beste leide; dat Hij ons verrasse met Zijne genade: zoo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen, die wij hier op aarde vertoeven. Wij zullen ons dan verheugen in het heil Gods, waar God in zóóveel gunst aan ons gedenkt. Ja, gejuich en blijdschap zal er zijn voor en na wegens des Heeren wonderbare en ongedachte goedertierenheid en genade. De hoofdzaak der goedertierenheid Gods is de vergeving der zonden voor ons en voor de onzen ; allerlei verlossing van ongerechtigheid, allerlei licht en wijsheid, een wandel in de vreeze Gods.
Ja, daartoe verleene ons de Heere Zijne goedertierenheid, Zijne genade, opdat wij Hem daarvoor loven en prijzen; want Hij is het waardig. O, dat wij Zijnen lof verkondigen en Zijnen Naam verheerlijken; dat onze ziel vervuld zij van blijdschap in God!
Zulk eene bede werkt de Heilige Geest in het hart des menschen; Hij werkt het, dat de mensch Gode ter eere al de dagen zijns levens een lied wil zingen als Ps. 89: „'k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên!"
En nu heet het hier verder: „ V e r b l i j d ons n a a r de d a g e n , in d e w e l k e G i j o n s g e d r u k t h e b t , n a a r de j a r e n , in d e w e l k e w i j h e t k w a d e g e z i e n h e b b e n ".
O, daarmede belijdt de Gemeente wel, dat er veel leed over haar kwam, en wij weten het ook wel, dat wij in het koninkrijk Gods moeten ingaan door veel verdrukking; wij weten wel, dat God Zijne kinderen moet kastijden; dat hun geloof moet beproefd en gelouterd worden, opdat het als echt openbaar worde; wij weten, dat de discipelen en discipelinnen des Heeren Jesus aan Zijn kruis deel moeten hebben; dat zij Zijne smaadheid moeten dragen; dat zij Hem in Zijn lijden gelijkvormig moeten worden gemaakt. Dat is noodig tot hunne ware heiliging; juist in die wegen worden zij afgezonderd van allerlei, wat tegen God ingaat; juist in die wegen worden zij afgebracht van wat hen anders voor eeuwig zou verderven. Zóó wordt juist het geloof gewerkt en geoefend; zóó leert men het Woord Gods, de genade, de vertroosting Gods verstaan ; zóó wordt men uitgedreven tot het Woord Gods en tot het gebed.
Dat alles moet er dus zijn, opdat ons einde zij vrede en zaligheid; dat alles komt over Gods kinderen, wijl God hen liefheeft en hen redden wil.
Toch, als dat alles nu tegenwoordig is, als wij ons bevinden in druk, in nood en lijden, dan dunkt ons dat geene oorzaak van vreugde, maar van droefheid; o, lang, zeer lang schijnen ons de dagen, maanden en jaren, waarin wij moeite en lijden ondervinden, maar de Ileere wil de Zijnen verblijden naar de mate der verdrukking; Hij brengt in benauwdheid, maar voert er óók weer uit; Hij slaat, maar Hij geneest óók; Hij doodt en Hij maakt levend. En zoo mogen wij dan bij Hem aanhouden om uitredding. Hij is geen hardvochtige God! Hij kastijdt niet uit lust om te plagen; Hij laat geen' nacht komen, of er volgt ook weêr een morgenstond; de duisternis was nooit zóó groot, of ook het licht verrees weêr. Daarom laat ons van den Heere maar vragen, dat Hij ons verblijde, gelijk Hij ons ook heeft bedroefd. Zijne kastijdingen, Zijne beproevingen schaden ons niet, en als liet nu door diepe en moeilijke wegen met ons heen moet, wat nood! als wij God maar mogen gevonden hebben, als wij Hem maar mogen hebben tot ons hoogste Goed en ons Deel in eeuwigheid. Ja, welgelukzalig hij, wiens God de Heere is; die den God Jakobs tot zijne hulpe heeft!
„ L a a t Uw w e r k a a n U w e k n e c h t e n g e z i e n word e n , en U w e h e e r l i j k h e i d o v e r h u n n e k i n d e r e n ."
Eigenlijk moeten wij daaronder verstaan, dat God Zijn loon schenken moge aan Zijne knechten, die Hem niet dienen om zichtbaar loon, maar die een ander loon op het oog hebben, een loon hiernamaals, gelijk ook van Mozes, den dichter van dezen Psalm, geschreven staat, dat hij de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom achtte te zijn, dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons. Gods knechten worden gezonden en verkeeren in de wereld, om Zijnen lof te verkondigen, gerechtigheid te doen, Zijn Woord te handhaven, daarvoor op te komen, zich daarvoor niet te schamen, al hebben zij ook deswege te lijden. Maar de Heere belooft genade en eere dengenen, die bij Zijn Woord blijven en in Zijne wegen volharden; Hij beloont en kroont wat Hij Zelf in de Zijnen heeft gewerkt. Hij eert, die Hem eeren.
