Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van de kennisse Gods - pagina 185

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van de kennisse Gods - pagina 185

2 minuten leestijd

183

NIET TE BEWIJZEN.

dan zou dit als bewijs kunnen gelden. Maar bewezen, gelijk de het bestaan Gods wordt er niet door der Materiaervaring leert. Immers, de mechanische school doel ligt en en plan listen loochent juist, dat er in de Schepping is een stelling, dat het Heelal met wijs beleid wordt bestuurd, tegen wie behoeft verdediging allereerst tegenwoordig Indien

iets,

;

die

„Indien haar bestrijden. Daarom zegt Dr. Bayixck zoo juist vaststond -allen voor nu de aanwezigheid van orde en doel breedvoerig en in dezen tijd niet zelve zoo krachtig en bewijs betoog van noode had, zou inderdaad het teleologisch wereld der harmonie en schoonheid de ons recht geven om uit :

een bewust Wezen te besluiten." (Geref. Dogm, II, 57.) Het bezwaar, dat van Pantheïstische zijde nog hiertegen wordt ingebracht, is dit: Eenerzijds erkent de Pantheïst

tot

volkomen de wijsheid

die uit de

Schepping spreekt, maar

buiten af anderzijds loochent hij, dat een eeuwige God van is de Zijns ingedragen. die wijsheid in de Schepping heeft deze al zelve gedachte van een wijze Natuur, die in zich

door gestadige ontwikkeling, langs wat zij te lijnen van geleidelijkheid, tot ontplooiing brengt is zoo, de Het had. besloten zich allen tijde als in kiem in de vanwaar verklaren, Pantheïst blijft immer in gebreke te beweging eerste kiem het aanzijn erlangde, hoe de eerste handontstond, en wie de wet der ontwikkeling stelt en noodhaaft. En zich met de inconsequentie der „innerlijke

heerlijkheid

bezit,

en

denkt hij zich feitelijk een geheimen opper-God nog boven den Al-God, raakt, aan dat punt toegekomen, verward in zijn eigen denken, en blijft het antwoord schuldig op elke desbetreffende vraag. Doch

zakelijkheid"

behelpende,

moet ook toegegeven, dat het dusgenaamde teleologisch bewijs tegenover de aanvallen van den Pantheïst moeilijk te verdedigen is. Want uit de wijsheid die in de Schepping blijkt, volgt nog geenszins, dat een God buiten de Schepping

het

haar uitdacht en realiseerde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 394 Pagina's

Van de kennisse Gods - pagina 185

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Abraham Kuyper Collection | 394 Pagina's

PDF Bekijken