Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de diepte - pagina 491

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de diepte - pagina 491

2 minuten leestijd Arcering uitzetten

485 Ik bezweer u, liefste

van

I.

Hij

schied.

vindt,

gij

wat

dochters van Jeruzalem! indien zult gij

hem aanzeggen?

Dat

ik

gij

mijnen

krank ben

liefde.

Hoe Christus de zijnen dikwijls vindt.

vindt Zij

hen zijn

slapende. nit

den

Ik sliep. Hun

dood overgegaan

is

genade ge-

in het leven.

Zij

hebben het Licht gezien en in het Licht gejuicht en gebrand van een eerste liefde. Maar zij zijn traag geworden. Zij zijn ingeslapen. Er was geen drang tot het eenzaam gebed. Er was geen lust meer in het Woord. Dorheid en doodschheid kwam over de ziel. En waar tevoren een geloof was, werkzaam in liefde, schijnt nu het geloof dood en worden geen werken gevonden. Zy slapen. Zorgeloosheid en vleeschelijke lust hebben haar slaapzang gezongen. En in de kamer is alles nu stil, opdat de slapers toch niet wakker zouden worden. Geen stem der bidders wordt gehoord. Geen koperen sloten vallen van Gods Woord. Geen mond, die getuigt. Zacht schrijdt de Satan. Zacht is zijn stem. Zacht is de aanraking zijner hand en liezacht het lied, dat zijn dienaars de slapende zielen steeds voorzingen.

felijk

is zij niet. Neen, haar de wegen, waarlangs een levende ziel wederom tot de slaapsteĆŖ der wereld kan worden gevoerd. Duizenden zijn de middelen, die haar in slaap kunnen houden voor een tijd; maar sterven kan zij niet. Wat van Christus is, is uit den dood overgegaan in het eeuwige leven. Wat van Christus is, kan niemand uit zijne hand rukken. De nieuwe mensch leeft en blijft leven. Schijnbaar moge alles verdord en gestorven zijn onder die verdorring en doodschheid diep verborgen, is toch nog leven, leven, dat niet

Ik sliep. De

hart waakt,

ziel slaapt.

o.

Maar dood

Duizenden

zijn

;

sterven kan. Als in de natuur des winters. De akker is zwart en dor. De dood heerscht op het ledige veld; en toch in den schoot der aarde ligt het levende graan. En dat levende graan ontvangt straks zijne werking en breekt die donkere aarde, en groeit en groent lachend de lente tegen.

Het wakende hart, door genade ontvlamd, bracht David tot boetpsalm. Het wakende hart, door genade ontvlamd, bracht

zijn

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1887

Abraham Kuyper Collection | 820 Pagina's

Uit de diepte - pagina 491

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1887

Abraham Kuyper Collection | 820 Pagina's