Yaak schijnt de eere echter lang uit te blijven; menigwerf gaat het met Gods kinderen eerst den weg van smaadheid, nood en lijden op. Jozef, de zoon van den patriarch Jakob, moet eerst veel leed ondervinden, maar toch kwam hij tot eere, en Jesus Christus Zelf ging door het lijden de heerlijkheid in.
Juist daarom echter leert de Heilige Geest ons bidden: „Laat Uw werk, Uw loon, aan Uwe knechten gezien worden!" Schenk hun het loon der genade; breng Uwe waarheid, die overal miskend wordt, heerlijk aan het licht; laat niet te schande worden hen, die op U hopen; laat het openbaar worden, dat wij eenen getrouwen God en Heiland hebben; laat het blijken, dat het niet vergeefsch is, dat men bij Uw Woord blijft, dat men daaraan gehoorzaamt, dat men volhardt in Uwe wegen; laat uwe heerlijkheid, de heerlijkheid Uwer genade, Uwer sterkte, Uwer waarheid, zijn over de kinderen Uwer Gemeente. Ja, zij, die God vreezen, bidden óók, dat God Zich moge ontfermen over hunne kinderen; dat God' Zich ook aan die kinderen moge verheerlijken in Zijne genade, gerechtigheid, wijsheid en trouw, en dat alzóó Zijn heilig Rijk worde uitgebreid van geslacht tot geslacht, trots alle macht en list des Boozen, trots de macht der wereld en der zonde.
En eindelijk vinden wij aan het slot van dezen Psalm de bede: „En de l i e f e l i j k h e i d d e s H e e r e n , o n z e s G o d s, z i j o v e r o n s ; en b e v e s t i g Gij h e t w e r k o n z e r h a n - d e n o v e r o n s , j a h e t w e r k o n z e r h a n d e n , b e v e s t ig d a t " . Laat Uwe liefelijkheid en niet Uw toorn over ons zijn; groote zonden, allerlei overtredingen Uwer goede en heilige geboden zullen er telkenmale opnieuw wezen ; maar reken het ons niet toe; laat Uwe genade over ons zijn uitgebreid. Want wat wordt er van ons zonder die liefelijkheid, die vriendelijkheid, die genade Gods? Laat die liefelijkheid, ja Uwe liefelijkheid, o Heere! getrouwe God, als eene beschermende hand over ons zijn uitgestrekt. Die liefelijkheid Gods over de Zijnen is in Christus Jesus; in Christus Jesus is de volheid der genade, der liefelijkheid over ons ter afwering van zonde, duivel en dood; om Zijnentwil zegent de Heere ons en gedenkt Hij aan ons in ontferming, zoodat wij door alles nochtans heen komen en voor eeuwig behouden blijven; ja, niets kan ons, die tot den Heere de toevlucht nemen en op Hem hopen en bij Zijn Woord blijven, scheiden van Zijne liefde in Christus Jesus. „En bevestig Gij het werk onzer handen over ons, j a het werk onzer handen, bevestig dat." De Heere legge Zelf het vaste fondament, waarop wij arbeiden, opdat onze arbeid wèlgelukke en gezegend zij, want zonder Zijnen zegen, is alles toch vergeefsch.
Wie zal zegenen, als Hij niet zegent! Tevergeefs hebben wij op het bouwen ons toegelegd, tevergeefs van den vroegen morgen tot den laten avond gearbeid, als de Heere Zijne hulpe aan het werk ontzegt. Yergeefsch is alle werk, als het niet geschiedt in de vreeze des Heeren, Die alleen ons blijde en rijk maakt.
„Bevestig Gij het werk onzer handen." Dat gebed komt te pas in eiken kring, in iedere roeping, in Kerk en in Staat, in de huisgezinnen, in de verschillende bedrijven en bezigheden, in handel en wandel. O, dat het alles gegrond moge zijn op den rechten grondslag, des Heeren almacht, genade en trouw, des Heeren Woord en Gebod. Van Hem hangen wij met al de onzen en het onze geheel af; van Hem zij onze verwachting; op Hem zij onze hope.
Hij, de Heere, zij met ons; Hij leide en regeere ons door Zijn Woord en Zijnen Geest; Hij houde in onze harten het gebed, in dezen Psalm vervat, levendig! Dat gebed bevat tegelijkertijd eene belofte van hulp en heil. Zijne liefelijkheid zij over ons en de onzen; Hij bevestige onzer handen werk!
1 Januari 1894. W. E. M. E.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 februari 1899

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Aanteekening op Psalm 90 : 14—17.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 februari 1899

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken